www.atelierliza.nl
 
 
home
 
 

Verhalen uit Frankrijk


Als het donker wordt .....,


Qu'est ce que c'est?


Picardië 8 juni 2018
Een verhaal, tot op de dag van vandaag nog steeds zonder begin en eind. De vraag: Van wie en waarom daar? Nog altijd onbeantwoord.
Ik zal het één en ander uit de doeken doen.

Een kleine kermis gaf op een avond in de zomer van 2017 vertier in het centrum van ons dorp in het noorden van Frankrijk. Plezier in botsautootjes, koele drankjes aan een bar, dansen in de disco onder fel gekleurde lampen. Kinderen, een moeder, jongeren, een vader. Kortom, een ieder dromde om de ander. Een enkeling zat alleen en dan meestal aan de bar.
Edwin en ik liepen onze ronde. We bezochten het spektakel en zoals altijd danste ik mee tussen de Fransen.

De stilte daarna deed onze oren suizen. We passeerden de plaatselijke basisschool en daar tegenover de kerk met de vervallen begraafplaats achter een kaarsrechte muur. Wie langsloopt weet niet dat de tijd daar als een tsunami heeft huisgehouden in de graven. Niks staat meer recht. Sommige rustplaatsen zijn compleet ingestort. Naamplaatjes, als vergeten doffe amuletten. Wie bezoekt daar de doden nog?

Onze tocht ging verder langs het lange pad tussen de weilanden en het grote moderne kerkhof: le cimetière moderne. Die nacht was het zo donker dat je je eigen voeten niet eens kon zien, laat staan die van een ander. We liepen langs de begraafplaats. Een goed onderhouden dodenrijk vol verse bloemen, portretten en herinneringsbeelden. Hier leven de nabestaanden nog wel.

Die nacht was het waarschijnlijk gebeurd.

De volgende dag rond een uur of drie zagen wij al van verre dat iets gaande was op het lange pad. Dit keer kwamen we van de andere kant. Een vrouw was heftig aan het praten, ze opende haar autodeur. Ging naar binnen. Kwam weer buiten en sprak door haar telefoon. Politie, veel woorden. We passeerden, Ik kijk naar rechts en zie op een wit laken een bruin gekleurd skelet van een klein mens. Ik dacht meteen aan een kind. Het was een stapel botten met daarboven de schedel. Ik kijk goed naar de donkerbruine zigzag naden op de kop. Ik loop als een robot verder en kan geen woord uit mijn strot krijgen. Het leek een oud skelet dat pas was opgegraven. Waarom lag het aan de overkant van de nieuwe begraafplaats? Waarom op een schoon wit laken? Was het die nacht opgegraven? Heeft iemand het daar neergelegd met de bedoeling dat het alsnog begraven zou worden? Waarom zo open en bloot? Wat zien we over het hoofd?

Edwin en ik liepen rustig verder en spraken met elkaar alsof er niets aan de hand was. De politieauto volgde ons tergend langzaam.

Op de hoofdweg snelde de wagen weg.



Links kastanjes,in het midden 3 beuken en rechts hazelnootboompjes. Tussendoor ruwe berken en eiken.

Daad van verzet

Rotterdam 2 juni 2017
Gisterochtend kwam een goede vriendin op bezoek en vertelde over haar dochter Anne die in Amsterdam net buiten de ring woont in (afgedankte) woningen van asielzoekers met heel veel groen erom heen. Ze betaalt in vergelijking met andere hoofdstadbewoners een schijntje (350 euro per maand). Anne heeft een eigen kamer en deelt ruimtes met andere studenten, kunstenaars en nog wat mensen. Het is een geweldige plek.
Ze hebben een liefhebberij, die al weer een tijd door de Randstad waait: namelijk groente kweken en bomen planten. Er heerst een jaren'70-gevoel.
Wij liepen destijds niet allemaal met buttons te pronken waarop stond Back To Nature. We lieten wel massaal tegengeluiden horen. We waren met duizenden tegelijk tegen kruisraketten en demonstreerden in levende lijve naast elkaar, achter elkaar, muzikaal en luidkeels zingend over stoepstenen en straatkeien in Amsterdam. Op de radio hoorde je iDoe Maar met Als de bom valt. (Het is dan alweer de jaren'80)
Rieten tegels geurden in tienerkamers, grote posters van bossen werden de hekken van ons territorium. We plaatsten gekleurde flesjes voor ramen die je allemaal tegelijk voor maar twee gulden bij de Marskramer kocht, met daaromheen potten vol aarde en planten die leken op paraplu’s, erwten en minilantaarns. Wat waren we druk in de weer met avocado-pitten en rieten mandjes. Ik deed ook nog aan zeepjes omdat ik vond dat school stonk. Wat zeg ik school? Nee, bijna de hele wereld geurde naar uitlaatgassen, vieze haren en smerige geldspelletjes.

Televisiebeelden hadden ons laten zien dat de bossen aan het verzuren waren. Ik zocht me wild naar oorspronkelijke natuur en op het moment dat mannen met machines de hoge populieren aan de overkant van onze woning in de Chrisbennekerslaan aan het omzagen waren laaide een vuur in mij op met hoge vlammen naar de omgeving. Zus en ik waren woedend en maakten posters die we meteen op de ramen van onze kamertjes plakten. Daarop was te lezen:
MENSEN MET FATSOEN, VERNIETIGEN GEEN NATUURGROEN !!!!!
Ik snapte niet dat buren hun stem niet lieten horen. Waarom werd die kaalslag getolereerd? Was de mensheid in onze wijk in Rotterdam in slaap gesukkeld? Was dit de wereld van de grote mensen?

Wat heeft dat met Frankrijk te maken?
Alles.
Eens zou ik het goed gaan maken met de aarde zelf.

wordt vervolgd...,

Doorsnee van het potje 12 cm, het blad is 3 cm in lengte. In werkelijkheid is 't blaadje kleiner dan op de foto.

Japanse Acers

Rotterdam 18 april 2017
De kiemblaadjes waren kersenrood, de steeltjes dun en ook rood. Op 1 april ontdekte ik vier mini Japanse acers in de pot buiten met zaden van vorig jaar. Alle vier uit de theeroostuin in Rotterdam.
Niet te geloven? Dat het dus gewoon kan. Dat moesten echte acers zijn. Niet raszuiver meer, maar wel echte esdoorns. Milenka zag ze ook. Gewoon verder met rust laten daar in die stadstuin in Nederland.

In de dagen die volgden keek ik elke dag een paar keer hoe snel ze groeiden. Het ging uitstekend. Ze stonden op de juiste plek en het kan gewoon: zelf acers kweken. Waarom zijn ze dan zo duur in de winkels? Waarom doen mensen dan altijd zo moeilijk over de sierlijke boompjes?
‘Nee, hier in Noord Frankrijk kan je echt geen acers laten groeien.’
‘O, wil je een Japanse tuin?’
‘Kan hier echt niet, bamboe gaat wel, maar de acers lukken (mij) nooit.’
en weer een ander zei:’Maak je tuin nou maar net zoals de Fransen.’
Natuurlijk knik je ja of nee of allebei en ga je gewoon verder met experimenteren.
‘Wil er nog iemand een kopje thee?’

Overtuigd door de vier minigroeisels droomde ik al van een kleine handel in bijzondere esdoorns in Frankrijk. In het tuintje in Rotterdam staan drie soorten. Een groene breedgroeier boven de kunsstofvijver, een vuurrode achterin de tuin en een tussenvorm waar de zaden vandaan kwamen, ook achter. Namen volgen later. Ze houden niet van veel wind en ook niet van droogte en te veel zon. Stadstuinen zijn beschut en daardoor geschikt voor de import uit het Oosten.

8 april sprak intuïtie en snapte ik nog niet helemaal waarover het ging. Enkele kiemblaadjes waren weggespoeld na het begieten. Gaat dat altijd zo met de eerste blaadjes?
De dag erna zette ik de pot op zolder en zagen MIlenka en ik een slijmspoor. Je voelt het al aankomen. Gevaar was in de buurt. Op zolder zijn ze veilig.
Zondagochtend waren de acers verdwenen. Hoe kan dat nou?
Had een kat ervan gesmuld, een slak misschien of toch die paar luizen?

‘Kijk daar links staat er nog één met één blaadje in plaats van twee. Snel overzetten in een andere pot met nieuwe aarde: daar staat-ie in de minikas.
Hoe het 17 dagen later gaat?
18 april maakte ik de foto die boven dit stukje te zien is. Ik haalde de doorzichtige d
eksel van de kas en na de klik meteen weer erop. Laat de vijand maar komen.

De volgende schrijfsels komen uit Nederland. De inhoud zal naar de tuin in Noord Frankrijk reizen.

Boom van een vrouw
Rotterdam 11 november 2016
Je kan (ff) een chat sturen of snel een digitaal bosje facebookbloemen met een klik verplaatsen. Je kan het ook met een eik zeggen of met boomzaadjes of wat te denken van een papieren boek? Wat zeg je dan?

Vorige week zaterdag was het uitdeeldag in Rotterdam. Dat had te maken met de actie: Nederland leest, die dit jaar voor het eerst een thema had: democratie.

Hadden Edwin en ik net twee boeken van de bibliotheek gekregen: Heer van de Vliegen en Liefde en Schaduw, werd ik ook nog eens getracteerd op zaad van de Robinia Pseudo-acasia. Nee de boombeginselen zaten niet tussen de bladzijden van de boeken. Ik kreeg ze op het moment dat ik uit de Groene Passage stapte. Ze huisden in een keurig afgesloten geel pakje.

Was hier een droom gaande van de nieuwe werkelijkheid op klaarlichte dag?
Utopia ten top: met jonge boomzaaduitdelers in een maatschappij, die zich zeer bewust is van de helende werking van houtgewassen.

Afijn, even dacht ik dat het echt alleen maar om het planten van groen ging en dat het gesprek zich met giganten en hun zaden van de hele wereld zou vullen. We bleven zeker wel een half uur vooral luisteren naar een plantaardige pittige jonge dame, die als aanvoerdster van de partij van de bomen geen gek figuur zou staan. Gaandeweg kwam haar target. Ja, CO2-vangers in de vorm van een bos is één, maar het ging haar vooral om het maken van de overstap naar een nieuwe (nog groener dan groen) energieleverancier zonder winstoogmerk. Vooral dat laatste, wat moet je daar nou van denken?

Tja, de beuk erin, doch aan de deur wordt bij ons niet gekocht. We bedankten de dame en wie weet?

In Rotterdam kregen de (nep)acasiaatjes meteen hun grondgebied in een minikas op zolder onder het raam. De witte acasia die eruit zal groeien heeft fijnruikende bloemen. Bijen kunnen hun hotel in de houtkanjer krijgen. Het is in de Ommoordtuin trouwens een zadenzooitje van jewelste. Zelfs de rode acers gaven dit najaar gevleugelde pitjes. Werkelijk het barst van groenenergie in de wereld.

Als iedere inwoner van deze planeet elk jaar een boom zou planten zouden we enorm bijdragen aan goede zorgen voor onze leefomgeving. Misschien moest ìk maar eens de partij van de bomen gaan oprichten. Hebben we eindelijk een tweede vrouw als aanvoerster binnen de politieke partijen. Kunnen wij als voorbeeld voor Amerika dienen.

Eén nadeel: bomen zijn nogal honkvast. Wie zou op mij stemmen?

Een nootje kraken
Rotterdam 25 september 2016 In het vroege natte voorjaar van 2016 vond ik op vijf meter afstand van het graf van onze moeder tientallen hazelnoten die met hun zachte binnenste via witte wortelstengels door hun schaal naar buiten braken. Zoveel leven op de doden. Daar moest ik iets mee.
Uit de bus, waarmee we naar de plaats in Rotterdam waren gereden, haalde ik zakjes die ik tot de rand vulde. Met zoveel groeikracht had ik het gevoel iets tastbaar levens van moeder in de zak te hebben. De zaden kwamen van boven. Ze hadden zich met dat, wat de boom allemaal mee naar boven nam van onder de grond gevoed. De doden kwamen in andere vorm weer tot leven. Ze stegen via osmose op tot hemelse hoogte, tot het uiteinde van de takken in de kruin. Geen opstuivend as, zoals in het boek As in tas van Jelle Brandt Corstius.
Thuis gingen alle boombeginselen in tientallen potjes met voedzame aarde en kregen ze een topverzorging in de Theeroostuin nummer 7. Ik telde de weken.

Op het moment dat het eerste groen ontsproot was verbazing groot. Geen hartvormige bladeren met haartjes die zo eigen zijn aan hazelaars, de hazelnootdragers. Nee, de bladeren namen me mee terug in de tijd. Naar de lagere school. Daar lagen ze op een tafel met de namen erbij. Donkergroen, golvende randen, gladde oppervlakte. Ze werden prachtig in de herfst. Je kon ze onder een wit papier leggen en erover krassen met een gekleurd potlood. Welke bomen leefden in de potjes? Het meeneem-blader-uitklapboek werd van zolder gehaald en ..?

De eik.

87 Eiken in de dop. De jonge bladeren in de potjes zijn van bomen die mensen met voorstellingsvermogen veel ruimte en tijd kunnen geven.
De wintereik? Zomereik, moseik, verfeik, Amerikaanse eik?
Eiken groeien langzaam en worden oud, heel oud. 1000 Jaar is onder gunstige omstandigheden mogelijk. Zie het voor je: een stokoude eik die op zijn eigen hout(je) uit jongere jaren ondersteuning krijgt. Hoor je nog iemand spreken over de stokoude vandagen? Ze zijn van eereergisteren, van eeuwen geleden. Ze kunnen het met hun jaarringen zeggen, terwijl de wind door hun takken jaagt en hout laat kraken en kreunen. Vier generaties per eeuw. Reken mee. Dat zijn 40 generaties in 10 eeuwen. Heel wat jongens en meisjes, dames en heren, opa's en oma's, overgroot opa's en overgroot oma's.
In Noord Frankrijk, waar onze tuin nog een open boek is met nergens luwte, behalve aan de zijkant van het huis, wil ik beschutting creëren. Luwte is nodig voor een gezond eetbos. Een mooie omslag:eiken kunnen daar hun gang gaan.

Vandaag tijdens het wandelen in het Bergse bos in Rotterdam zag ik giganten met meerdere stammen bijelkaar. Heel mooi in gras en verder niks erom heen. Dat is met eigen stek te proberen. Een drie, vier-of vijfpoter.

Pas over vijftig jaar zal de meerstam eikels geven. Wie dan nog leeft van mijn generatie wordt 130 jaar. Ik ben dan allang uitgeteld en vertoef ergens tussen aarde en hemel. Ik reis via osmose de boom in en roep daarom vandaag alvast:

'Kom maar op, eikels!'

 Links een eikel zonder dop en rechts een hazelnoot. Zoek de verschillen.

 

De stenenlikker
18 juli 2016 Picardie In Frankrijk kan je lopen door oeroude tuinen van Franse fabriekbezitters die daar allang niet meer wonen. De rijkarend is gevlogen en toch kan je hem weer voelen. Alsof hij nog altijd meekijkt en de boel in de gaten houdt. De volgorde van de loop der dingen gaat door de war en je weet niet waar het begon af zal eindigen. In zo’n tuin liepen Milenka en ik in de zomer van 2011.

Ons was verteld dat een beeldhouwer zijn kunsten had uitgestald in en rondom een grote doorzichtige tunnel die meestal in de tuinbouw als kas wordt gebruikt.
‘ Ga kijken, zeker de moeite waard.’

Wij hoefden niet lang te zoeken in de grote tuin met oude bomen zoals kastanjes en een linde. Jonge bomen waren ook aangeplant. Het tikken van beitels en hamers zou een specht met botte snavel jaloers maken. We liepen richting geluid. Een vriendelijk rood bezweet gezicht kwam ons tegemoet. Zijn glimlach werkte aanstekelijk. Hij had een mond waarbij je het idee kreeg dat ie niet alleen gemaakt was om voedsel mee naar binnen te werken. Hij likte wat zweet weg dat rond zijn smalle lippen tevoorschijn kwam. De zakdoek om zijn hoofd was niet in staat al het vocht op te vangen dat hij uit zijn hoofdhuid verloor. Dunne straaltjes gutsten zijn nek in en uit. De zon scheen uitbundig. Beeldhouwcursisten werkten vol ijver. Het vakantiegevoel spatte er vanaf.

Grote witte beeldhouwhanden van minstens twee meter lagen op een verhoging bij de ingang van de kas. Het waren volgens mij zijn eigen klauwen die hij waarschijnlijk zelf had uitgehouwen. Links van de overkapping staken benen uit de grond: vrouwenbenen. Ook stond op een sokkel een gezichtloos vrouwenlijf haar rondingen aan de wereld prijs te geven. Ja, van steen, roze graniet. De woorden die de stenenman sprak over het uitgestalde werk kwamen niet overeen met wat we zagen. Een blinde zou stellig de indruk krijgen dat over de ontstaansgeschiedenis van onze planeet werd verteld. Over vulkanen, onweer, woeste stormen, watertunnels, aardbevingen van minstens 12 op de schaal van richter. Aardkrachten uit het binnenste van de kern.
Wij zagen iets veel kleiners, nietigers en veel kwetsbaarder. Wij zagen de mens en zijn hitsigheid, onblusbare lusten in een aards gipsparadijs, graniet zo glimmend als huisloze slakken onder vochtige bladeren. Piemels en vaginaatjes van witte kleine naakten, wel honderden. Ze lagen aan het einde van de tunnel waar de temperatuur flink opgelopen was door al het plastic van de kaswand. Dat wat vingers van cursisten in de loop der tientallen jaren hadden gevormd en gevoeld lag keihard de eeuwigheid te aanschouwen. Ja, er werd naar model gewerkt, dat kon je zien. Ook door de onervarenen.
Waren wij in de vrije zone van de jaren zestig beland? We liepen tussen versteende erotiek. In eigen woorden: lippenverhalen van speksteen: de geboortetunnel. En daar buiten onder het geritsel van de bladeren van de bomen: sekssteen, over de energie die vrijkomt bij het vrijen.

Hoorden wij de stenenlikker vertellen over de processen van de aardlagen van onze planeet en al haar energie. Milenka en ik keken elkaar aan en wisten welke woorden hij niet over zijn lippen kreeg. De rijkarend vloog op. Wacht even....., het was schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers. Nog altijd actueel en bij de tijd, en wat was die man recht voor zijn raap.

 

Sta je eigen mannetje
21 juni 2016 Wat kranten, lees mensen, ook beweren het blijven woorden en of getallen. Lang, heel lang, wel een halve eeuw heb ik me afgevraagd hoe het nou toch in elkaar steekt: mensengedrag. Waarom zijn om een voorbeeld te noemen veel mannen gek op voetbal? Waarom gedragen de dominanten zich zoals ze zich gedragen? Hoe doen ze het?

Snel een doelpunt: aan zet zijn. Daar draait het om. Wie aan zet is domineert, dus bepaalt, dus neemt stelling en hoeft zich niet te schikken in een nederige rol die de ander hem of haar wordt aangedaan of aangepraat. Wie de bal (lees stem ) bezit bepaalt. Dit is waar de mensen die zich graag man laten noemen het liefst, mee bezig zijn. Als je het eenmaal weet en je let erop toont het zich steeds weer. De dominanten kunnen vaak veel minder dan je denkt. Ze doen zich geweldiger voor dan ze werkelijk zijn. Ze zijn goed in net doen alsof. Ze zijn super goed in hun woordkeuze. Daarmee winnen ze elke wedstrijd lees: gesprek. De manipulatieven heersen op het moment dat ze het woord nemen. Ze beschikken altijd over veel geluid. Het maakt helemaal niet uit waar je bent. Rotterdam of in een gehucht in NoordFrankrijk in Namibië of net buiten Londen.

Mensen die in kranten schrijven nemen al bij voorbaat het woord. Ze verleiden en als je gaat lezen ben je binnen. Als ze een sterk betoog schrijven ben je overtuigd, maar het blijven woorden. Altijd. Binnen onze illusies wordt heel wat afgestrijd en gezoend.

Als zestienjarige kon ik daar uren over nadenken. Meestal pakte ik dan de fiets en zocht een stiltegebied die onvindbaar bleef in Rotterdam. Stel dat niemand op de wereld ziet wat jij ziet. Stel dat je dat in je leven nooit uitgelegd krijgt? Dat is de hel. Mocht je in een kleinburgelijk gezin opgroeien waarin alles al zo’n beetje vaststaat wat je moet leren dan kom je zeker in een situatie dat het handig is te beseffen dat alles ook maar verzonnen is door,.......jawel de dominanten of zijn zij eigenlijk gewoon de volgers?
Sta je eigen mannetje!

Als water het voor het zeggen heeft zijn woorden overbodig.

 

Dansen met Wim Brands
Frankrijk, Picardie, In de buurt van en in Hirson Het leek zomaar een zaterdag in de zomer van 2015, de zon scheen. Nauwelijks een vuiltje in de lucht.

‘Laten we boodschappen gaan doen in de Auchan‘, sprak vriend Edwin nadat hij een slok van zijn koffie had genomen en eigenlijk wel trek had in een vers knapperig stuk stokbrood met iets lekkers erop.
‘Dan kan ik meteen tanken en vergeet jij je telefoon niet?’
Na 10 minuten rijden kwamen we in de gigamagasin. Het was druk en wij, de-Hollanders-met-hun-mobieltjes, zochten meteen contact met de server van de zaak. De handelingen bestonden uit gretig zoeken en kijken naar de minischermpjes waar de techniek uit spatte. Menig landgenoot zou zich een kromme rug lachen om die bezeten andere landgenoten (vast toeristen, je haalt ze er zo uit) Wij stonden fier rechtop onszelf te verliezen in digitale berichten en reclame en waren geen toeristen.
Toeval laat niet op zich wachten, toeval treft meteen en op het moment dat ik *TVblik:Boeken met Wim Brands van de VPRO op gmail opende, stapte de echte Brands de Auchan binnen.
‘Dit kan niet,’dacht ik meteen,'werelden beginnen doorelkaar te lopen, zoals in het echte leven altijd, ja hij is het echt.' Techniek is toch geweldig? Internet en de mens zijn toch in elkaar overgelopen?
Meteen wilde ik naar de meneer van de bladzijden, naar de heerlijke papa en echtgenoot, naar de beste vriend van schrijver Ariejan Korteweg toerrennen en een kus op zijn linker wang geven, maar ik stond als een standbeeld. Totaal stil. Is hij het wel echt? Stel je voor dat daar een lookalike loopt. Zo weinig volg ik op de televisie, maar van Wim Brands telde elk woord als de pit van een verse vrucht waar het leven steeds weer aan het begin staat. Zijn lichaam bewoog stijf, zijn benen stapten ongemakkelijk, alsof een been van hout was. Later vernam ik dat hij een ongeluk had gehad, van zijn fiets was gereden of van de weg en daarbij een been brak. Of het ooit nog goed kwam? Daaraan herken je de man of vrouw. Aan de manier van lopen. Zou je denken?
Zijn haren wuifden zonder wind, zijn colbert, donker van kleur was helemaal Brands. Alsof een magneet de zaak was binnengewandeld en ik kort daarvoor met een hamer in de winkelgrond geslagen was gelijk een spijker.
‘Stel je niet zo aan,’sprak een gedachte.
‘Maak je los en stap naar hem toe. Waarom niet? iedereen vindt het fijn complimenten te krijgen. Vooruit! Ga naar de man wiens programma je regelmatig tienen geeft en die jou aan het lezen kreeg van boeken zoals het brilletje van Tsjechov en van die Amerikaanse, hoe heet ze ook al weer? Brands ging er voor op reis, iets met Vay en Watson in haar naam, Claire. Ja, ze heet Claire en zij inspireerde ook weer. Je zag in het boekenprogramma ouderwetse foto's van haar vader. Wat was er met haar pa? Waren de ouders gescheiden? Leefde haar vader nog denk je achteraf? Met haar moeder begon ze toch een eigen museum? De schrijfster had objecten uit verlaten huizen en gebouwen verzameld. De universiteit van de dichtsbijzijnde stad wilde die spullen beheren, maar de schrijfster en haar moeder haalden op een dag de bezienswaardigheden terug en brachten ze naar de plek waar ze vandaan kwamen. Nee, ze legden ze niet terug in de ruïnes, maar begonnen hun eigen museum. Zo zat het verhaal van Claire in mijn gedachte totdat ik vandaag 19 april de uitzending nog eens bekeek. Door het verwoorden van de onderschriften bij de bezienswaardigheden begon het schrijven bij Claire. Dat klopte in ieder geval wel en ook dat ze tegen de door de universiteitgevormde elite ingingen en Brands dat toejuigde. Mijn zondag kon niet meer stuk.'
Bij het fruit trof ik de letterheer, maar als je denkt dat hij fijne complimenten van me kreeg en een zoen zoals Jamie Lee Curtis deed in de film A Fish Called Wanda, moet ik je teleurstellen. Geen enkele woordenwisseling vond plaats en je kan onmogelijk verwachten dat een interviewer zijn bewonderaarster zomaar herkent en met een interessant gesprek zal beginnen in een supermarkt. (Waarom niet eigenlijk?) Enkele minuten spiegelspel volgde. We deden elkaar na om keuzen uit te stellen. De één zocht naar woorden en de ander naar een stuk fruit en afleiding. Je pakt een appel, voelt er aan. Nee, toch maar niet. De ander doet hetzelfde. Die peren dan of een mandarijn? Het was gek en dwaas dat je over heel veel zou willen praten en dat er geen woord te binnen wil schieten. De een stond aan de ene kant, de ander aan de andere kant tegenover. Daarna omgewisseld en een ander moment toch gewoon (stilletjes) naast elkaar. Eentje wist veel over de boekenwerelden van de ander en de ander niets over die ene. Vol herrie van stemmen die als gedachtendraden mijn keel dichtsnoerden dwaalde ik in een onbezongen moment door de doodlopende gang van de biologische afdeling waar sapjes op planken stonden in benauwde flessen en natuurrijst in strenge verpakkingen.
Na terugkomst bij het verse fruit was hij verdwenen. (Natuurlijk, zo ging het altijd bij Brands) Nergens meer te zien. Ook niet bij de kassa’s.

Oorverdovende stilte!

Was het maar voor altijd 1 april 2016 gebleven.

*TVblik =herinneringsmail met aankondiging van weer een nieuw VPRO-programma Boeken met Wim Brands.

 

Terug bij af
vrijdag 4 december 2015
's Nachts is het zo stil dat je het gevoel krijgt dat je nog niet geboren bent. Zo was het voordat de mens zijn machines liet ratelen en ronken, razen en bonken. De aarde onbereden als een niet gedresseerd paard. Terug bij af.
Elke stap op het weiland is een doorzakker. Onder je voeten vertrap je gangen van muizen en een enkele mol. Kat Rodin kreeg in zijn eerste zomer (2015) de tijd van zijn leven. Elke nacht kraakten muizenbotten door de grote ruimte van het atelier waarin we sliepen. De volgende dag verrieden bloedsporen de strijden die waren gevoerd. Een muizenlevertje koud, achtergelaten op de stenen vloer. Of was het een hartje?
Dronken van bloed sprong de vierpoter op onze slaapbank en dook meteen onder het dekbed om op mijn nek in diepe slaap te vallen. Vogeltjes hebben niet zijn interesse, maar wat wil je? Wie zoveel muizen in het donker vangt zit als de zon schijnt nog steeds vol.

 




© copyright 2017 atelier liza

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

+