Inhoud voor nieuwe div-tag komt hier

www.atelierliza.nl    
home    
                        Sprookjes

16 februari 2018

Welkom, hier vind je moderne sprookjes.


De hoornjagers van de rode rotonde is voor kinderen vanaf 9 jaar:


De hoornjagers van de rode rotonde


Robin vond dinsdag 28 november 2017 een barbie in zijn schoen. Eéntje in houthakkerskleding met rugzakje, die kon je openmaken met een sleutel. Er hing een briefje om de nek van de pop. Daarop was te lezen dat een sleutel voor de tas op pakjesavond gegeven zou worden. In een gympie van Renee sliep een eenhoorn die ook een eigen rugzak met slot had. Ook daar hing een briefje aan met de mededeling: 5 december krijg je de sleutel. Wat spannend!
Je vraagt je natuurlijk meteen af of die eenhoorn echt is? Na de onthullingen over de Sint en Piet laat je je niet weer beetnemen toch?

De dagen gingen langzaam en de kinderen gingen er van uit dat het bijzondere beestje echt was. Robotpaardjes poepen niet. Die van hun wel, dus… Ze gaven het eten, drinken en een slaapplaats. Ze verborgen het hoefdiertje voor de wereld. Je weet natuurlijk allang dat eenhoorns schuwe dieren zijn? Dat betekent dat ze niet graag door mensen gezien willen worden.
Op de feestavond trappelden de kinderen van ongeduld. Piet gaf niet meteen toe aan hun nieuwsgierigheid. Hij wilde dat ze een lied zouden zingen voor de Sint, die voor de afwisseling zijn oude lange baard had afgeschoren en met zijn stoppelkin de hipste Klaas van Nederland was geworden. Daar werd aan de deur geklopt. In plaats van: Ook al bent u zwart als roet zongen de kinderen: Ook al zijn uw stoppels wit, u bent nog steeds fit. Vader droeg een dienblad met vijf kommen chocolademelk en daar lagen ook twee sleuteltjes naast.
Broer en zus draaiden in een zucht hun geheime tassen open. Beiden vonden een opgerold stuk papier. Hier meteen onder vind je die van Renee. Welke landen zie je afgebeeld? Herken je ook drie dieren?

Met 10 woorden moest Robin het doen, namelijk:

Zoek de ogen en overbrug.
Rodger zal veertien december spreken.


'Wie is Rodger?,' vroeg Robin.
'Geen idee,' loog zijn pa.
De Sint en Piet schudden ook met hun hoofd.
Renee keek naar haar eenhoorn, die weer naar de barbie van Robin keek. Het paardje lag in een mand onder de lage tafel, naast een stapel tijdschriften van Vrij Nederland.
Er waren nog veel meer pakjes uit te pakken.


14 december 2017
'Wanneer begint-ie nou?' vroeg Renee.
'Volgens mij is het een afluisterbarbie,'antwoordde Robin,'die duiken overal op, net zoals knuffels met camera:privacy speelt nergens meer. Ik zag laatst op internet barbies met T-shirts waarop TELL ME YOUR SECRET en I AM HACKED stond. Echt de robots zijn allang onder ons. We geven ons al massaal over. Waarom draagt onze pop houthakkerskleding? Kijk nergens is op zijn lijf iets te vinden van een deurtje voor een batterij.'
'Hij is wel duidelijk een jongen, ha,ha.'
Ondertussen aaide Renee haar hoefdiertje dat een licht snorrend geluid maakte.
'Zal ik Rodger opensnijden? Luister, je hoort niks als ik schud, software is geluidloos en vederlicht.'
'Laten we nog even wachten,' stelde zijn zus voor.
'Het is zonde van de pop.'
Robin wilde niet wachten en sneed een vierkant in de linker bil. Het leek de binnenkant van een paasei. Je kent ze wel. Je krijgt ze met pasen van een familielid en je denkt: bingo helemaal gevuld met eitjes. Niks, helemaal leeg, njente, nothing.
De bel ging.
De kinderen renden de trap af.
Wie stond achter de deur?
Een jongen zonder haar en in houthakkerskleding. Renee werd vuurrood en opende de poort.

'I am Rodger and I've a message for you two. You are expected,' zei hij op z'n Schots.
'The eye, do you know? The eye in the sky.'
'O, ja het plastic oog, twee ogen van plastic.'

'De ene boven Rotterdam en de andere boven Schotland.'
'Zouden we misschien?'

'Ja we gaan op reis,' riepen de kinderen tegelijk en sprongen deuken in de houten vloer. Ze omhelsden de vreemde jongen en trokken hem naar binnen. Robin schonk een nepbiertje voor hem in, waar hij meteen van begon te drinken. Hij sprak gewoon Nederlands:
'Heb reistickets voor jullie, moest ze aan jullie geven en ja, ha,ha deze houthakkerskleding moest ik ook aantrekken. Ik weet niet wat die vader van jullie allemaal van plan is, wat heeft hij in zijn hoofd? Ha,ha. oké, oké. Wat een idee. Voor mijn krantenwijk ben ik meer tijd kwijt en wat een heerlijk spul is dit.
Zal me meteen even voorstellen: Mijn echte naam is Pit en ik ben jullie nieuwe buur, proost.'

De boot naar New Castle in Engeland vertrok zaterdag 23 december om half 5 uit IJmuiden onder luid gekrijs van honderden meeuwen. Robin en Renee werden door vader en de nieuwe buurjongen uitgezwaaid. De kinderen straalden van opluchting, want even daarvoor dachten ze dat ze de zee helemaal niet meer zouden zien. Bij de douane ging alles zoals verwacht, maar nadat zij hun reistickets hadden laten zien bleef de slagboom dicht. De meneer, die toch ook maar gewoon zijn werk deed, keek de kinderen met gefronste wenkbrauwen aan.
'Waar is jullie moeder?'vroeg hij.
'Die hebben we niet.' antwoordde Robin.
'Waar is jullie vader of verzorger?'
'Zonder begeleider van 18 jaar of ouder mogen jullie niet verder.'
'O, ik ben hun verzorgster,' loog een jonge dame met vriendelijke lichtbruine ogen.
'Ik was jullie kwijt.'
Ze sloeg een arm om Renee en het voelde allemaal weer oké. Zonder problemen konden ze verder. Renee had een houten kerststal als handbagage. De eenhoorn lag binnen heerlijk in het stro. Water, voedsel allemaal aanwezig. Geen controleur voelde dwang om binnen te kijken. De vriendelijke dame heette Milly Macgaine en was een deel van de nachtreis prettig gezelschap. Ze trakteerde de kinderen op echte Engelse thee met verse scoons. Ze vertelde verhalen over de clans in Schotland en de vele verschillende wapenschilden. Ook wist zij dat er nog echte wilde katten in Glen Affric leefden met dikke staarten zonder punt. Om zeven uur de volgende ochtend werden Robin en Renee in hun eigen scheepskajuit wakker en brachten Milly een kopje thee op bed. Ze sliep in de kajuit tegenover hen.
Ze waren 17 uur onderweg geweest.

Zondag 24 december - 9.30 uur
Onze elfjarige zeepassagiers werden opgewacht door Morgan, Ethan and Mother Macauley. Ze hadden elkaar al via youtubefilmpjes gezien. De tweeling uit Rotterdam omhelsde Milly Macgaine. Ze bedankten haar wel vier keer.
'Thank you, thanks, merci beaucoup, dank u wel.'
Zonder die aardige Miss Milly waren ze nooit zo ver gekomen. Ze hadden hun rugzakken weer omgedaan en mengden zich tussen de mensen.

Ethan stond tegenover de uitstroom van reizigers en viel meteen op. Hij was lang en droeg een wapenschild met een eenhoorn, die door hemzelf geschilderd was. Hij had een enorm zwaard in een schede naast zich staan. Als veertienjarige telde hij helemaal mee, zeker met zijn lengte. Zijn zus was drie dagen tien en zwaaide met haar plastic eenhoorn naar Robin en Renee. De laatstgenoemden gedroegen zich graag als volwassenen als ze samen hun tijd deelden. In het bijzijn van grote mensen speelden ze voor de lol dat ze kinderen van elf waren. De mensen trapten er altijd in. Zij konden koken, ruimden hun eigen kamer op, draaiden met gemak wassen in de wasmachine. Van strijken wilden ze niks weten evenzo vonden ze het zonde van hun tijd om te stofzuigen. Ze hielden van de natuur, kenden bijna alle geluiden van vogels en wisten welke wilde planten je wel en niet kon eten. Aan paddestoelen waagden ze zich nog niet want de dood treedt snel in als je een giftige opeet. Ook konden ze aan de hand van de sterren in de nacht makkelijk bepalen waar het noorden, het oosten, het zuiden of het westen was. Door naar wolken te kijken lazen ze het weer. Ze waren uitermate geschikt voor de opdracht van sinterklaas.

'Who's Robin?'
'Ah..., you are Renee.'
'What a nice unicorn you have Morgan,' zei Robin.
'This is a very special kerststal.'
'It's made by myself,'sprak Renee.
'Your painted unicorn is also very nice,'
'It looks so real.'
'We can understand Dutch, uh we kunnen ook Nederlands praten,' stelde Ethan voor.
'Onze vader komt uit Willemstad.'
Mother Macauly zei:
'First we travel by car and after six hours you are going to ride in a 4- horses open sleigh.'
De kinderen zongen meteen in koor:
'Jingle Bells, Jingle Bells Jingle all the way.
Oh, what fun it is to ride in a 4-horses open sleigh, hay!'

Ze stapten in de meest stoere auto, die je maar kan voorstellen. Een Landrover Defender. Zo eentje met grote wielen, die er voor gemaakt zijn om door modder te kruipen. Een hoge rechthoekige voorkant, waar het monster van Loch Ness koppijn van zou krijgen als-ie er met zijn schedel tegenaan zou knallen. Zo'n kar die ontworpen is voor de wildernis, zoals bergschoenen voor trektochten over de Highlands. Mother Macauly zetelde zich achter het stuur.
She said:'So, fasten your seatbelts, we're about to take a trip into the wild, boys and girls.'
Schots avontuur in het noorden.
Het begon te sneeuwen.

Om een nog beter beeld te krijgen over wat zich in de volgende weken afspeelde laat ik
je meelezen in het dagboek van Renee. Ze bood het zelf aan en het is de moeite waard. Mijn kijk op de eenhoorn is na het lezen van haar verhaal voor altijd veranderd. Ooit een hele lange nacht meegemaakt die niet eindigde?
Het begon alsvolgt:

zondag 24 december 2017

Ik weet waarom wij onze veiligheidsgordels moesten omdoen. Mother Macauley drukte haar gaspedaal met zoveel spirit in dat ik het idee kreeg dat ze achter een Bösendorfer 225 vleugel had plaatsgenomen en speelde in een orkest met Gergiev als dirigent. Ze voerde ons van het wegdek naar steeds hogere regionen, we kwamen zelfs los van de grond. Bij het remmen denderden we geregeld met een klap naar beneden. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt.
Er was nog meer. Steeds als ik Mother Macauley hoorde praten dacht ik aan die vrouw op de boot, ik hoorde Milly Macgaine. Die twee hadden iets met elkaar. Hoe en wat werd me pas de laatste dag duidelijk.

Peals of laughter
Vier dwergpaarden stonden voor een slee toen we aankwamen in Tomich, een plaatsje in Glen Affric, ongeveer 30 miles from Inverness. De hoefdieren waren breed en gespierd met prachtige lange manen. Er lag al zeker tien centimeter sneeuw en de dieren stampten van ongeduld. Een hele lange man met een ijsmuts kwam naar ons toegelopen en opende de autodeur waar ik achter zat.
'Hello Renee and Robin,' zei hij met een brede smile.
'Ik heb al veel over jullie gehoord en wat fijn om weer voluit Nederlands te praten
'Kom er snel uit, hoe was jullie reis? Jullie zijn al dagen onderweg en zeg maar ome Soep tegen mij dat vind ik gezellig klinken en jullie zullen vast wel trek hebben in een stamppot met spek. Dat krijgen jullie mee, want haha jullie zijn er nog niet. George wacht op jullie op de plaats van bestemming. Een stenen huisje in het woud.'
Hij gaf ons en hand en verontschuldigde zich dat we nog niet aan het eind van onze reis waren.
' Nog een klein stuk het bospad volgen en binnen een kwartier zijn jullie echt op jullie vakantieplek.'
Zijn kinderen stoven naar buiten en zakten meteen tot hun enkels weg in de vers gevallen sneeuw. Ze wisselden knuffels en hij keek ons nog even indringend in de ogen. Hij gaf zijn zoon handschoenen en overhandigde ons een deken, waar Robin meteen de sneeuw uit wapperde. Ethan zou ons door het woud gaan trekken. Ach wat schrijf ik nou? De vier paarden trokken ons.
Mother Macauley zou de volgende morgen even komen. Samen met haar man bleef ze in hun natuurstenen cottage met zeven vakantiegasten. Rook steeg in kleine wolkjes op uit de schoorsteen.
Ik strekte me uit en zag Robin wilde sprongen maken. Morgan gooide een sneeuwbal naar haar broer en in een mum van tijd stoven sneeuwbommen rond onze oren.
'Hurry, hurry,' zei mother Macauley en ze klapte met haar blote handen.
'You will freeze if you don't hurry.'
We duwden de bagage onder de houten banken van de slee en lieten de plank waarop we plaats namen met een klap neerkomen. Proviand ging ook mee en een ton drinken, chocolademelk ontdekten we later. We gingen zitten en ik had een enorme honger. Uit mijn kerststal kwam een zacht gehinnik en even dacht ik dat het mijn maag was.
Morgan zei:'I hear bellylaughs, lovely bellylaughs.'
Morgen zou ik het haar laten zien. Morgen zou zij ons geheim mogen aanraken. Robin snoot zijn neus.
'It's flipping freezing.'

Ethan klakte twee keer met zijn tong en gooide de teugels op. De paarden briesten en snofen. Langzaam kwamen hun lichamen in beweging. We zwaaiden naar mother Macauley en father Soop.
'See you tomorrow!'
Ik vond het vreemd dat we zonder hun verder gingen. Ethan rinkelde met een kerstbel en een vage afdruk in de sneeuw achtervolgde ons. Spoedig zouden wij geen sporen meer nalaten, want steeds meer vlokken dwarrelden om ons heen. We gleden de koude avond in. De manen van de paarden golfden sierlijk tegen de witte achtergrond. Het was stil, doordat de gevallen sneeuw het geluid dempte. We trokken de wollen deken over onze hoofden en kropen dicht tegen elkaar aan.

'See you tomorrow, hoorde ik de ouders nog zeggen'
Nooit gedacht dat een nacht zo lang kon duren.

De maan hing als een grote zilvere kerstbal boven ons. We hadden geweldig zicht. Schaduwen deden me aan overdag denken. Ik begreep ineens waarom nachthoveniers zweerden bij zaaien in maanlicht. Een goede start is het halve werk voor een gezond plantenleven. Geen zonnestraal die je als zaadje uitdroogt en geen vogel die je meteen opeet. Natuurlijk griezelden we onder onze deken en hadden we het over:'Stel dat we het huisje toch niet zouden vinden?'
Morgan verzekerde ons dat je niet kon verdwalen als je gewoon het pad volgde en dat je het kon ruiken als je in de buurt kwam. Ik dacht meteen aan Rotterdam. De Maas geurt al van grote afstand. We grapten over wolven op de weg en beren achter bomen en de eenhoorn in zijn stal knorde onophoudelijk, waardoor Robin en ik steeds harder ging praten. We wilden ons geheim nog niet meteen prijsgeven.
Morgan zei:'Do you smell it?'
'De geur van zoet verbrand hout, dat uit een schoorsteen komt.'
Ethan riep:'Ho,ho,hooohh!'
We waren er.

Ik zag geen bemost boshuis met scheve houten luiken en een gammele groene kraakdeur, nee daar stond een kasteeltoren fier naar de hemel reikend, op ongeveer tien meter van het pad. Het was opgetrokken uit natuurstenen met daartussen uitkijkposten van glas. De schoorsteen preikte precies in het midden van het in een punt-toelopend dak. Ooit was dit majesteitelijk onderkomen het huis van de paardenverzorger, fantaseerde ik. De stal stond op nog geen vijf meter. Het leek heel logisch, dat boven op de berg in de Middeleeuwen een kasteel stond. Nooit zal ik vergeten hoe warm het beneden in het vertrek was en hoe afschuwelijk de kou was waar Robin en ik een dag later in terecht kwamen. Ik besloot eerst mijn kleine hoefdier te verzorgen en rommelde buiten met water, hooi, haver en stro. Ethan liep met zijn paarden naar de stal en ik volgde hem op de voet. Die van mij kon daar ook staan, een stal in een stal. Er was genoeg plek. Ik maakte met balen stro een omheining. De unicorn kon eindelijk zijn magische benen strekken.

George, gehuld in vodden, stond in de deuropening van de toren en heette ons als een jonge schoolmeester welkom. Dat ging zo: Hij boog ietsje naar voren en sprak zachtjes in je oor: 'Welcome, welcome children.'
Hij gaf een hand en keek in je ogen. Hij had zachtblauwe. Vervolgens zei hij op een wat lijzige manier onze naam. Ethan en Morgan waren wel bekenden voor hem.

Je kan vanalles binnen verwachten in een toren in het bos. Denk aan een grote ronde riddertafel, wapenschilden, pijl en bogen, tientallen boeken. Een megaverzameling hoorns is toch niet het eerste waar je aan denkt? Hij spaarde ze al in zijn jonge jaren en had ze van Schotse hooglanders, koeien, schapen, bokken, geiten en van onbekende oorsprong. Aan de muur hingen exemplaren van gazellen uit Afrika en twee kanjers van een okapi, een brede van een waterbuffel en ook eentje van een vis, net een unicorn. Zijn studie biologie in Edingburgh had zijn verzamelwoede doen uitbarsten. Geen houden meer aan.
We gingen rond de houtkachel zitten en onze wangen werden roder en roder. We slurpten groentesoep als hongerige soldaten en werden kannibalen bij het naar binnen schokken van de grote stukken spek en worst die bij de andijvie-stampot op de borden lagen. Morgan at een vegetarische worst die er bijna net zo uit zag als de onze. Voldaan zakten we onderuit in comfortabele stoelen.Ik begon me in stilte af te vragen of het nou allemaal gewoon toeval was of dat er veel meer achter zat? Robin en ik hadden tenslotte een geheime opdracht van sinterklaas.
George begon te vertellen over tekeningen van gazellen en over oude afbeeldingen die hij zelf gevonden had van dieren met maar één hoorn. Hij liet ons een plaatje zien van een schilderij waarop een dame met een klein unicorn op haar schoot te zien was en hij toonde riddertoernooien waar speren de indruk van hoorns op paardenhoofden gaven. Niemand besefte toen dat we in een groot avontuur terecht waren gekomen. Bijna had ik het niet meer kunnen navertellen.

George sloot alle luiken en opende de deur om te kijken of er toch niet iemand achter stond. We hadden niet het idee dat er achtervolgers waren tijdens onze sleetocht. We begrepen nog niks van zijn gedrag. We begrepen nog helemaal niks van onze eigen missie. Daar iets op het spel stond moesten we een geheimhoudingsplicht uitspreken. Een olleke, bolleke, knol. Het werd spannend.
Hij wilde zeker weten dat zijn ontdekking niet in handen zou vallen van de hoornjagers van de rode rotonde. Bloedbroeders met rode vingers en tassen vol pleisters, die alles in het werk stelden om aan bijzondere hoorns te komen.
'Als ik zeg alles, dan bedoel ik ook alles,' zei George en maakte een I-kill- you beweging naar zijn eigen strot en naar die van Ethan.
'Wauw,' zei laatst genoemde en stak als eerste zijn arm uit met zijn hand in een vuist. Morgan legde haar knuisje daar op. Robin en Renee volgden.
Ethan sprak:'Wij uh ...ridders van de ronde toren zullen niks verraden over het grote geheim dat George met ons gaat delen.'
'Olleke, bolleke, silence solleke, olleke, bolleke, knol.'
We herhaalden zijn woorden nogmaals, allemaal tegelijk.
We keken elkaar minuten lang in de ogen. George kuchte en wenkte ons mee te komen.
Hij zei: 'Next time put all your clothes on.'
In plaats van de deur te openen bukte George zich en opende een luik in de vloer. Een enorme kou steeg op.
'Follow me and be careful.'
'Voorzichtig, de laatste tree ontbreekt.'
Nadat we ons door de smalle opening hadden gewormd en twee meter lager weer grond onder onze zolen voelden, sloot George zorgvuldig het luik. We waren in een lange tochtige gang zonder licht. Het rook naar champignons en herstbladeren. De zaklantaarn was noodzakelijk. Soms moest je bukken en een andere keer was er veel ruimte boven je hoofd. Je kon helemaal doorlopen naar Tomich. Dat deden we die avond nog niet. We waren veel te uitgeput door de lange rit uit New Castle. Na ongeveer een kwartier keerden we om.
Weer boven in de warmte was het Robin die zich op een plechtige wijze naar de anderen richtte. Hij stond op en begon in zijn beste Engels: We also have a secret, it lives in our crib. At this moment he is sleeping, but tomorrow we will show you. Ethan, Morgan en George maakten grappen over een cavia en een dwergkonijn haha...een dwergmuis.
Ze moesten eens weten.....,

De volgende morgen om zeven uur werden we gewekt door George die beneden brood en eieren had gebakken en bosbessenjam voor Morgan op tafel had gezet. Toen ik beneden kwam keken ze me allemaal met een vragende blik aan, behalve Robin.
‘Kom mee naar de stal, and I show you.’
Het was nog donker en de sneeuw had een donzen dekbed over het bos geworpen. Iedereen was stil. Unicorn lag te slapen in een bedje van stro.
‘Is it real?’vroeg George
‘Ofcourse,’zei Robin
‘Hij eet, slaapt en poept, dan leef je toch?’
Morgan zei:’Dobry, lief dier.’
En zo kwam het dat onze unicorn een naam kreeg.
Ze waren allemaal sprakeloos.
George wist het nu zeker en zei:’I’ll show you, ik zal het jullie laten zien.’
Wat bedoelde hij?
George kende de stamboom van het paardje en fluisterde dat zijn hoorn licht zou gaan geven als het beestje volgroeid was en zijn bestemming gevonden had. Dat schijnt bij mensen ook zo te zijn, niet letterlijk dan.
We verlieten de stallen en namen plaats aan tafel voor het ontbijt. We voelden allemaal een zenuwachtigheid in George. Zijn gezicht was rood van de spanning. Ethan gooide per ongeluk de koffiepot om en wilde de afwas doen met mij, om de schade te herstellen.
George had haast en struikelde over zijn woorden. Het kwam er op neer dat we eerst een ochtendwandeling onder de grond naar Tomich moesten maken, voordat mother Macauley langs zou komen. Er was geen tijd meer te verliezen.
‘ Neem het paardje mee, haal Dobry.’

 

wordt vervolgd,



***)(***


 



In 1987 schreef ik een toneelvoorstelling: Viola's reizen voor kinderen (met liedjes en muziek). Een tournee langs bijna alle kinderdagverblijven in Rotterdam Zuid volgde.
Daar de tijd niet stil heeft gestaan besloot ik in 2017 een nieuwe Viola's reizen te schrijven. Weer over een bezoek in de dierentuin, weer met humor en niet alleen voor de kleintjes.

 

17 november 2017 

Viola's reizen


Er was eens een meisje, dat een muis als vriend had. Niet vreemd toch? Veel kinderen houden van die piepbeestjes. Veel grote mensen delen die liefde niet.
Het meisje was ongewoon, ze was maar 11 centimeter lang. Dat is ongeveer zo klein als een zaktelefoon anno 2017. Ze was de allerkleinste mens van de hele wereld. Haar moeder, die weliswaar slechte ogen had, kon haar eigen dochtertje nauwelijks zien. Als ze haar kind in de ogen wilde kijken kwam er altijd een ouderwets vergrootglas te voorschijn. Mobieltjes waren niet aanwezig in het huis waar dit verhaal begint. Het meisje sliep niet in een bedje zoals jij, ze woonde ook niet in een poppenhuis, wat je wel zou verwachten. Nee ze had de binnenkant van een oude viool als kamer. Ze had een zacht nestje van watten gemaakt waarin ze de nachten doorbracht in een luxe washand, samen met haar muis.
Mocht je denken dat ze het erg vond zo klein te zijn dan heb je het mis. Ze vond het juist heerlijk. Door haar afmeting kon ze veel meer beleven dan andere kinderen. Er waren voordelen: ze hoefde nooit naar school, nooit naar de kapper, nooit naar een tandarts, niet verplicht op zwemmen of andere clubjes. Ze kon praten met insecten en het allerbelangrijkste zij en haar muis waren volkomen vrij.

Op een dag besloot ze op reis te gaan. Ze vertelde haar moeder dat ze naar de dierentuin wilde. Die was tegenover hun woning. Je kon ‘s nachts apen horen fluisteren en overdag leeuwen horen brullen. En wat dacht je van olifanten, die met hun slurfbewegingen hele verhalen zonder woorden vertellen en eens in de zoveel dagen met elkaar trompetconcerten geven?
‘Natuurlijk kind,’ sprak haar moeder.
‘Ga de wereld ontdekken, ze is overal. Het is wel belangrijk dat je een naam krijgt, zodat ik je met mijn megafoon kan roepen als ik een paddenstoelensoep voor je heb.’
Ondertussen smeerde het meisje zelf minibroodjes met pindakaas.
‘Vanaf vandaag zal jij Viola heten.'
Het meisje keek haar moeder liefdevol aan. Met een naam ben je net als alle anderen. Dan hoor je bij de mensheid. Heerlijk vond ze dat.
'Hoe zal ik jou noemen?' vroeg ze aan haar muis.
'Piep.'
'Ik noem je: Pep.'

Via hun achtertuin stapten Viola en Pep het avontuur tegemoet. Ze glipten tussen de spijlen van stevig staal mosgroenbeschilderd hekwerk, dat de dierentuin omsloot. De voetreis was begonnen.

Alsof de grond ermee speelde glibberden de kleine vrienden al na twee minuten over gigantische schillen. De blote voeten kregen het te verduren.
Zonder zolen de wereld in. Wie verzint zoiets?
'Pas op daar komt er weer ééntje!'
Waar waren ze terecht gekomen?
Gele slijmsporen, bruine smeurie, zoete geuren.
Hun tenen verdwenen totaal in de drap.
'Welke halve zool gooit al die schillen naar ons?'
'Ba,ba,ba,ba,'antwoordde een onbekende, die zich schuil hield achter autobanden en oude houten kratten.
'Na, na, na, na,' klonk het van de andere kant.
'Nen, nen, nen, nen,' piepte Viola terug.
'Ha,ha,ha, ha,' schalden lachapen en ze toonden zich sprongsgewijs.
'Wat een schaterschavuiten,' dacht Viola en lachte breeduit terug.
'U bent de eerste mens die meelacht met ons,' sprak de aap, die een broek aan had.
'U bent wel uh, hoe zal ik het zeggen?....u bent zo kl...uh anders.'
Viola zei niets.
'Altijd worden grote mensen boos als wij met voorwerpen gooien,'vervolgde de aap en zong:'Wij hebben feest en daarom zijn we blij, we zijn zo blij ik voel me vrij en daarom kom erbij.'
Viola schudde nee nee nee met haar hoofd. Ze moesten door. De reis was nog maar enkele minuten geleden begonnen. Onmogelijk om nu al toe te geven aan feestelijk tijdverdrijf, terwijl de wereld wachtte.
Viola vroeg:'Waarom zijn jullie blij, terwijl je in een dierentuin opgesloten zit?'
De aap met de grootste bek antwoordde:' Wij komen uit het Amazonewoud in Brazilië en mensen maken daar elke dag fikkies. De boel brandde steeds af en wij moesten met onze families voortdurend verhuizen. Een eigen plek is een voorwaarde om je fijn en vrij te voelen.' Terwijl hij sprak slingerde hij naar de andere kant van de zeer grote kooi. Daarbij komt: één maal per week krijgen we bananen. Dat is zoiets als een ijsje voor jullie. Wij eten ze heel graag.
'Ach zo,' antwoordde Viola terwijl ze haar voeten aan haar eigen benen afveegde.
' Wij gaan er weer vandoor. Tot later.'
Weg waren meisje en muis.
Ondertussen was de dierenoppasser op het geluid van de slingerapen afgekomen en ving een glimp op van de aap met de broek aan. Die paar tellen waren genoeg om de dierentuinvrouw een enorme lachstuip te bezorgen waardoor een tweede oppasser werd gealarmeerd die hals over kop zijn verse vleeshompen liet vallen en toesnelde. Binnen vijf minuten waren de lachsalvo's orkestraal geworden en schoten bezoekers richting apenkooi. Uit nieuwsgierigheid. Uit pure ja-wat-is-daar-aan-de-hand? vragen.
'Gaat het wel goed?'
'Ha, ha, ha, hi,hi, hi, ho ,ho, ho.'
Schuddenbuikend stonden mensen elkaar aan te gapen.
Het ging heel goed daar vonden ze zelf. Wat een lol.
De apen beleefden De Dag van hun leven. Niet alleen de apen, er komt nog veel meer...

Twintig meter verder was de stemming geheel anders. Gigantisch grote bergkatten brulden hun speekselconcert de omgeving in. Er hing een bordje bij hun kooi waarop stond: luipaarden. Viola kon heel goed lezen en schudde weer nee nee nee met haar hoofd. 'Die naam moet een vergissing zijn. Daar lopen geen paarden, daar sluipen actieve vlekkatten. Wie zijn die lui die namen verzinnen voor dieren?'
'Waar blijft ons ontbijt?' kermden de kattenbekken.
Ze waren gewend om elke dag op precies dezelfde tijd hun vleeshompen toegeworpen te krijgen en luidsmakkend alles tot de laatste bloeddruppel weg te likken om vervolgens boven in een boom uitgeteld en voldaan uren te spinnen. Zo ging dat en de rust was daardoor verzekerd. 's Ochtends precies 8 uur: bijt-ontbijt. Geen minuut later. Waar was hun verzorger met de stukken sappig vlees?
De olifanten werden onrustig door het grommen en grauwen van de ontevreden kattenklanten en reageerden door veel harder dan normaal hun trompetgeschal op te voeren. Zo overstemden ze hun omgeving. Zoals de rockband ACDC, maar dan zonder gitaren. Zebra's sloegen op hol, antilopen, wildebeests, springbokken, kudu's allemaal begonnen ze te rennen. Waar is het gevaar?
Ground squirrels klommen in bomen, struisvogels renden op hun stevig gespierde poten in een cirkelbaan achterelkaar. Het leek een bizarre training voor de jaarlijkse marathon in Rotterdam. Nee, struisvogels gaan bij gevaar niet stilletjes hun kop in het zand steken, die lijken in de verste verte niet op mensen. De Afrikaanse Savanne veranderde in een dolgedraaide windhoos die vervolgens het Amerikaanse deel bereikte. Coyotes begonnen elkaar te bijten uit angst zelf gebeten te worden. Een bijziende bizon brak door een houten hek en er verschenen echte beren op de weg. Iedereen werd een gevaar voor elkaar. Angst verspreidde zich als een lopend vuur door de hele dierentuin.

Kan een piepklein meisje binnen vijf minuten wereldnieuws maken?
Sirenes, politieauto's, brandweerwagens, ziekenauto's, journalisten, fotografen, reporters. Ze arriveerden allemaal binnen enkele minuten. Mobieltjes doen wonderen. De dierentuin kwam in de schijnwerpers van de wereldpers.  Er ontstond nog meer paniek.

Viola en Pep verdwenen zo snel mogelijk uit zicht. Bij de schildpadden op het eiland was weinig beweging. Daar moesten ze zien te komen. Hun leefgebied lag midden in de grootste vijver van de tuin. Waar konden onze kleine avonturiers een boot voor hun formaat vinden? Op het pad, voor de struik waar ze zich schuil hielden, lag een witte plastic beker met roeispaan om vooruit te komen. Ze rolden hun vaartuig naar de waterkant en sprongen snel in het schuitje. Tegen de tijd dat een filmer met zijn beeldmateriaal de buitenwereld met de dierentuin kennis liet maken en mensen massaal selfies klikten met de op hol geslagen dieren-en mensenbende achter zich, roeiden Viola en Pep rustig naar het eiland. Daar zouden ze veilig zijn, dachten ze.
Steeds groter wordende schilden schuifelden langzaam op het eiland voort. Viola wist allang wat schildpadden waren, ze had thuis weleens in een dierenboek naar hun afbeeldingen gekeken. De naam: Testudo Hermanni stond daarbij en op plaatjes zag je schildbonken zo groot als mensenvoeten. Op het eiland zag ze joekels, die het formaat van een omgedraaide badkuip hadden. Daar moest je niet onder terecht komen. Hun bekken leken op klapperende brievenbussen.

Bij het aan land stappen wilden Viola en Pep ongezien blijven. Hoe?
Heel simpel. Zodra ze vaste grond onder hun voeten hadden keerden ze de plastic beker, kropen eronder en hupla ze hadden bescherming en waren zelf onzichtbaar. Heel langzaam schuifelde de beker nu ook over het eiland. Ze hadden niet door, dat ze al vanaf de waterkant werden bespied door twee donkere oude ogen van een schildpad die van de echte Galápagoseilanden afkomstig was. Haar naam was Sir Darwin de Tweede. De reptielenreus had heel wat mensen zien komen en gaan. Ze zag atletische lichamen voorbijpeddelen in kano's en huiverde bij het zien van de diepfronsenden met dunne benen en kromme ruggen stuntelend in rode roeiboten. Nog afschrikwekkender ervoer ze de kolossalen in hun witte waterfietsen met dikke buiken en kuiten, volop voedsel uitdelend met grote handen aan armen als boomstammen. In haar schilpaddenbovenkamer had ze haar indeling van de mensen gemaakt: zij die met hun lichaam leefden en zij die in hun hoofd huisden. Beiden bezaten de ontembaarheid van een zebra. Hun aangepaste gedrag was schone schijn. Zodra de buitenwereld uit zicht was sloegen hun driften op hol. Sir Darwin had het allemaal gezien. Een klein exemplaar van ietsje groter dan tien centimeter was ze nog niet eerder tegen het lijf(je) gelopen. Ze dacht aan een slimme speling van de natuur. Wat voor voordelen heb je als minimale mens? Je hebt veel minder voedsel nodig, je neemt minder ruimte in. Dat zou weleens de sleutel kunnen zijn voor overleven. Maak mensen kleiner en de aarde wordt groter, voedselproblemen zijn binnen een paar jaar helemaal opgelost. Koeien zouden niet langer uitgemolken worden. Niet doordat het niet kon, de mens verzint altijd machines waarmee het wel kan, ook zijn die apparaten makkelijk vijftig keer groter dan zijzelf. Nee, melk werd niet meer verdragen in de minimagen. Zo verder fantaserend begon Sir Darwin een plan te maken om in contact te komen met de net aangemeerde bekerbewoners. Ze verzamelde stukjes sinaasappel, hele appels, druiven en gestampte kersen. Ook duwde ze tegen gevallen hazelnoten en gedroogde tarwekorrels. Nog even doorbijten en ze kon de  lichtvoetige bezoekers trakteren op een rijk maal, een fruitbanket.
Snelle gasten gooiden roet in het eten. Kraaien zo donker als de verfstreken van die eigenzinnige schilder uit Nederland met zijn kleurrijke pallet. Hoe heette de man ook alweer? Hij naaide niemand een oor aan, maar sneed wel die van zichzelf op een dag eraf. Ja Vincent, Vincent van Gogh, hij schilderde Korenveld met kraaien. Waarom moest zijn oor eraf? Was hij de geluiden van de wereld zat? De zwarte vogels van ons verhaal gapten al het lekkers voor de reuzenschildpad weg.  Snelle vlegels met snavels waartussen lage indringende krasgeluiden ontsnapten. Viola en Pep schrokken zich de apenstuipen. Ze gluurden vanonder hun beker naar de lawaaimakers. Daar zij van de helpende hand waren werden de rollen meteen omgedraaid. Niet geprobeerd is altijd gemist. Onze kleine vrienden wilden voor een nieuwe fruithap zorgen.
Ze moesten ongezien blijven zodat ze binnen hun omgekeerde schuitje bleven en zich moeizaam verder over het eiland voortbewogen. Hun verzamelactie pakte totaal anders uit dan ze in gedachte hadden. Ze verloren meer dan ze binnenhaalden. Hun fruitspoor trok nog meer dieren aan, zoals: kuifmezen, spreeuwen, roodborstjes bleekscheetparkieten en meerkoeten. De kraaien waren weg.
Op een mooi moment kon de plastic fruitpoeper niet meer verder. Ze waren ergens tegenop gebotst. Een hazelnoot rolde onder hun beker en nog één en nog één. Van wie waren die afkomstig?

Viola en Pep moesten zich buiten hun scheve schuitje wagen. Ze zagen iets ongelofelijk groot. Wat een bonkig beest, wat een gevaarte daar hoog in de lucht.
Twee vriendelijke ogen keken naar beneden.
'Welkom schuitmarcheerders, waar komen jullie vandaan?' vroeg de gigant.
'Uhuh va...van van de straat hier tegenover de dierentuin,' schreeuwde Viola en zwaaide met haar armpjes richting haar huis.
'Je hoeft niet te schreeuwen hoor,'sprak Sir Darwin rustig.
'Maar u heeft geen oren?'
'Nou en? Oren zijn niet altijd nodig om te hore hoor. Ooit een vis met oren voorbij zien zwemmen? Of een vogel?
Viola en Pep begonnen te lachen.
'Vertel me eens wat een straat is?' vroeg Sir Darwin.
'Ja hoe z..zal ik het..t zeggen? zei Viola en vervolgde:'Denk aan huizen naast elkaar, denk aan nummers. Daarbinnen wonen mensen en dieren die hun woning kunnen verlaten via de deur. Daar kunnen ze ook weer door naar binnen. Denk aan schildpadden die uit hun pantsers kunnen stappen.'
'Ha, ha ha, hebben jullie ooit een naaktpad voorbij zien rennen?'grapte Sir Darwin.'
'Zonder schild zouden wij veel sneller zijn.'
'Ha,ha,ha,ha.'
'Hoe heten jullie?'
'Mijn naam is Viola en dit is mijn vriend Pep.'
'Heeft u ook een naam?'
'Ja ze noemen mij hier Sir Darwin. In de tijd dat ik in dit dierenpark kwam, en dan heb ik het over meer dan vijftig jaar geleden, kregen alle dieren namen. Minstens twee, zoals: Dikkie Duck voor een Nijlgans en B. Beer voor een donker bruine reus en zo had je Zeppo Zebra, Ma Papegaai en in de jaren-tachtig Calisto Hagedisco. Ik kom van de Galapagos-eilanden en daar was ooit de beroemde zeevaarder en reisbioloog Sir Darwin. Wie kent hem niet? Hij was de man die ontdekte dat alleen al binnen de vinkenfamilie heel veel verschillen te zien waren aan de snaveltjes van de vogels. Hoe dat kwam en hoe dat de zienswijze op het leven veranderde kan je lezen in de vele boeken die over evolutie en de Survival of the Fittest zijn geschreven. Ik kreeg de naam van man die mijn volk onder de loep nam.
Viola reageerde meteen:' Maar u bent een dame?'
'Ja, ja', antwoordde Darwin.
'Geen dierentuinbezoeker die ooit verschil zag. Anno 2017 is het hartstikke hip: een dame met een mannennaam. Mensen zijn gekke dieren.'
Viola en Pep begonnen te zingen over vliegende vissen, steppende stippen, rollende nummers en vaatdoeken die onvindbaar werden doordat afwasmachines het bewind binnen muren overnamen. Ze sloten af met lange uithalen over zeilende postzegels zonder internet. Fossielen zijn werkelijk heel hip.
'Ik kan je een nog veel sterker verhaal vertellen ,' begon Sir Darwin en likte met haar rode tong over de bovenkant van haar scherpe bek.
'Ik ken een dier dat wel drie geslachten heeft.'
Viola en Pep keken met grote ogen op naar de schildpad.
‘Ik sta paf, vertel, vertel, vertel, snel ik wil het horen,’zei Viola.

'Ja, ja, ja,'vervolgde Darwin,’ik vang nog wel eens wat op hier. Het bewijs dat je zonder oren toch kan horen. Je moet weten dat veel biologen onze dierentuin bezoeken en evolutie een prominente plek in hun programma heeft. Daar is sinds 2015 ook nog eens de jaarlijkse zwerm astrobiologen bijgekomen en reken maar dat ze vliegen. Hun nieuws pakt razendsnel dierentuinbewoners bij hun klatten. Stel je eens voor dat een professor op het onzalige idee komt één van ons op de Maan te plaatsen. Beginnen ze daar op die satelliet een ruimtepretpark met space-beest. Sorry ik dwaal af. Waar was ik gebleven?
Hoe zou iemand van het derde geslacht eruit zien? Hoe zou jij zo'n persoon tekenen?' Sir Darwin zocht naar de beste woorden voor haar jonge luisteraars. Ze wist niet dat Viola en Pep het allemaal al wisten van de bloemen en de bijen en plezier van het vrijen. De schildpad begon als volgt:'Er waren eens een prinses en een prins, die trouwden en meteen veel kinderen kregen. De prinses had een vriendin, waar de jongens hard van weg zwommen. Niemand wilde met haar kussen en al helemaal niet trouwen. Hoe kon zij ooit kinderen krijgen? Ze werd elke dag verdrietiger. Haar vriendin de prinses kon haar onmogelijk troosten. Op een dag zwaaide een waterfee met haar staf boven de golven. Ze toverde in één keer vijf baby's voor het verdrietige eenzame meisje zonder vriend. Vijf kinderen, die precies waren zoals zijzelf. De volgende dag kreeg ze weer vijf kleintjes en zo ging dat een tijd door.'
Viola en Pep staarden vol ongeloof naar de reuzenschildpad. Viola dacht dat het een grap was. Haar vader en moeder hadden haar verteld dat een papa en een mama nodig zijn om een baby in een vrouwenbuik te laten groeien.
'Ik heb het over......' hier stopte Darwin en ze keek diep in de oogjes van Viola en Pep. Laatstgenoemden voelden dat het wèl menens was.
Darwin vervolgde:' De zeer grote familie, afkomstig van alleen de moeder, was gelukkig voor zover is het nog steeds een sprookje, maar de individuen leefden niet lang, terwijl de kinderen van de prins en de prinses wel heel oud werden. Hoe kwam dat? Over wie spreek ik?
Ik heb het over waterslakken, weekdieren met een huisje op hun rug en ze komen uit Nieuw Zeeland. Het dier van het derde geslacht is aseksueel, ze doet niet aan vrijen en krijgt toch kinderen die kopieën zijn van haarzelf. Ze krijgt selfies.
Wat voor voordelen heb je als je selfie-kinderen kan maken? Je kan in je eentje een rijk stichten nadat je in water bent gevallen waar helemaal geen andere slakken leven. Een vogel wilde je bijvoorbeeld opeten, maar verloor je onderweg uit zijn snavel. Je viel in een diepe plas, je kijkt om je heen en na weken zoeken ben je nog steeds geen andere slak tegen gekomen. Je kan toch gezelschap maken via selfies. Je volk kan leven zonder heren. Het nadeel wordt duidelijk als een parasiet jou en je kinderen ziek maakt. Om dan te overleven en de parasiet te verslaan heb je nieuwe teelt nodig, nieuwe anderen, die een gen in zich dragen, die er voor zorgt dat de nakomelingen niet ziek worden van de parasiet. Genen zijn eigenschappen in het erfelijk materiaal, dus die worden doorgegeven aan baby's die dat later ook weer doorgeven aan hun kinderen. De sexy meisjesslakken gaan op zoek naar een leuke slakkenkerel in de hoop te vrijen met een man die het juiste gen in zich draagt. Ondertussen zijn er ook andere slakken uit snavels van overvliegende vogels in het meer gevallen. Wilde vrijpartijen zijn het gevolg en het water lust er wel pap van. De nieuwe aseksuele meisjes met het juiste gen kunnen weer een tijdje selfies maken totdat een andere ziekmaker wordt aangevoerd. Als jullie de slakken hier in de dierentuin willen zien kan je ze in Mininieuw Zeeland vinden.’

Verandering geeft spanning. Hoe ging het elders in het park? De meeste beesten gingen uit zichzelf terug naar hun eigen vertrouwde plek, naar hun eigen territorium naar hun eigen familie in hun eigen kooi. Had jij dat verwacht? Je denkt toch dat dieren binnen hekken naar buiten willen en voor vrijheid gaan? Neen hoor. Over welke vrijheid hebben we het? Veel vrijheid geeft stress, juist in een grote stad. Beeld je in hoe het buiten de bescherming van zo’n dierenpark is. Veel wegen met luidruchtige voertuigen, veel mensen, hoge betonnen gebouwen. Waar moet een zebra heen of een bizon? Waar is voedsel? Ja, soms verdwijnt er toch eentje hoor, zoals in oktober 2017 een wolf. Op de Veluwe in Nederland werd-ie gesignaleerd. Meteen begonnen wolvencommissies hun stappenplannen uit te werken. Oma's konden beter niet naar de Veluwe gaan want wie kent niet het verhaal van Roodkapje? Zet een wolf naast een net geschoren poedel. Zoek de verschillen.

De enige die voor zeer grote problemen had gezorgd was Heer Blue. Een beer uit Alaska, die weliswaar opgroeide tussen mensen, maar niet tam was. Hij wilde niet weg van de weg. Hij wilde zalm en nog meer zalm, hij wilde mensenvlees. Bezoekers hadden uit een emmer, die zomaar op het veld stond, stukken vis gegooid naar hem. De geur van sensatiezweet steeg op uit de mensengroep. De beer was zo uit zijn doen dat hij niks ving en wild om zich heen begon te zwaaien. Hij ijsbeerde smakeloos in het rond. Bioloog Sam Swaan maakte daar een eind aan. Hij spoot via een pijltje een slaapmiddel in zijn lijf. Op gepaste afstand en vanachter een dikke boom. Uiterste precisie was gewenst want in-slaap-sukkelende bezoekers zouden voor nieuwe problemen zorgen. Sam schoot meteen raak en de gigant lag uiteindelijk gestrekt. Zeker vier mensen in witte pakken tilden de zwaargewicht op een brancard met wielen. De uit de kluiten gewassen knuffel werd in boeien afgevoerd. Die voorzorgmaatregelen waren niet voor niets zoals later in dit verhaal duidelijk zal worden. Voor beer Blue moet je oppassen.

Tien meter boven het eiland zat iemand muurvast in een uitzichtloze situatie, doch beneden op de grond vielen de nieuwe vriendjes van Sir Darwin van de ene verbazing in de andere. Ze werden uitgenodigd op haar schild mee te reizen. De reuzin stampte met haar achterpoten in het zand en of je het nou geloven wil of niet, kraaien kwamen aangevlogen en tilden de kleine passagiers boven op het pantser.
‘Nee, jullie hoeven niet bang te zijn, onze kraaien weten als geen ander dat als ze mijn vrienden opvreten ze het aan de stok krijgen met zo’n beetje alle bewoners van dit eiland. Wij hebben hier onze regels enne uhh… een beetje ontwikkeld dier weet dat we elkaar nodig hebben in tijden waar je in het heden meestal niet aan denkt. Wij houden elkaar overeind en trekken elkaar er bovenop.’ Weer die vette knipoog.
Op zoveel gastvrijheid hadden Viola en Pep totaal niet gerekend en dat optillen was nog niet alles. De vogels vlogen mee, want je wist maar nooit. Gevaar kan overal opduiken. Ook uit de lucht. Sir Darwin kuierde naar de groenste tuin tussen de dieren, die van de planten. Wist jij dat Charles Darwin de laatste twintig jaar van zijn leven vooral met planten experimenteerde? Met licht en hoe planten daarop reageerden? Wist je dat planten wel 13 soorten licht kunnen waarnemen en de mens maar 5? Sir Charles ontdekte dat bovenin, aan het uiteinde van een ontkiemende plantenstengel een lichtgevoelige ontvanger zit, die een lichtboodschap in de stengel doorgeeft naar een plek waar de steel zal buigen. Je kijkt misschien weleens naar de plantjes thuis die voor het raam staan. Die buigen naar het licht. De bladdragers hebben niet zulke ogen als wij, zij zien en voelen met hun hele lijf. Zonder licht zouden ze verhongeren.

Op het eiland stond een kas met afmetingen van een landhuis. Voor, op een keurig gemaaid veld, reikte een glazen toren van minstens tien meter naar de hemel. Je zag een doorzichtige reuzenstengel. De naam kas-steeltoren zei alles. Wie goed keek zag boven in de kamer onder de top iemand bovenop iemand anders zitten. Wie lang keek zag dat er geen beweging was. Er was iets aan de hand. In plaats dat de mens de omgeving aftuurde zoals gebruikelijk in de hoge uitkijkpost, keek de bovenste homo sapiens als een bezetene naar het scherm van een computer die op tafel stond. Werd de andere persoon met kracht vastgehouden? Viola en Pep hadden de grootste moeite op de schildpadrug te blijven.

Kees controleerde zowel dagelijks als in de nacht via camera's alle dierenverblijven. Hij bestudeerde het hele dierenrijk van de tuin. Hij keek hoe ze hun kleintjes verzorgden, wie wie op at en wat ze braakten en hoe ze in familieverband leefden, wie met wie optrok en hoe ze speelden. Klaar is Kees gold niet voor hem. Hij was nooit klaar en woonde daarom als enige van het personeel in een huisje naast het grote veld van de bizons. De twintiger was slaperig en minder allert dan anders. Plotseling zat er iemand op hem en zaten zijn polsen aan elkaar vastgebonden. Waar ging het de overvaller om? Ja een overvaller was-ie zeker. Een vriend doet zoiets niet? Die zit gezellig naast je en samen kijk je wat zich op het scherm afspeelt.
Het verblijf van de lynxen was op het scherm zichtbaar. Daar was geen beweging te zien. Het verblijf was leeg. Niks, geen kattenkop met pluimpjes aan de oren. Niks geen krachtige kattenpoten.

Viola en Pep waren van de schilpadrug afgegleden en stonden wankel op de grond.

wordt vervolgd

 

                                                                  ***)(***





 

7 januari 2017:sprookje met tekeningen van Anna (6) en Demmy(6)

        
                                         Slacks


Achter bergen, in een brede vallei, ver weg van de internetsnelweg woonde in zelfgemaakte cobhuisjes een gemoedelijk volk: de handarbeiders van de Lage Landen. Hun woningen waren nog geen 10 centimeter hoog en hadden meerdere verdiepingen dus kan je nagaan hoe klein de bewoners waren. Ze woonden in een dorp zoals je misschien wel kent in Nederland. Denk aan bijvoorbeeld Linschoten of aan Kralingen in Rotterdam. Boven de hoofdingang van hun nederzetting was op een heldere dinsdag in mei een bordje beschilderd met de naam Drop. In plaats van de letter ‘r’ achter de ‘o’ te plaatsen was-ie voor de ‘o’ gezet. Het dorp heette vanaf die dag Drop en de inwoners noemden elkaar Droppelingen. Kinderen werden dropjes en hun verzorgers de Drops.
Elk huis was anders en deelde zijwanden met buren. Dat was niet zomaar. Door de tussenmuren liepen buizen die tijdens de koude periode in de winter stromend warm water vervoerden. Het kon makkelijk min 20 graden onder 0 worden in januari. Verder leken de Droppelingen op jou en mij. Ze aten drie maal per dag, genoten onderwijs, zongen, speelden op instrumenten, schoten met houten pijlen, sliepen in de nacht en ga zo maar door. In één activiteit verschilden ze werkelijk met alle andere levende wezens op aarde. Dropjes reesden op luchtfietsen over de daken van hun dorp.

Hoe?

Blaas maar eens een ballon op en laat hem dan los. Ja, met flink veel vaart, kris kras door weer en wind.

Honderden jaren gingen voorbij in totale afzondering van de rest van de wereld. Op een dag in de zomer van 1955 kwam daar verandering in. Een hele grote jongen, ongeveer net zo groot als jij, liep rondjes om dorp Drop. Waar-ie vandaan kwam was een raadsel. Bij elke stap op de grond, liet hij de huisjes schudden. Hij stopte en draaide om zijn as. Hij had een glazen bak in zijn handen, die hij als een flatgebouw op de aarde neerzette. Zijn pet tegen de zon, viel in het gras. De inwoners van Drop beleefden een totale zonsverduistering. Was dat het einde der tijden? De reuzenjongen gaapte en raapte, zonder echt te kijken zijn pet op en vertrok.

 

Gemaakt door Demmy(6) 3 slakken, 2 huisjes en de jongen met de pet

In de nacht verzamelden dappere Droppels zich op het plein voor de huisjes. Ze droegen scheppen, messen en lange touwen met haken. Ze stapten vol moed via de Droppoort naar het buitengebied. Ze schenen met hun minilantaarns onder bosjes en in nissen van oude eikenbomen uit lang vervlogen tijden. Een mot sprong op, spinnen namen massaal de benen. Jannie, een pienter meisje stootte tegen een muur. Ze botste met haar lijf tegen een glazen wand. In het schijnsel van haar lamp zag ze een drassige bodem met glinsteringen als vonkelende sterren aan sierlijke voeten van donkere planten. Waar was Jannie tegenaan gelopen?

Gemaakt door Anna(6) 3 slakken, 2 huisjes en de jongen met de pet en zijn aquarium

Weken gingen voorbij en elke nacht vertrok een uitgeslapen groep Drops naar de glasflat om te inspecteren. Bij nacht 10 werd alarm geslagen op een grote trom van hout. Slijmerige beestjes met bouwsels op hun rug gleden traag over plantenstengels en de glazen wanden. Ze hadden steeltjes op hun hoofd en aten haastig blaadjes.Wat zouden het zijn? Welke dieren dragen hun eigen huis en zijn zo zacht en vochtig als boter?
Nee, geen schildpadden, die zijn overal keihard, behalve hun tong. Wat dan wel?

In nacht elf waren de glibberaars weer een stukje gegroeid, zowel dier als woning. Ze werden groter en groter. De bak groeide niet mee, zover waren de objecten nog niet anno 1955. Bewegingsvrijheid werd minder en minder. De Drops hadden ontdekt dat de schuimmarcheerders ongeveer een centimeter per nacht groeiden. Dat is zo veel als de dikte van een pink van een slanke  vader of moeder. In nacht 20 hadden de slijmsluimeraars zich muurvast gewormd. Ze konden niet meer voor of achter. Alleen voelsprieten bewogen in de stilte van het maanlicht.

Dit kon zo niet langer doorgaan. De Drops hadden een plan. De vreemdelingen moesten worden bevrijd.
Wat als de rare sprietsnuiters hun dorp zouden overnemen? Als ze de baas zouden gaan spelen?
‘Geen paniek,’ sprak een slimme topdrop en zei:’ Ze hebben hun eigen huis, we hebben bossen rondom, vochtige grond. We kunnen elkaars taal leren en plezier delen.‘
De bevrijding vond plaats op 31 augustus. Drops en Dropjes plaatsten ladders tegen de wanden van het aquarium en sterke droppelingen schoven de deksel van de bak opzij. Vochtsporen bleven nog weken zichtbaar op de buitenwanden van het glazen gevaarte waarvan de vrees was vergleden.
De nieuwe bosbewoners kregen de naam Slacks, een Engels woord dat pantalon of broek betekent. Het waren tenslotte geen naaktslakken. De reuzenjongen is nooit meer teruggezien.



Tot zover een sprookje, maar volgens ooggetuigen kwam de jongen als grote kerel terug. Sinds 20 januari 2017 is hij de 45e president van de Verenigde Staten.

 

                                                           ***)(***

                                   

 
Gebruiksvoorwaarden: Bovenstaande schrijfwerk mag gratis worden gelezen en/of gedownload voor eigen gebruik. Iedere verspreiding, openbaarmaking, verveelvoudiging of bewerking is niet toegestaan. Veel plezier.
groet Liza