t:
www.atelierliza.nl
 
 
home
 
Krabbels van een kater

Likletters voor jou

ni hao=hallo in het Chinees (spreek uit als miauw)

Ni hao,

Wolf, hond, kater
2 februari 2018 Rotterdam
Op wie lijk jij? Een wolf, hond of kater?

Als jij mocht kiezen tussen een kleine wilde tomaat uit het Andesgebergte in Zuid Amerika of een grote tamme rooie uit de supermarkt. Welke zou jij willen oppeuzelen?
Ik hoop dat je die mooie rooie kiest want de kleine wilde groene is giftig. Dank je de koekoek. Die eet je toch niet op? Waarom is-ie giftig?
Om te overleven in de wildernis, waar vijanden de vrucht opeten. Denk aan schimmels, insecten en vogels. Nee, honden en katten eten geen tomaten, behalve Fabian, die eet zelfs spinnend sla. De natuur komt altijd met oplossingen om voort te bestaan. Giftig zijn is er één van.
Zie hier meteen wat de mens met de tomaat heeft gedaan. Door zaden te selecteren, steeds de beste en grootste te laten ontkiemen, zijn na tientalle jaren heerlijke tomaten gaan groeien. Niet giftig, wel vatbaar voor ziektes. De rooien kunnen niet in het wild overleven.
Nou, miauw is het niet zo dat de wolf giftig is. Het beest is wel een geweldig roofdier, een bottenbijter zonder zorgkosten en met een dikke ruwe vacht in de winter. Een overlever zonder hulp van jou. Dat is toch bijna niet voor te stellen als je naar die trouwe honden kijkt zoals poedels, teckels en huspuppy's. Dat waren ooit roedeldieren met een wolveleider. Papa's en mama's en zelfs jullie zijn dat geworden voor je hond. Hoe is het eigenlijk met de mens gesteld? Kunnen jullie nog overleven in het wild?

wordt vervolgd...,


Drie tijgers en een Tompouce
14-01-2018 Rotterdam
Een kat is kattig, een schaap is schattig. Wij gaan ons eigen gang en passen bij de mens die zich aanpast aan ons.
In Zeeland willen mensen een wet invoeren waardoor katten verplicht aan een lijn moeten als ze buitenshuis op avontuur gaan. Straks gaat dus ons personeel aan de lijn mee als ze die onzin er door krijgen. Trouwe verzorgers worden getuige van onze onderlinge kattige verstandhoudingen, onze inbraken en miauwww ja ook van onze openbare toiletactiviteiten plus inhoud. Bah, wat onsmakelijk. Zoiets als een gevangene die zelfs op de toilet nog in de gaten wordt gehouden. Zie de geketende mens aan zijn mobiele telefoon die dagelijks verslag doet van al zijn dones and do-nots. De controledriften trekken als stormwolken over Nederland.
Ja het is waar, wij maken weleens een vogeltje dood en eten het niet op. Vooral jonge merels zijn de dupe. Je kan je afvragen waarom die vogels elk jaar weer zo dom zijn om hun nesten in onze tuin te maken? Ja wij verstoppen onze behoeften graag in losse aarde onder bosjes van buren. Vooral bij die meneer die wekelijks schoffelt.
Ja, wij houden mensen weleens uit hun slaap, doordat we zo nodig moeten vechten met soortgenoten in de nacht. Ja, het is allemaal waar.
Jullie maken ook vogeltjes dood, denk aan die ‘keurig’ kaalgeplukte lekker ruikende braadkippetjes in de pan. Kuikens gaan met honderden over de rol en hun moeders kreunen zich spierwit onder het juk van moordmachines. Ja, jullie dumpten tot 2018 jullie plastic afval massaal in China, dat willen ze daar niet meer. Wat nu?
Over wat jullie dagelijks in de toiletten laten vallen zal ik zwijgen. Ieder heeft recht op privacy.
Alles dat leeft en beweegt is omringd met bacteriën. Alles dat leeft en beweegt kan parasieten krijgen. Momenteel maken mensen kasplantjes van zichzelf. Kinderen vervetten achter schermen en verpesten hun ogen. Ze zijn de ganse dag bezig met hun identiteit. Je kan beter niks zijn en vrij.
Mijn voorstel: Laat kittens langer bij hun moeder blijven, verbied huishoudens waar de poes of kater niet naar buiten kan, ontwerp eilanden met veel water rondom voor mensen die niet van ons houden. Maak speelplaatsen in bosgebieden met grachten rondom. Kattenkinderen met zwemdiploma's kunnen daar ravotten en ons zoeken zodat ze hun ogen naar andere dingen richten dan naar hun scherm. Eer ons door middel van poezenpleinen met in het midden drie (evengrote) tijgerstandbeelden om mensen eraan te helpen herinneren dat gelijkheid, vrijheid en broederschap het recept is voor de toekomst. Zet architecten aan het werk om sociale poezenappartementen in mooie nieuwmauwwijken te ontwerpen en laat hun ideeën uitvoeren door goedontwikkelde bouwers, maak toegang tot kattencafé’s gratis en organiseer reizen naar kattencampings. Was vaker je handen en eet een Tompouce.
Nog de beste wensen voor 2018.

Meer lezen? Scroll naar beneden, naar het jaar 2012 en geniet van alle krabbels in de jaren die volgden. Wie graag op verhalen slaapt kan alles in één keer op papier uitprinten. Lees ze.

Oah in!

31-10-2017
Rotterdam

Afgelopen zondag lag ik op de papieren Volkskrant en ontdekte ergens tussen alle door mensen geschreven letters een miauw. Vreemd is dat natuurlijk helemaal niet. Het wordt pas bijzonder als je ontdekt dat het de mauw van de schrijver of schrijfster zelf was. Zou in Nederland nog een kat schrijven? Worden mijn columns gelezen door een kat of nemen mensen mijn goede raad over? Of....zou de simpelste verklaring zijn dat veel schrijvers zo'n zalig innige band met hun huisdier aangaan dat ze elkaars taal overnemen?
Om het weekend nog mooier te maken stond de Volkskrant bol met interessante smaken. Zo had je die schrijfster van wel 75 jaar en oh zo'n leuke dame om te zien, die schilderde en was ook van de omgedraaide wereld . Zij kon zelfs woorden en hele zinnen achterste voren zeggen. Dat had ze vroeger op televizie gedaan bij de nachtredacteur Adriaan van Dis. Er zijn natuurlijk heel veel kinderen die dat nog steeds doen. Achterste voren praten voor de lol. Wij katten mauwen ook af en toe omgekeerd. Dan wordt het wuaim, wuaim, wuaim of zoals ik het graag doe Oah in. Dat betekent:'Maak dat je wegkomt, of op z'n Rotterdams:'Sodemieter op!'
Interviews in de krant gaan meestal over een nieuw boek dat eraan komt. Hansaplast Harnas van Charlotte. Wat een geweldige naam. Daar kan je ook Hans de Hansaplastpad van maken. Dat fluisterde ik dus net in het oor van het vrouwtje.
(Even tussen ons)
Heb jij de afgelopen jaren nog een nieuwe pad gezien? Ja op zolder zwerft er eentje die gemaakt is van plastic Persilflessen. Nog steeds niet af. Na de schietpad schiet het helemaal niet meer op met haar padden. Die Persilflessen zijn pas bruikbaar na 20 wasbeurten. Een Hansaplastpad loopt veel sneller. Om het weekend nog mooier te maken (k)likte het vrouwtje dus naar de jonge uitgever: Das Mag. En wat wil? Daar zijn huisdieren welkom.
Ze liet het me net zelf zien en knipoogde naar me, net zoals Mol . Wil ze mij nu ook laten werken?
Oah in!


Sarko

28-08-2017 Picardië
Vorig jaar kater Piet en zwart, deze zomer?
'Heb je zijn mooie blauwe ogen al gezien?' zei ze, 'die zijn van een mens, die gaat straks praten, wacht maar af.' En daar had je Piou, een jonge uitvoering van mij en ja ja vele uren binnen op kussens. Zus kon er geen genoeg van krijgen. Wie wel eigenlijk van het gezelschap?
Dierenliefde=mensenliefde. Haar favoriete zomergast Frans de Waal bevestigde alles dat ik al jaren observeer. Natuurlijk hebben dieren emoties en ook al denken we niet in de woorden die mensen gebruiken, beelddenken doen we zeker. Mensen begonnen in de oertijd echt niet met het opdreunen van naamvallen om in bomen te rausen. Ik moet de eerste luiaard nog tegenkomen die met verbuigingen van werkwoorden al hangend luiert. Hoewel een mens in hangmat, die leest uh, miauw mag ik even. Ik ben dier, net als jij, net als u.
De witte kat met blauwe ogen kreeg van mijn verzorgster in het voorjaar de naam Witje. Ook al was er niks uit mensenhanden te kanen, kopjes geven en kroelen deed-ie als de beste. (Katten in het noorden van Frankrijk zijn meer uit op aanrakingen en aandacht dan op het verorberen van gelijkheidskorrels of gezapig blikvlees. Wat wil je? Muizen en vogels in overvloed.)
Hun plan, zoals vorig jaar, kat Rodin gaat weer een paar weken naar zijn geboorteland. Hij kan daar: knaagdieren vangen, rennen en de kroelpiet uithangen. Meneer had geen zin. Alles wat daar kan, kan ook in Ommoord en zelfs beter. Hij liet zich op de bewuste vertrekochtend niet zien. Mijn verzorgers hadden hun vervoermiddel aangepast aan hun reizende rode lieveling. Er stond een grote bens formaat hazewindhond en een vat vol brokjes. Rodin had zichzelf onvindbaar gemaakt en bleef dat.
Zo kwam het dus dat ze zonder mauw richting Frans grondgebied reden.
Op de plek van aankomst werd de bens meteen ingeklapt en de mensenogen loerden naar nieuw spinnend jagersvolk. Opvallende Witje kwam snel in het vizier. Ja de brokjes smaakten hem voortreffelijk en hij zag er goed uit.
'Il s'appelle Sarko' zeiden zijn verzorgers van de overkant van de grote tuin.
'et il est adopté.'
Welke kat niet?





Op Valentijn's dag hing deze groene parkiet onderste boven aan een tak van de berk in onze achtertuin. Hij was van plan een duikvlucht te maken naar de mand met doppinda's. Een tel later had-ie er al eentje in zijn snavel en vloog meteen weg.

Rood

Over de rooie (1)
17-09-2015 Rotterdam
Het begon op een maandagavond in oktober 2014. Bijna een jaar geleden. We hoorden met veel horten en stoten sleutels ronddraaien in de sloten van de groene deur. Alsof de kurk van de fles ging kwamen de goden en al hun tassen in één keer ons huis binnen. Tegelijkertijd namen ze iets onzichtbaars mee, er hing iets in de lucht. Met haast werd ons lievelingseten uit het vriesvak gehaald, in een pan geplopt met water erbij en op een hoog vuur gezet. Ik voelde spanning en werd ondertussen wild van die zalige visgeur, die uit de pan opsteeg en mijn hele binnenste in rep en roer bracht. Ik begon warempel te kwijlen, maar dat even tussen ons. Wat hielden ze verborgen? Waar hielden ze hun mond over dicht? De andere twee grote kattenknullen hadden snel hun positie ingenomen. Daar waar mensen hun mond houden leeft meer. Let maar op in jullie wereld. Zwijgen doet hijgen. Terwijl ik zelf op adem kwam en mijn appetitesappen met moeite binnenhield hoorde ik Mol in mijn binnenste spreken:'Je hebt twee grote ogen, gebruik ze.'
Hij sprak geen woord. Waar was zij dan? Zij was er helemaal niet.
Na een minuut of tien kregen we onze hap op onze eigen plek en slurpte ik de graatloze visdeeltjes vol verrukking naar binnen. Op het moment dat ik de laatste visatomen van mijn snorharen aan het aflikken was kwam zij binnen.
'Hallo jongens hier is Rodin, jullie Franse vriendje,' en het vrouwtje plaatste een oranjerooie minikat in ons midden. Ietwat versuft van het net verorberde voedsel vonden wij het wel best. We snuffelden wat en verdwenen door ons luik naar een andere wereld. De volgende ochtend heel vroeg, nam ik de kleuterkater te grazen en ging over de rooie. De buren sliepen gewoon door, net als de rest van Nederland.

 

Rooie rakkers rukken op (2)
04-10-2015 Rotterdam
Gedurende tien jaar waren ze onze vijanden: katten met gekleurde haren als vuur, maar zoals dat gaat: als één rooie rakker door het luik is volgen er meer.
Het begon eigenlijk heel simpel met een gevulde maag. We kregen gekookte vis zonder graten en daarna kregen we hem. Een minimale, een roodharig kind, velletje over been, een mager mannetje met een linker ontstoken oog. Een kattenventje van de Franse straat. Eéntje met een aardige blik in zijn ogen en ééntje die het nog moest leren. Natuurlijk liet ik hem in het begin met alle beheersing alle hoeken van de Hollandse kamer zien. De besnorde baby moest wel weten wie hier in huis de baas is. Nog geen twee maanden later kwam een tweede rooie om de hoek kijken. Een grote jongen dit keer, formaat bigdata en  hij stapte eveneens over de drempel. Zo'n stiekeme gluiperd die op zijn stille gemak het hele huis ging verkennen en op de eerste verdieping onze brokkensilo's ontdekte. Hij liep op zijn tenen en razendsnel. Ons personeel zag hem niet. Hij voerde zijn acties in de nacht, maar gaandeweg begon hij ook overdag watertandend zijn weg naar boven, totdat, ja totdat zij daar ineens stond met die stofzuiger.
Onze brokken zijn van het goede leven en daardoor verslavend. Iedereen wil daarvan meesmullen. En dan het vrouwtje, ja ik mag het eigenlijk niet zeggen, het voelt als verraad, maar ik weet zeker dat de lezer het wil horen. Bij haar begon het door mijn schrijven. Nee, niet met een rode pen, dat is uit de tijd, nee wij waren samen achter onze computers bezig. Ik weliswaar in het rood over Mickey, de Vrije Volkkat en zij in het zwart over een beest in Frankrijk, miauw hoe heet die ook al weer? Over Voltaire, een  zwart schoothondje. Ze keek naar mijn scherm en las Vrije Volkkat en kwam naast me zitten. Ze begon te vertellen over het Vrije Volk en over haar moeder die bij die krant werkte en dat zij daar ook had geschreven, een blauwe maandag en voordat ik het doorhad typte zij het verhaal verder. De volgende dag gaf iemand aan de deur een poststuk af. Ze pakte het gehaast uit. Het was een rafelig boek en ik las de titel: De val van de Rode Burch. Ze wil alles weten over het rood uit de zeventiger jaren. Ze is op bladzijde 215 en heeft nog 85 bladzijden te gaan. Ja. als één rooie letter op het scherm van de laptop staat, dan.........,

 

Wat rood is is ...........   (3)
28-10-2015 Rotterdam
Wie over rood niauwt gaat steeds meer rood zien, horen, voelen en ruiken en als je niet meer te stoppen bent word je zelf rood, van het bloed. Zo heb je in Ommoord rondborstige roodborstjes die opvallen door hun donzenpracht en aantrekkelijke smakopwekkende voorkomen. Nee, mijn voorkeur gaat uit naar musjes, dus er zal geen bloed van een roodborstige aan mijn bek kleven. Afgelopen zomer zag ik een een regenworm met vleugels door onze tuin vliegen. Natuurlijk twijfelde ik even en dacht Mol te horen, maar ze bleef stil. Vandaag las ik iets over rode libellen en kon ik de koppeling maken. De mensen noemen haar een vuurlibelle. Wonderschoon en buitengewoon. Eergister zag ik beneden in de huiskamer rood verschuiven. Onze rode Rodin schoof over de houten vloer rond zijn nieuwe krappaal. Op het scherm van de computer zag ik op hetzelfde moment ook rood verschuiven, als lichtstreepjes. Het digitale verhaal ging over het uitdijende heelal. Daar zijn tijd en ruimte met elkaar en tegelijk aan het uitbreiden. Roodverschuivingen worden ze genoemd en ze vertellen een lichtverhaal; namelijk dat onze ruimte steeds ruimer wordt, maar wat zal ik je vervelen met wetenschappelijke feiten die over vijftig jaar beslist zullen wringen doordat nog meer heelallen natuurkundewetten hebben neergehaald, terwijl op aarde momenteel zo ontzettend veel leven bloeit. Zo heb je rode appels waar het vrouwtje dol op is en geniauw van Rood, de buurtkat van nummer 1 die onze kattenbroksilo's onweerstaanbaar vindt en elke nacht luidsmakkend onze tuin verlaat en ik las laatst iets over de rode mens in Rusland waar ik nog niks van snap en er zijn rode ecologische grenzen in China waar onze Nederlandsche Koning momenteel een bezoek brengt waardoor ineens heel Volkskrantlezend Nederland begrijpt wat ons kattengemauw in het Chinees betekent. Hier in Ommoord willen ze een snelweg gaan aanleggen over een jaar of vijf; precies in het konijnengebied van wijlen Tommy, die daar ontdekte dat zijn eten niet meer uit blik hoefde te worden gelepeld. Aan de luchtverontreiniging en razende auto's en vrachtwagens die de nieuwe snelweg met zich mee zal nemen, willen de Ommoordbewoners liever niet denken en het idee alleen al maakt hen allemaal rood van woede.
Voorts heb je rode stoplichten, rode muren in huizen en rode borden die je af kan likken, rode vingers van de kou, en rode neuzen van drinkers en of mensen die verkouden zijn. De rode bril van hond Charlie mag niet ontbreken en rode wijn en roodvlees en rode worstjes die in een kwaaddaglicht zijn komen te hangen. Ik kan de mens aanraden zijn of haar licht te laten schijnen op rennende muizen. De kleine spitsige beestjes kunnen rennen door tuinen en straten of over het boerenland. Hun vlees is onbewerkt en rood van binnen en je wordt er sportief van. Ga weer jagen en stap uit de vleesindustrie. Word zoals heel lang geleden. De muis ligt nog niet in de schappen. Rodin kan het je toe nihaowen. Wat goed is is lekker. Succes nu het nog kan!

 

De rooie Rotterdammer (4)
03-12-2015 Rotterdam
Rood heet sinds een week de rooie Rotterdammer. De namen Rood en Rodin lijken te veel op elkaar. In gedrag zijn wel duidelijke verschillen. De Franse vierpoter is voor mensen vooral lief zacht en aardig. De rooie Rotterdammer is vooral brutaal, gluiperig en onderzoekend en alles behalve onderdanig. Hij heeft menig strijd over om in ons huis van de brokjes in de badkamer te eten. Waarom in de badkamer? hoor ik jou meteen denken. Heel simpel, daar kan troep gemaakt worden en makkelijk met water worden gereinigd, daar blijft de geur van onze goddelijk-smakende-gelijkheid-schepsels (=kattenbrokjes) binnen muren, daar wordt niks omgegooid, daar komt geen kind eindeloos bijvullen en daar wordt de blote billendans gedoucht. Mauw die laatste woorden kwamen vanzelf uit mijn bek en zingen zo mooi. Daar ga ik later meer over vertellen, speciaal voor schrijver en rollenspeler Arnon Grunberg.
In Amsterdam leeft de groene Amsterdammer, nee niet als kattennaam maar wel als tijdschrift voor mensen met nieuws op handen. Wij hebben nieuws op poten in de vorm van jawel die rooie.
Jaauw! ik wilde natuurlijk meer weten over onze harige gluiperd en ben hem gaan begluren. Dagen achter elkaar. Wat schrijf ik? Weken van achtervolging en verstoppetje spelen. Weken vol vraagtekens en nullige antwoorden. Wat kwam ik al heel snel te weten?
De mensen zeggen: poezen zijn zo op zichzelf, katten kijken geen mens aan, spinnende snorgangers zijn einzelgängers, katers knokken voor de poen uh pardon voor de poes. Uh miauwauawauw wat een onzin allemaal. Waar ik al heel snel achter kwam was dat de rooie Rotterdammer een in-z'n-eentje-huisdier is thuis op nummer 1. De mensen, een aardige warme familie, geven hem alle aandacht van de buurt, maar de ruige rooie mist iets. Hij mist ons, zijn soortgenoten. Weet je hoe verveling ruikt? Weet je hoe verveling voelt? Vast wel, en het is geen pretje. Daar is eigenlijk alles mee gezegd.
Met ons verveelt niemand zich meer. Ik kan enorm goed vechten als het om zelfverdediging gaat en na een eerste strijd is voor de ander de lol meteen over, maar met mijn harige huisgenoten kan menige mauwer jaren energie delen. Fabian ziet de rooie als vermaak, dat klikt. Floris ziet de Rotterdammer als vijand, dat geeft heerlijk geurende strijd en Rodin is zo snel dat het Hide-and-Seek-4-Cats heet. De slome Rotterdammer vindt het zonder hen super om stiekem naar zolder te sluipen en op netgemaakte tekeningen te liggen en het vrouwtje dan aan te kijken met ogen die van links naar rechts gaan doordat zij zich klein maakt en zich van links naar rechts verplaatst. Ik ga er van mauwen. Van die lage tonen. Wij, de snorapen geven afleiding en hoe? Haarvlokken vliegen in tijden door de tuinen, krasconcerten schuren door de nacht en dan die stompen. Pats recht op je bek. Dat allemaal geeft spanning en plezier voor ons roodbehaarde  weekblad.

 

Code rood!  (5)
05-01-2016 Rotterdam
Het hek is van de dam, de rode loper toch uit. Ja, veel sneller dan gedacht was het ijs gebroken terwijl mijn verzorgers nog niet eens hadden geschaatst op de kunstijsbaan in de De Esch in Rotterdam. De Rooie, ons weekblad heeft er een dagtaak aan gehad. Ruim een jaar van strijd en steeds een hapje verder, 365 dagen van snel weg weg weg. Een week voor de jaarwisseling was daar bij de ronde houten eettafel ineens een stil moment. Het duurde misschien maar twee tellen. De rooie werd aangetrokken door een uitstekende rechter hand. Hij werd aangetrokken door lieve woordjes zoals:'Kom maar, jij bent ook een lieve jongen.' Of hij het nou miauw wilde of niet, hij werd als rode wijn uit een omgedraaide fles zo het wijnglas ingeschonken of zoals cassis-siroop in een glas water. Zijn snuit werd aangetrokken door die hand en zijn gevoelige neus raakte op één millimeter na haar vinger. Hij rook aan mijn verzorgster. Hij inhaleerde diep. Het nieuws drong in zijn reukpapillen. Hij stond een seconde stil en schoot daarna als een vuurpijl door het kattenluik naar buiten. Ik wist zo begint het altijd. Eerst ruiken en dan.....,
Later zag ik ze weer samen en aaide zij over zijn kop. Toen wist ik het zeker. Code rood!
Kat Floris veranderde voor mijn ogen in vuurwerk. De rooie is de aansteker. Knalkleuren bliezen zichzelf sissend door de huiskamer. Pisgeuren spattend in de rondte in de muziekkamer. Wat moet je daarmee? En of het nog niet genoeg was ging kat Fabian zich er ook maar mee bemoeien. Als hij zijn zang inzet vluchten de muizen en vliegen de vogels massaal naar het zuiden. Zoals bij een jaarwisseling het vuurwerk ook niet eeuwig in de lucht blijft hangen en de knal-en knetterserenades ook niet de hele nacht doordreunen zo zijn katten op een gegeven moment ook op. Een kattenfamilie in diepe slaap tref je op dit moment (5 januari 12.25 uur) nu ik dit stukje schrijf in huize Schot. Floris ligt uitgevloerd op de blauwe bank, de plek van Edwin. Fabian op de rode poef, de Rooie Rotterdammer op de witte eetkamerstoel (de plek van Fabian) Rodin in het blauwe zitkussen op zolder. En ik? Ja ik zit luid spinnend op mijn godin, in de verboden kamer.
Straks als het buiten weer gaat schemeren en binnen een paar lampjes aangaan en het zo tegen zessen loopt en de vier bakjes weer gevuld gaan worden op het aanrecht beneden dan kan zelfs de allerkleinste beweging rondom kat Floris voor een windhoos zorgen. De Rooie Rotterdammer is dan al weer minstens een uur geleden vertrokken, maar hier in huis geldt:
code rood!


Auw auw miauw  (6)
12-02-2016 Rotterdam
Vorige week hadden wij het hoogste woord hier in huize Theeroos. Geen kind kwam zijn of haar partijtje zingen of spelen.
Natuurlijk weet ik al jaren dat jullie mensen onbegrijpelijke dingen doen. De meest perfectzittende schoenen kunnen jullie aantrekken, maar wat hoor en zie ik? Kinderen die zeuren dat ze een wieltje onder hun schoen willen en een ruimvolwassene die met ijzers onder haar voeten de deur uitwandelt. Ik heb van mijn poezenmoeder geleerd met vier poten op de grond te staan en tijdens het bomenklimmen mijn nagels te gebruiken. Voor het evenwicht heb ik mijn staart. Voor het denkwerk mijn brein. Geen haar op mijn lichaam die er aan zou denken voor de gein twee bokshandschoenen over mijn voorste poten te trekken en dan zo de boom in te gaan.
Alle andere keren kwamen onze verzorgers vol energie en plezier weer thuis na het schaatsen op de kunstijsbaan bij de Esch in Rotterdam, maar maandag 1 februari was er iets flink mis. De deur ging langzaam open en voetje voor voetje en nog steeds op die ijzers (ongelofelijk) strompelde zij met hem aan haar zij, naar binnen. Ze ging zitten met minstens vier kussens achter zich en zat grotendeels van de tijd roerloos op de blauwe bank. Het theedrinken ging met voorzichtige slokjes. Na een uur vertrokken ze op normale schoenen naar het Havenziekenhuis. Pas tegen zessen hoorden we de sloten weer draaien en ging de buitendeur langzaam open. De dagen daarop werden (qua mensengeluiden) stil, geen kind kwam over de drempel, geen gitaar kreunde, nergens rocktonen of een mooie ballade. Wij kregen het muzikale rijk voor ons alleen. Wij:vijf kattenknullen. De Rooie van nummer 1 leidde zonder om te kijken onze chansons in. Als hij binnenkwam en zomaar ergens ging zitten zag ik wel Fabian vanuit zijn ooghoeken kijken. Vervolgens strekte laatstgenoemde zijn rug en floot als een mensenkind in de goot. Floris was van het ruigere werk. Die schreeuwde meer en vloog daarbij als een windhoos om de Rooie heen. De geluiden in huis waren duidelijk van ons geworden. Jammer dat ik geen gitaar kan spelen, maar ik gebruikte wel geregeld de toetsen op de akoestische piano beneden. (De buren hadden pech)
Op dinsdag kwam de uitslag: een in drie delen gebroken kop van de humerus. Een kleine verplaatsing ten opzichte van een week geleden. Er moest stante pede besloten worden. Opereren of nog een week de natuurlijke genezing door laten gaan? Voor het laatste werd uiteindelijk gekozen. De  *kop was eraf. Auw auw miauw!

*kop van het opperarmbeen.

 

Rood op podium (7)
12-03-2016 Rotterdam
Weken achtereen was het kartonnen podium van 17jarige beeldende kunstmaakster Xiao de plek waar rode broeders hun rol opeisten. Waarom juist daar?
Wie zijn of haar leven voltimmert met het bereiken van doelen kan op een dag tot de ontdekking komen dat het leven zelf weleens het doel zou kunnen zijn. Zo gebeurt het in huize Theeroos regelmatig dat de Rooie Rotterdammer naar buiten wil door het kattenluik en kat Floris net voor de ingang zit. Een zwaar brommend geluid vol machtstonen spreekt de taal die wetboeken ook hanteren : tot hier en niet verder. Roedel, de rooie Rotterdammer heeft door zijn levenservaring geleerd dat niet reageren en niks doen de meeste uitwerking heeft. Hij gaat dus op drie millimeter afstand van Floris zitten en richt zijn blik op oneindig. Hij is muisstil. Floris die zich almaar drukker en drukker maakt en daarbij de volle aandacht van kat Fabian trekt spat bijna uit elkaar van ongeduld. Het doel van Floris is al maanden Roedel (= de Rooie Rotterdammer). De lezer vraagt zich natuurlijk af hoe dat af loopt? Met een sisser kan deze behaarde jongen u met een natte druipende bek verklappen: ssssssssssss.....issssssssssssss. Floris knippert met zijn ogen, even afgeleid door het hoge gemauw van Fabian en een seconde niet gekeken is een seconde niet geleefd. Roedel is vuurpijlsnel door het kattenluik geschoten en sluipt alsof er niets gebeurd is door de struiken als een slimme vos in een stadstuin. Floris totally confused. Natuurlijk zit geen enkel levend wezen te wachten op een Floris die hem op de hielen volgt en eist ieder levend wezen een plek op om echt rustig een dutje te kunnen doen. Stel je voor dat je buurmeisje jou constant besluipt en in de gaten houdt. Of liever nog zo'n gluiperig buurjongetje met billenknijpvingertjes. Stel je voor dat het besluipen dag en nacht door zou gaan. Dan klim je vanzelf een podium op als daar je rust verzekerd is. Het kartonnen theater van Xiao is zo perfect gemaakt dat een kat er precies inpast en veel bescherming heeft, plus een prachtig uitzicht op de grootste bemoeihal uit de buurt. Zowel kater Rodin als kater Roedel waren voor weken niet van het podium af te krijgen. Wel wisselden ze elkaar af. Daar hadden ze op hun manier iets van een afspraak over gemaakt, leek het. Helaas, afgelopen zaterdag, 12 maart ging Xiao na een maand weer verder met haar theater. De toneelvloer was gaan zakken door het gewicht van de rode snorapen. In het midden maakte ze daarom een extra verhoogd podiumpje dat kan draaien. Goed voor een muis, maar niet voor twee goedgevulde slaapbroeders. De rode jongens moesten weer op zoek naar een nieuwe bunker. Wat dacht je wat het werd? Waar ligt een kat warm en zacht en verscholen? Jawel, de la van Edwin. Die grote op wieltjes onder het bed. Daar ben je uren, zo niet dagen onvindbaar voor een Floris, alleen zij,  mijn verzorgers zijn daar niet zo blij mee. Jij weet wel waarom....,

 

Br..exitkater  (8)
25-06-2016Rotterdam
Terwijl Nederlanders, ook die in Groot-Br...ittannië, het water voelen stijgen tot boven hun knieën en met de angst leven dat ze straks geen werk meer hebben op het eiland aan de overkant van de Noordzee, zijn in huize Schot de br...br...gromgeluiden niet weg te spoelen. Wij hebben onze *brexitkater. Met volledige aandacht volgt deze schrijfjongen de uitgangkat, maar hij zal niet verdwijnen en zeker niet Europa verlaten. Daar is hij veel te slim en lenig voor. Hij mag dan wel rood zijn en sommige katers links laten liggen, hij staat zijn mannetje zonder slag of stoot. Hij steekt geen poot uit. Actievoerders Fabian en Floris willen de exitkater weg hebben en brommen zich dagelijks een schorre keel. Hoe dat in z’n werk gaat?
Die rooie hoeft maar buiten achter het kattenluik te verschijnen en de bromgeluiden binnen beginnen. Heel subtiel gaat het doorzichtige luik open. Een vierkante snuit verschijnt en als een onderwaterdier beweegt zijn lijf door de opening naar binnen. Zijn poten raken nauwelijks de grond. Langs wanden en achter de grote plantenpot gaan zijn zwembewegingen. Fabian en Floris naderen van beide kanten en gaan hem dicht op de hielen zitten. Ondanks zijn vier poten lijkt hij een paling. Een prachtig ballet toont hij de kijker. Zijn doel:de silo’s vol knapperige brokken. De rooie is volhardend. Meestal glijdt hij in tien volle minuten zijn weg via de trap naar zijn eten. De andere katers zijn te ongeduldig en maken zich zo boos dat ze door hun eigen dolheid in opgewonden toestand het huis alweer hebben verlaten als de rooie boven is gearriveerd. Aankomen doet-ie altijd. Ook in lichaamsgewicht. Deze altijd trekhebbende vierpoter weet wat genieten is. Luid smakkend verorbert hij zijn gelijkheidskorrels. Watertandend laat hij een speekselspoor vol appetitesappen achter. Zo langzaam als hij beweegt zie je niet vaak bij huiskatten. Die vallen onderweg ergens in slaap en veroeren zich vervolgens uren niet meer. Je struikelt over de huiseigenaren. Nee, de rooie roert zijn eigen pootje goed tussen de brokjes. Zijn zachte malse voer krijgt hij trouwens ook keurig omstreeks 18.00 uur (Hollandse tijd) in prachtige schaaltjes met Chinees kunstwerk beschilderd.
Fabian en Floris zijn volgens mij de echte brexitkaters. br..br.....................

*Brexit= Br=Groot-Brittannië / exit=uitgang. Groot Brittannië vertrekt uit de Europese Unie. Actuele betekenis van de Brexitkater= naar gevoel van mensen, die niet voor vertrek uit de EU zijn van GB. Na  de uitslag van het referendum hadden die mensen een kater, een brexitkater

 

Piet (9)
01-09-2016 Any-Martin-Rieux
Deze zomer was het druk op het terras van de tuin waar ik woon. Vijf tafelgasten lagen op de grond door gebrek aan plaatsen hoger. Geen nieuws voor de lezer dacht ik zo. Wat wel nieuw is komt dit keer uit Frankrijk. Daar woont Piet, de Fred Flintstone in dit verhaal. Zoals de lezer onderhand wel weet is onze rooie Rodin twee keer per jaar voor enkele weken op zijn geboortegrond in Frankrijk. Hij voelde zich daar de keizer te rijk. Zo'n grote tuin en zoveel smakelijke muizen, daar wil iedere kat wel vertoeven, behalve ik, want mijn brokjes overtreffen alles en zijn wel zo makkelijk voor iemand die liever schrijft dan achter zijn eten aan jaagt.
Rodin was vorig jaar heer en meester over zijn landgoed, maar afgelopen zomer was daar flink de klad in gekomen. Hoewel hij als heer nog geloofwaardig overkwam was de meester in hem veranderd in een onderdanige sukkel. Hij gedroeg zich al dagen uiterst vreemd, wilde niet meer naar buiten en wisselde om de vijf minuten van tafel volgens mijn baasje. Er was iets gaande waar zij, mijn verzorgers geen weet van hadden. Nee, ziek was de rooie niet. Hij moet in de leer. Dat weet ik.
Rond vier uur in de ochtend van 28 juli stormde een gemauw vol kracht de grote ruimte van het atelier binnen. Daar waar mijn baasjes nog steeds slapen. Het klonk alsof de nacht in zijn staart gebeten werd door vier katers tegelijk. Het geluid kwam vanonder hun slaapplek. Meteen schoten ze uit bed. Zij dacht aan een doodzieke Rodin en hij wist dat er een indringer was. Deze situatie vroeg om snelle actie.
' Niet nog meer tafelgasten.'
Ik hoor het ze zeggen.
'Hé, dat is Piet van de chambres d'hôtes.'
Zwart en lenig als een panter: een gespierde spiegel op poten
(Als ik daar was geweest had ik die blerjoekel een ongelofelijke stoot op zijn neus gegeven.
Een verslaggever doet dat niet, die noteert alleen maar.)
Hup naar buiten met dat dier. Via de porte fenêtre links eruit. Binnen een tel was hij via het luik helemaal rechtsom van het huis alweer binnen. Weer oppakken en linksnaar buiten. Weer binnen een tel rechts binnen. De derde keer: dikke pech voor ietepiet. Kattenluik op slot gedraaid. Nog zeker een kwartier bleef hij aan de kleine ingang jutteren.

Vandaag ben ik met de training van jonge Rodin begonnen. Hij bedankte me daar niet voor.

 

Kattendag   (12)
28-09-2016 Rotterdam
De herfst heeft haltgehouden in Ommoord en laat zich door kieren horen. Waren tot gister alle kattenbendes nog actief op straat en schreeuwden wij de buurt bij elkaar, vandaag waren de bekken gesloten en giert de wind, heb ik het buitenrijk weer voor mezelf en heb ik last van een overspannen mauw bij binnenkomst door het kattenluik.
'Kom eens hier,' sprak het vrouwtje.' Ga schrijven Fikkie. Doe iets nuttigs.' (Ja, ze noemt me soms Fikkie.)
Wat zou het nut zijn van schrijven?

Ja, jullie praten met woorden, jullie zitten minstens tien jaar op school om te leren communiceren en vervolgens bakken jullie er nog niet veel van op facebook met al die duimpjes. Schrijven vele doorstudeerders ik vindt. Ja met een t terwijl het zonder t is. Waarom gaan jullie niet eens een tijdje mauwend door het leven? Gewoon allemaal voor één dag een kat zijn. Lekker op tafel liggen en gezamelijk de tafel van tien mauwen op school. Als iedere jongeling het doet halen jullie het NOSjournaal en word je wereldnieuws. Het zou een luidruchtig, doch bijzonder vriendelijk protest kunnen zijn tegen bijvoorbeeld ...(?)miauja wat eigenlijk? Dat je zwaar onderbetaald wordt in de winkel waar je op zaterdagmiddag je overuren draait of dat je opgeleid wordt voor een beroep zonder toekomst...(vul zelf maar in) Of wat dacht je van op schoot bij een docent? Als het onderwijzend personeel boos wordt mauw je terug en vervolgens gaat de hele klas spinnen. Just for one day,
Echt jullie halen tienen. Die krijgen jullie van mij. Zo simpel eigenlijk. Het werkt alleen als jullie het allemaal doen.
Het is voor veel mensen al moeilijk voor te stellen dat een kat achter een computer zit en schrijft. Dat noemen ze kolder, maar dat jullie dagelijks vele uren moeten zitten en veel vooral volwassenen toneelspelen vinden mensen normaal en dat euro's de baas zijn over jou en de wereld vol mensen die als slaven hun dagen verjagen lijkt niemand ongerust te maken. Een mooie mauw geeft ook grip, begrijp je?

Rode snuit
16-12-2016 Rotterdam
Ergens in 2003, toen ik nog een kleine jongen was, is al spinnende, schrijfliefde ontwaakt. Ik lag op de schoot van Emma. Samen met haar vriendin Suus (de zus van Marjolein) en met mijn verzorgster waren we een nieuwe tekst aan het verzinnen op de melodie van een beroemd kerstlied. Ik mauwde mee zo het m'n lief was

Rudolf
Rudolf, dat leuke rendier,
heeft een hele rode snuit.
Als je hem ooit in’t echt ziet
straalt hij als een ster, ja heus.

Rendieren rondom Rudolf,
lachten hem geweldig uit,
omdat zijn neus zo rood was.
Ze vonden dat een gekke snuit.

Op een Kerstavond vol mist,
de kerstman achter zijn slee (vraagt):
‘Rudolf met je mooie snuit,
wil je met mijn slee vooruit?’

Rudolf is echt gelukkig.
Lekker voor de arreslee.
Altijd met Kerst zie je Rudolf,
iedereen wil met hem mee....,

 

Roodsnavel  (14)
14-02-2017 Rotterdam
Vandaag Valentijn's dag. Tijd voor een presentje.
Het begon met doppinda's. Ze deed een handvol in het vogelmandje, dat aan de berk hangt in onze achtertuin. Mijn verzorgster eet het liefst dat wat vogels ook eten. Ik lag net weer lekker op haar schoot. Ze las met een stralend gezicht de column van Arnon Grunberg, die op 14 februari over oordelen en sterven gaat.
'Ja, dat is waar.' zei ze. Daarom zijn vooroordelen zo zwaar te dragen voor mensen die leven willen delen en openstaan voor anderen en dagelijks veranderen. Wie een vooroordeel velt over een andere doodt de levende op slag doordat een oordeel iemand vastzet, stilzet, kapotslaat. Het stuk van Arnon ging over oordelen over personages.
Het vrouwtje zei:' Er zijn ook mensen die zich enorm boos maken om personages. Om verzinsels.'
Het heeft allemaal met bewustzijn en reflectie(=achteraf over situaties nadenken) te maken, met actief willen communiceren en met mensen die, net als veel dieren, van moment in moment leven en hun mauwmuilen, snerpsnavels meteen openen zodra een ander in de buurt komt. Verdraagzaamheid, daar heeft het ook mee te maken.
De oplossing zit in tekenen, ja gewoon zelf kijken en op een papier schetsen wat je zelf ziet. Niet dat tekenen wat je denkt dat je ziet of zoals een afbeelding in een boekje zegt hoe het moet. Zelf kijken.
Er vlogen grote vogels in de boom. Eksters met lange staarten en ze maakten schreeuwende geluiden naar elkaar. Opeens was daar die mooie sierlijke stille groene parkiet. Mijn vrouwtje begon met haar mensbekkie te trillen en mauwgeluiden te maken, zoals ik vroeger altijd deed zodra ik een vogel zag. Ze rende naar de camera, die ergens boven lag en wisselde beneden meteen van lens. Zie het resultaat boven. De roodsnavel hangt onderste boven. Wie de wereld zo ziet krijgt een cadeautje. Probeer het maar.


einde.


Actualiteit
Pennenpad
09-01-2015
Rotterdam
Gisteren Charlie, vandaag Felix en morgen weer Flits

Deze simpele jongen wil zo min mogelijk een ander beledigen en zelfs een muis wil ik geen pijn doen. Behalve luchtige grappen over honden houd ik me verre van de zwaarte van godsdiensten. Ik heb met mijn negen levens niks te klagen en heb het enorm getroffen in het huis waar ik woon. Mijn leefomgeving is het paradijs. Mijn verzorgers zijn goden. Schrijven doe ik om niet af te stompen. Autonoom denken vind ik belangrijk. Volgers genoeg. Vechten is niet vaak nodig. Af en toe zet ik de rooie Franse kater op zijn plek. Eén mep is voldoende voor een dag rust. Nee, spotprenten zijn niet aan mij besteed, nou misschien eentje dan iets met een hond, maar ach. Soms wil ik mijn staart de andere kant uitgooien en loop ik met nieuwe ideeën rond. Een tekenkat worden of een stripkat zijn. Een nog beter idee is een pennenpad voor in het paddenparadijs. Inktpad kan ook. Ik zal het voorstellen aan mijn godin. Ja, daar komt ze. Zij mag het beest maken.


Chien Charlie
15-01-2015 La France
Deze ochtend werd ik verrast door een knapperd met een knopsneus, rode bril en motorhelm.

Mayke Blok van het digitale tijdschrift De Correspondent deelde de foto met mij. Ik ben zeer content en  dank de hele redactie met een spinchanson. Het portret is door Boris Horvat geklikt.


 

 

Tommy's blikopener



Tommy's blik 1
05-09-2014 Rotterdam We gaan naar beginjaren negentig, naar een zijstraat van de Oude dijk.

Hollen tussen de drollen
05-09-2014 Kralingen Een wit schoteltje staat op het aanrecht, een blikopener komt te voorschijn, de punt gaat recht door de platte bovenkant van het kattenblik en snijdt zich een weg in de rondte. Flinterdunne deksel wordt door zachte vingers verwijderd. Mals vlees wordt naar buiten gelepeld. Zand proef ik, zand, heel veel zand. Iedere korrel smaakt anders. Buiten is een zandbak. Een hele grote, de hele straat ligt vol. Ik mag één maal per dag uit. Mijn baasje blijft op gepaste afstand en wil me in die zandwoestijn hebben. 'Ga toch lekker spelen.' zegt ie met een lachende snuit, De zandbak brengt me in verwarring. Honden komen en gaan en allemaal werpen ze hun verteerde voedsel tussen de korrels. Geen kat die daartussen wil spelen. Hollen tussen de drollen doe me een lol zeg, miauw. Nee, geef mij maar de vloer met planken boven in een hondloos huis.
Op een dag ergens aan het begin van een mooie zomer tilde het baasje mij op en zette me in de Rotterdamse straatsahara. Ik verbrandde bijna de zachte kussentjes onder mijn stevige poten, maar dat was niet het ergste, een beetje verharding is voor een kat van mijn formaat nodig. Nee, het rommelde die dag in mijn buik. Het leek of ik een onverteerbare vleermuis had verorberd die meteen via de uitgang naar buiten wilde vliegen. Ik voelde gebeuk tegen de wanden van mijn ingewanden, Natuurlijk kan je je net als een hond verlagen en je inhoud op straat te koop en te kijk leggen voor iedere voorbijganger, maar wij katten hebben onze trots. Je kan het een zegen noemen of een vloek, maar wij houden de straat in ieder geval schoon voor de mensen. Ik hoefde niet na te denken om meteen weg te rennen uit de  warme zandbak. Bijna struikelend over de gloeiende korrels snelde ik  naar boven, de oude houten trap op en sprong in mijn veilige kattenbak vol koel grint. 't Baasje, die mij op de poot volgde, trok een gezicht vol ongeloof en verwondering. Jij snapt natuurlijk wel wat hij over het hoofd zag?

Tommy's blik 2
Klapmajoor

18-09-2014 Kralingen
Zomaar op een dag ging mijn baas verhuizen naar een ruim appartement, een kilometer verder van de oude woning waar ik samen met hem een jaar of twee had doorgebracht. Woningruil, noemden ze dat en we boften, althans dat dacht ik in het begin. Er kwam nog iemand bijwonen, een student, maar die was vaak weg. Een hondvrij-verklaarbaar balkon nam de plaats van de zandbak in. Het leven werd nog rustiger. Mijn uitlaatplaats was minimaal geworden. Daar zou nog genoeg verandering inkomen, maar zo ver was het nog lang niet.
Kon ik me de eerste dagen verheugen op een buitenplek helemaal voor mezelf, weken later lonkte de grote wereld beneden. Ik zag daar water en bomen en bosjes en kippen en een man in een rolstoel en het belangrijkste: andere katten. Mijn poten jeukten ik had zin in een knokpartijtje met een klapmajoor.
Ik liet het dus maar gebeuren. Wat? Ik liet me in de vijver beneden vallen. Zonk diep en zwom naar boven, mijn vrijheid tegemoet. Dat laatste was niet waar. Eénmaal op vier poten, rende iedere soortgenoot hard weg zodra ie-me zag. Eerst dacht ik dat het door het water kwam, maar nadat ik gedroogd was door de zon, ontweken ze me ook allemaal. Welke kat zou met me willen vechten? Waar is een klapmajoor?
De hele middag was ik op zoek naar een knokmaat om een slagveld mee te delen. Zodra de baas riep gingen, zonder dat ik het wilde, al mijn haren recht overeind staan en richtten zich naar de plaats waar zijn roep vandaan kwam. Ik liep automatisch naar hem toe, maar vlak voordat hij me zou oppakken zag ik hem voorbij lopen. De klapmajoor. Hij deelde rake klappen uit naar al wat insect was en om zijn hoofd zoemde. Hij beet in hun lijfjes en vrat ze op. Die kat had het in zijn poten. Die kat rende niet voor mij weg. Net voordat ik een poot in het slagveld wilde zetten werd ik opgepakt en verdween van de wereld. Boven, op de derde verdieping, werd een blik opengedraaid. De inhoud verkleinde meteen mijn blikveld. Ik schokte het zalige zachte voedsel naar binnen en genoot intens van de vleessmaak, maar het appartement kwam mijn keel uit.


Tommy's blik 3

Ingeblikt bloed
24-09-2014 Kralingen Ook voor katten kan het te kwaad worden. Van de euforie (=gevoel van extreem grote vreugde) van de verhuizing, was na twee weken geen zandkorrel meer over. Het balkon was hondvrij, maar dat was het dan. Wat een kattenbaksteentje kon vermoeden, was: dat mijn diepe verlangen naar andere katten weer een rol ging spelen. Ik wilde keet trappen in de Ketenstraat en mijn nagels in de huid van een ander zetten. Reacties krijgen. Zo wilde ik leven.
In plaats van al die krachtuitspattingen lag ik als een luiaard op de bank. Uitgeteld van het niks doen. Versleten van verveling. Helemaal alleen. Ik speelde geen enkele rol meer. Nergens en bij niemand. Student studeerde en baasje was altijd het haasje. Zodra ie me zag en aaide keek hij me met een verwrongen smoelwerk aan en alsof zijn oren hem daartoe dwongen koos meneer meteen het hazenpad. Dan verdween hij voor weken.
Nadat ik uren op het balkon door het keurig gespannen gaas de wereld in hokjes aanschouwde kwam ik op een balkonoverstijgend idee. Mijn plan reikte verder dan de hoogste daken uit mijn omgeving. Mijn plan zou gronden krijgen. Ik zou mijn rol gaan opeisen. Nee, wachten had geen zin, straks zou ik niet helder meer in mijn kop zijn en zo afgestopt, dat geen enkel idee meer tot uitvoer zou kunnen worden gebracht. Ik laat me toch niet opsluiten als een maaltijd in blik? Bloed moet stromen en in de uiterste vaatjes van mijn lichaam zuurstof brengen. Ik ben toch geen konijn met een oogziekte of een doormidden gehakte worm? Mijn bloed leek ingeblikt, dat wel. Alles voelde zwaar. Ik had in een vacuüm geleefd. Dat was een waarheid als een koe. Met heel veel moeite sprong ik op de reling en vertrapte met loodzware poten het gaas. Als een olifant gleed ik via de spijlen van het hekwerk naar beneden en met een doffe dreun landde ik op mijn dikke poten beneden in de wereld die niet meeveerde. Alles deed zeer,........

Tommy's blik 4

Keten in de Ketenstraat
29-09-2014 KralingenMeteen na de sprong van het balkon zette een snelle kater zijn nagels in mijn nek. Met alle kracht maakte ik me daarvan los en gaf de tegenstander een klassieke kaakslag. Een gegil als van een kind trok de aandacht van bewoners. Ramen gingen open. We sprongen beiden een stuk terug meteen gevolgd door een nieuwe aanval. We sloegen met onze poten wild op elkaar in. Dit was wat anders dan kopjes geven en geaaid worden door een paard. Dit was volwassen werk vol rood vuur. We kwamen in elkaar vast te zitten en rolden over grijze stoeptegels richting Ketenstraat. De tegenstander, een hoogmauwende klapmajoor, verkeerde in een uitstekende conditie. We vormden samen een krachtveld. Vlokken huid en haar vlogen om ons heen. Mensen met boodschappentassen en plastic zakken bleven staan. Ze riepen: 'Oh' en 'ah!' en oei, oei, oei,.. Ze weken naar achter. Ik mauwde met een harde uithaal, hoog en onbeheerst. Heerlijk. De spetters speeksel kwamen uit mijn bek en uit de hemel. Ik beet de ander in zijn staart. De vechtersbaas kraste over mijn neus. We kromden onze ruggen en sprongen zeker twee meter in de lucht. We niesten en briesten en de geur van rood vers bloed bereikte mijn neusvleugels. Het begon helaas te regenen. Dat was de druppel voor hem, want hij rende ineens  hard weg.
Terwijl ik stond bij te komen van deze energie-uitwisseling en de volle aandacht om me heen werd ik opgetild door (hoe kon het ook anders?) mijn vriendelijke baasje. Ik ging af als een gieter. Dit had niet de stijl die ik voor ogen had. Applaus was toch meer op zijn plaats geweest. Iedereen vertrok of niets gebeurd was. Aan deze uitdaging kwam veel te snel een eind. Uitgeput ging ik in het appartement op de keukenvloer liggen. Een blik op het glimmende aanrecht werd opengedraaid. De malse lichtroze inhoud verzachtte mijn blikveld. Het heeft daarna nooit meer zo heerlijk naar bloed gesmaakt.


Tommy's blik 5

Handel aan de wandel
09-10-2014 Rotterdam Mijn handel in gevechtsartikelen liep geweldig in de Ketenstraat. Voor een knaak kreeg een kat een kaakslag en voor een dubbeltje zaten ze allemaal op de eerste rij. Op een gegeven moment hoefde ik mezelf alleen maar te laten zien en vechtpanters liepen af en aan om een partijtje te knokken. Hoewel de sprong van het balkon zwaar woog, veerde ik op bij elke straathandel om de hoek. Voor een habbekrats haalde ik mijn neus niet op en voor een kip en een ei vlogen de veren in het rond. Geen kat die zich nog een minuut verveelde met mij in de buurt. Ik kan mauwen dat ik een geweldige tijd had in Kralingen. Dat mocht de buurt horen. Terwijl mensen vastzaten en hun huis nauwelijks uitkwamen rolden wij over de straatstenen en mauwden onze maaltijden voor elkaar. Menig kat werd door een vriendelijke baas van de straat gehaald en kreeg vervolgens meteen een bak blikvernauwing ergens boven op een verdieping met oppervlakkige tapijten. Toen ik op een avond aan diggelen lag op straat, ergens bij nummer 88, ging mijn handel aan de wandel. Het liep totaal uit de klauwen, zonder morren en met veel mauwen. Ik werd van de straat geplukt door mijn baasje en meegenomen naar zijn buurvrouw die op de tweede verdieping woonde. De deur ging achter mij in het slot en een slome kat keek me angstvallig aan. Meteen sprong ik op mijn prooi en haren met wortels vlogen door de kamer. Bloed kleefde onder mijn nagels en de schlemiel verdween door een kattenluik naar buiten. Ik dacht mijn wapens weer in handen te hebben, maar alles werd anders. Ik hoorde een diep gegrom ergens uit de donkere gang. Mijn haren gingen recht op staan. Het begon te borrelen in mijn maag en ik rook een diepe indringende strijdlustige vijandige wilde geur. In mijn rechterooghoek verscheen een zwaar behaarde kater met de meest vreemde staart. Waar kende ik dat dier toch van? Terwijl ik aan het herinneren sloeg en spontaan begon te meppen kreeg ik een flinke knauw in mijn staart. Ik vloog twee meter de lucht in en landde wijdpoots op een tafel vol kopjes. Ik schrok me het ongein. Geen hond zou het geloven. Ineens wist ik wie ik in mijn nabijheid had. Ik was in het huis van de klapmajoor.
Mijn blikvoer veranderde in vers wild.

Tommy's blik 6
Horizontalisatie
28-10-2014 RotterdamVan het ene op het andere moment was mijn handel in gevechtsartikelen met de noorderzon vertrokken en bleef ik met lege poten achter. Boven, op de tweede etage reikte mijn uitzicht niet verder dan de huizen tegenover. Overal waren de gordijnen gesloten, behalve in het huis van de klapmajoor waarin ik me bevond. Bakken licht vulde de grote vierkante kamer. Altijd zomer, met een minimumtemperatuur van 19,5 graden Celsius. Vechtlust verdampte bij elke uitademing, betovering leek in het begin de baas. Ik koesterde me elke middag in de zon. De klapmajoor heerste in het zonnehuis. Hij hoefde er niks voor te doen. Kinderen waren bang van hem, kregen zelfs angstige dromen. Hij kon met zijn blik leeuwen temmen.
Ik kwam na maanden vechten in een toestand van slappe horizontalisatie en sliep alle dagen aan elkaar. Mijn lust tot vechten was gezonken tot ver onder het matras. Slaap bleef aan de oppervlakte kleven. Zo gingen maanden en nog eens maanden voorbij.
De schlemiel, waar ik de vorige keer over berichtte, had weken angstvallig buiten op het balkon doorgebracht en zijn behoefte in de plantenbakken gedaan, totdat die allemaal vol waren en er niks meer bij kon. Eenmaal door het kattenluik en binnen begon hij spontaan te spinnen. De zon scheen ook voor hem. Terwijl kinderen met kwasten hun kleuren aan hun gevoel aanpasten sleepte de schlemiel zijn staart door de verf en sliep op grote vellen papier. De noorderzon werd in mijn blikveld almaar groter. Een verhuismus vloog voorbij. Wat wilde ik daar graag achteraan rennen. Fijngemalen wild in blik was ons hoofdvoer geworden.

(v)Lees volgende week: hoe een verhuismus Tommy in haar vlucht meevoert.

Tommy's blik 7
Verhuismus
11-11-2014 Rotterdam Het was een namiddag in augustus 2001. De zon maakte met haar stralen minuscuul goudstof zichtbaar in de ruime huiskamer in het appartement op de tweede etage in de Ketenstraat. Al weken fladderde een vogeltje door de straat. Dat is normaal toch? Dit keer was het anders. Deze fladderaar tikte tegen ramen van bewoners. Het beestje daalde neer op de stang die voor het middelste smalle raam hing. Op die namiddag in augustus tikte de huismus tegen het glas van ons raam in de woonkamer. Dit keer werd ook ik wakker van het geluid. Ik hoorde:’tik, tik, tik’ even niets en weer:’tik je, tik je, tik je.’ Het bleef zich herhalen. De tik begon hard en eindigde met een zacht ‘tje’. Ik hoorde: huis je, tik je, tik je, en weer huis je, boomp je, tik je, en weer huis je, boom pje, verbeest je en vervolgens vloog de vogel weg. Van verre was iets in mijn kattenoor gefluisterd. Van verre zag ik de noorderzon almaar groter en groter worden. Meteen een dag later werd het smalle raam, waar de mus tegenaan had getikt, uit de sponning gehaald en hing binnen vijf tellen onze zware zwarte piano boven de keiharde straatstenen. Wij katten renden rondjes door lege rechthoekige ruimtes en sliepen in dozen van alle maten. Wat was er gaande?
Het vrouwtje sprak over Het Vrije Ommoord en daar waar tuinen zonder grenzen bestonden.
Daar waar bospaden jaarlijks gevuld werden met snippers van oude boomstammen. Daar waar nachtwandelingen zonder mensen en honden mogelijk waren. Daar waar haar ouders woonden. Op het tijdstip, dat bij schrijver Adriaan van Dis de nachtredacteur spreekt, (drie uur in de nacht) zouden wij, katten, ontdekken wat echte vrijheid zou zijn, maar zo ver waren we nog lang niet. Eerst moest er nog veel gebeuren. Gepoetst, gesjouwd, geveegd, geleegd, gevouwen, gegeten, gegromd en gaan. Veel handen, veel voeten, het schoot snel op. Een bus toeterde beneden in de straat. Het was een op-en aflopen in het trappenhuis. Wij katten schoten van links naar rechts. Eén voor één werden we opgepakt en achter slot en grendel gezet in plastic verhuisboxen met gaten. De verhuismus vloog alvast vooruit.

(v)Lees volgende keer: Hoe kat en mens verbeesten

Tommy's blik 8
Jachtvelden
27-11-2014 Rotterdam Daar waar de noorderzon schijnt, daar zijn jachtvelden. In Ommoord kon ik eindeloos rennen en jagen, vechten en plagen. Meer katten hadden hun bedrijf daar in gevechtsartikelen. Wij joegen elkaar op en gingen over de kop. 
Je hebt mensen die hun benen scheren.  Je hebt mensen die hun schedel scheren. Je hebt mensen die alles scheren. Je hebt katten die haarloos zijn. Wel of geen haar, wie kan wroeten in aarde en kan lopen tussen bomen en onder bosjes kan kruipen krijgt langzaam iets terug, wat mensen liever niet altijd graag met eigen ogen willen zien. Ik mauw over dierlijkheid. Ik mauw over: dat wat ons zo lekker kattig maakt. In het Vrije Ommoord liepen zowel honden als katten over aarde tussen bomen met of zonder bladeren.  Wij hadden uitzicht over jachtvelden.  De oppervlakkige tapijten in de Ketenstraat hadden plaats gemaakt voor diepe donkere humusgronden vol muizenholen, wormen, mieren, mollen en vreemde, mij onbekende, insecten. De bomen werden bevolkt door: blauwe vogels met grote bekken, musjes met lieve snaveltjes, roodborstjes, die je aankeken door kraaloogjes en hele zwermen groene parkieten, die tegen de tijd dat de zon onderging hun aanwezigheid door harde krassende geluiden kenbaar maakten.   
In het begin van onze verhuizing waren we alledrie totaal uit ons (niks) doen. Ineens hadden we trappen in huis en verschillende etages. We zouden ieder apart een eigen woonlaag toe-eigenen. Eerst moesten we onze plassporen achterlaten in huis. Daar hebben jullie andere trucjes voor. Jullie schrijven stukken of doen parfum op om terrein te veroveren en jullie hebben paspoorten. Dat laatste is in Nederland een voorrecht. Katten kunnen ook een paspoort verdienen. Verder zijn onze vechtsporen meer zichtbaar dan de onderhuidse van jullie. Nadat de buit verdeeld was kon mijn werk als zmp’er (zelfstandige met personeel) worden vervolgd. In het Vrije Ommoord waren zo veel sterke katten met eigen bedrijven dat we elkaar voortdurend meer werk gaven. We gingen over de kop.  Werk maakt nog meer werk. De Ommoordse honden daarentegen waren de nieuwe slaven. Terwijl katten in het licht van de noorderzon hun paden vrijvochten sliepen honden door de dagen heen. De blaffers liepen in de avond aan de band, mee met hun baasje.

Tommy's blik 9
Wild

14-12-2014 Rotterdam Hoe wild mensen ook zouden willen zijn, ze laten zich met het grootste gemak als tamme eenden om de tuin leiden. Neem nou miauw het simpele woord: wild.
In het Vrije Ommoord was de wereld eindeloos groot. Tommy’s leven had zich jaren afgespeeld op vierkante meters in Kralingen. Op een zomeravond in 2002 zag hij in de verte de wereld branden. Zijn hart ging sneller kloppen. Het bijzondere licht riep hem tussen takken, bladeren en bomen. Hij werd enorm aangetrokken door het vuur. Tommy moest er heen.
Hij wrong zijn grote lijf tussen takken met stekels en liep tussen bomen vol vogels. Uiteindelijk kwam hij bij een sloot. Eendjes zwommen nieuwsgierig zijn richting uit. Hoe nu verder? Een dik stik hout reikte bijna tot de overkant. De kat zette een poot op de stam, nog één en met grote concentratie liep hij naar het einde, sprong en zag tijdens het neerkomen een grappig speels beestje voor zijn neus wegschieten. Met gebogen rug liep hij langzaam verder en zag overal om hem heen heuvels van aarde en zand. Ze schoten van links naar rechts, van boven naar beneden. Geen eentje of slechts twee, ook geen drie of vier. Nee tientallen. Ik mauw niet over mijnen, of over muizen,van die kleinen, nee ik mauw over grote huppelende konijnen. Vers wild schoot voor zijn ogen voorbij. Verwilderde families die aan gezinsuitbreiding deden. Een vos stond Tommy vanachter een berg zand te begluren en verdween. Tommy, die bijna zijn hele leven voer uit blik had gegeten kon zijn ogen nauwelijks geloven. Hier leefde eten, zomaar in het wild.

Als wij katten wildvoer uit een pakje krijgen geloof ik, daar niks van. Van dat wild. Dan staat er wild konijn op de verpakking, omdat wild beter verkoopt dan tam. Mjahaha, denk je dat mensen (en honden) op konijnen zouden jagen om ons te plezieren? Nee, het bepakte vlees komt van kooikonijnen voor kerst en alles wat overblijft, nadat het lekkerste voor de mensen met plastic is verpakt, is voor ons. Ze plakken een sticker wild konijn op de buitenkant en de mensen zien hun prooi vol vreugde door een groen groen knollenland huppelen. Ze eten vervolgens zonder noemenswaardig bezwaar hun zachte Nijntje konijntjevlees.
Diep vanbinnen verlangt de (gekooide) mens naar wild is mijn idee, maar hij of zij vindt bottenverzamelen wel een gekke hobby. Ze snakken tijdens hun jaren vol arbeid naar: wilde dieren kijken, wildwatervaren, wildwandelen, wildplassen, wildfotograferen, wildmailen, wildappen, wildbloggen, wilddenken, wildslapen, wildzoenen, boogschieten, hutten bouwen en wildeten. Helaas bij elke onbekende wind worden ze door commissies op het matje geroepen om zich te verantwoorden voor hun gedrag. Vervolgens vluchten ze snel naar de veilige ruimte van hun goed geïsoleerde woning. Nee kom dan maar eens aan bij Mol. Leg je oor te luister bij de ingang van haar stelsel met gangen. Daar kan je de wind door tunnels horen gieren zoals najaarsstormen razen rond 12 december. Protocollen, commissies, rapporten en stageverslagen vliegen voor altijd de lucht in.

Tommy, klom op een heuvel en zag in de verte de vuurbol in de aarde verdwijnen. Het flink behaarde beest zou nog vaak terugkomen, daar waar de heuvels zijn en eten leeft, daar waar hij nooit een mens tegenkwam.

Hoe is het om kat te zijn en te denken dat je een mens zal worden als je later groot bent?


             

Acht krabbels van mijn poot, maar gezien vanuit Pommetje,  de kat die als cent geboren werd en een euro vond,....

Straatschoffie uit Crooswijk

05-05-2014
Kralingen

Zoals was aangekondigd, krijgen jullie van mij een stuk rauw leven van Pommetje, het straatschoffie uit Crooswijk. Ik neem je mee naar midden jaren negentig.


Internet stond nog in de kinderschoenen en speelde nauwelijks een rol in de huishoudens van Rotterdam. Trouwens in heel Nederland zat men ‘s avonds massaal achter de televisie. Wie zijn of haar kat miste moest naar buiten lopen, zoeken en vinden. In de Ketenstraat in Kralingen liep op een avond een dunne verdwaasde kat door de grijze lege straten. Hij had zijn drankzuchtig baasje verlaten op zoek naar een volwaardige hap en was vervolgens zijn wijk Crooswijk uitgewandeld. Daar het dier een tik van de malle molen had gehad kon hij zich niet oriënteren. Hij had totaal geen idee waar zijn reis begonnen was of waar ie zou eindigen. De enige die riep, was zijn maag. Die borrelde en knorde door verlatenheid en diepe leegte. De jeuk tussen zijn achterpoten van de schurende vlooienbeten was daarbij vergeleken een kleinigheid. Hoe het ook was, wende en keerde, toeval laat niet op zich wachten. Door de nauwe Ketenstraat en over de trambaan van de Goudse rijweg riep nog iemand, daar klonk de naam Mickey. Dan weer hard en dan weer zacht. Die dunne bijna doorzichtige kat voelde instinctief wat hem te doen stond. Meteen richting die machtige naam Mickey. Twee dolle vrouwen renden op me af en ik vloog enkele meters in de lucht toen ik werd opgepakt. Nee, ik was niet degeen ze zochten, maar oh oh oh wat was ik een lieve jongen en zo licht als een veertje. Ze aaiden me en met mijn laatste krachten spinde ik mijn leven weer aan elkaar.  Zoals je leest hebben de woorden je in de dunne kat gebracht en zien we een mals stukje leven vanuit zijn blik. Op nummer 68, tweede etage stond een groot blik kattenvoer op hem te wachten. Meteen werd de inhoud op een schotel gebracht. ‘Niet te veel in één keer,’ hoor ik ze nog zeggen en ik vrat me bijna dood. Ik was niet meer te stoppen. Uitgehongerd, na jaren niks en nu alles. Op naar een volgend leven. (Wij hebben er tenslotte negen, dus....)

(2)
Dubbele kater


12-05-2014 Kralingen
De zachte roze voorgekauwde vleesbrokjes verplaatsten zich razendsnel door mijn strot. De totale inhoud van het grote blik wilde ik, als een krachtig krankzinnige kralenketting naar binnen slurpen, maar hooooh (...), daar was het eind al.

De dames gristen mijn lieveling weg en ik hoorde ze beraadslagen. Zou ik mogen blijven? Ik was niet Mooie Mickey met de Krulstaart, de meest intelligente kat op aarde, hun kat die ze zochten en die nu als bijna zeker bij de naaste buurman in huis vertoefde en daar alle deuren zelf kon openen, maar toch niet kon ontsnappen. Later zou het vrouwtje erachter komen hoe goed hij deuren sloot. Nu hadden ze slechts (slechte) vermoedens. ‘Ik heb Mickey horen mauwen’, hoorde ik ééntje zeggen. De ander antwoordde:’Hij probeert jou in zijn huis te lokken wedden? Hij heeft jouw kat als troef in handen. ‘Zou het heus?’ Ondertussen had ik een heerlijke zachte warme slaapplaats gevonden op een breed bed in een witte rustige kamer met lange lichte gordijnen en vogeltjesgetjilp op de achtergrond. Ik viel binnen een tel in diepe rust en werd pas in mijn volgende leven wakker.
Ik hoorde stemmen:’Ja, het beest opent een oog. Kom kijken!' Als een warme deken omsloten de mensenblikken mijn lichaam en ziel. Voor het eerst in mijn leven bestond ik als kat. Voor die tijd was ik een afgrijselijk mens, waar mijn baas, die altijd lazerus was, zijn woeste buien op afreageerde. Zo werd ik herhaaldelijk opgesloten in het kleinste kamertje van het huis, in de toilet en dronk uit de pispot. Zo werd ik geregeld door de kamer geschopt om vervolgens geliefkoosd onder de dekens bijna te
stikken. Toch hield het baasje van mij. Hij liet me zijn drank drinken. Ook katten kunnen zich het laplazerus zuipen en een kater krijgen, miauw, miauw, een dubbele kater en hahaha, hoor ik jou nu lachen? In het hemelse paradijs op de tweede verdieping waar ik me nu bevond lokten ze me naar de keuken. Daar stond vers water voor me klaar en echt vlees, rauw en niet gebakken. Mijn tanden hadden eindelijk beet. Ik spinde de godganze dag. Ik begon onbedaard nieuwsgierig te worden naar de kat aan de andere kant van de muur. De kat met de krulstaart, de kat die 22 jaar oud zou worden en daarmee mij zou overleven,

(3)
Wie als cent geboren wordt, kan ............


19-05-2014
Kralingen
Terwijl ‘s nachts de kat aan de andere kant van de muur zijn ruige repertoire zong, begon ik eindelijk uit te rusten. Altijd was ik op de vlucht geweest en bezig te overleven en nu op de derde verdieping in die ruime flat in Kralingen begon ik tot mezelf te komen
.
Ik had me nog nooit zo’n kansrijke kat gevoeld als die eerste weken op die verdieping van nummer 68 ver boven de straat. Ik ging steeds meer zien, althans dat dacht ik. Niemand schreeuwde in huis.
Op een avond wilde ik in een mandje gaan liggen, dat op het aanrecht stond in de grote lange keuken. Links stond het onder een lamp die veel warmte uitstraalde. Het zag er zo aantrekkelijk uit, dat ik onmogelijk aan het ding kon ontsnappen. Ik sprong op het aanrecht, kromde mijn rug en draaide en draaide. Er was iets geks aan de hand, iets raars, iets onbegrijpelijks. Steeds als ik in het rieten nestje wilde gaan liggen lukte dat niet. Ik draaide me om en probeerde het van de andere kant. Nog eens draaien en ik maakte me nog kleiner. Het ging niet. Deze simpele jongen van de straat stond voor een ingewikkelde zaak. Dagelijks probeerde ik me in dat ronde bedje te worstelen. Het bleef onmogelijk.
Op een avond, het lichtje bescheen nog maar net mijn begeerde plekje, probeerde ik het weer. Dit keer keken de dames naar mij. Ze zagen mij tobben en hun ogen werden steeds groter. ‘Kijk nou, hij wil in het broodmandje gaan liggen,’ De ander antwoordde:’Hoe wil hij dat voor elkaar krijgen? Ja, dat vroeg ik mezelf ook al dagen af. Wie als kat geboren wordt zal nooit een broodje worden, maar wie als cent geboren wordt kan wel een euro vinden. Een dag later stond een kanjer van een mand op het aanrecht.

(4)
Andere kater


26-05-2014
Kralingen
Iedere minuut duurde 60 tellen langer dan normaal. Wat was er gebeurd?

Ik woonde precies twee weken op de tweede etage, het was een rustige avond samen met het vrouwtje. De bel liet zich horen en door de kleine luidspreker in de gang hoorde ik dat het de buurman van hiernaast was. Hij, die kat Mickey al zeker drie weken in zijn huis vasthield. Hij die er indirect voor gezorgd had dat ik van de straat werd geplukt op de avond dat de twee zingende zussen op zoek gingen naar Mickey. En nu hoorde ik voetstappen in het stenen trappenhuis. Hij kwam boven en stapte naar binnen. Hij had de look van een ontheemde Duitse rocker. HIj liet de snaren van de gitaren trillen en gedroeg zich alsof hij al jaren over de vloer kwam. Het vrouwtje was de rust zelve. Ze moest wel (daar kleeft een ander verhaal aanvast, voor een andere keer). Het werd me duidelijk dat ze naar de andere kant van de muur werd gemanipuleerd en ze bleef uiterst vriendelijk. Ze deed net of ze helemaal niet wist dat haar kat hiernaast zat en bedankte hem duizend maal. Dit leek wel de omgedraaide wereld. Nadat ze beiden het huis verlaten hadden werd het plotseling oorverdovend stil in huis. Ik voelde onraad. De meneer met de zwarte leren broek en zijn haar glad naar achter liet vreemde geuren achter. Elke minuut duurde 60 tellen langer. Hoe ging het verder? Het meest stomme gebeurde.

Nadat ik in mijn grote mand op het aanrecht was gestapt viel ik als een blok in slaap. Stom stom stom. Ik had haar uit de klauwen van die griezel moeten redden. Ik had mijn dankbaarheid naar haar kunnen tonen, door voor de uitgang te gaan staan. Nee niks daarvan. Ik heb alleen maar aanschouwd, deed niks en viel nadat ze weg waren als een duffe huismuis in diepe slaap en er gebeurde veel. Ik werd wakker door het geluid van wild gedans door de huiskamer. Ik had veel gemist. Wat zag ik daar nou miauw? Een eekhoorn? Een kattenkop? Dat moest Mickey zijn. Hij sprong achter haar benen aan. Ik knipperde eens flink met mijn ogen. Zag ik nou werkelijk een kat? Het vrouwtje praatte honderd verhalen tegelijk en had het over een pistool en een op slot gedraaide buitendeur. ‘Het was goed gegaan doordat ik zo rustig bleef. Dit is een wereld vol waanzinnigen. Rustig blijven. Later komt alles in duizendfout terug. Later als het nog rustiger zal zijn.’ Haar woorden maakten mij duizelig. Eén vraag tolde door mijn verharde kattenkop. Eén hele belangrijke: ‘Wie is die dwaze dansende snoraap? Wordt mijn nieuwe leven weer een hel doordat de ander zal heersen. Vechten zal ik. Mijn tweede leven laat ik niet verzieken. Wie is Mickey?’ Ondertussen hoorde ik de kater drinken. Hij oogde kerngezond en had prachtige lange haren die glommen alsof ze dagelijks met crèmespoeling behandeld waren. Die jongen had geen slechte tijd gehad daar aan de andere kant van de muur. Hij rende naar alle hoeken van de kamer en wilde langs muren omhoog snellen zoals vliegen dat zo mooi kunnen. Uiteindelijk sprong hij luid mauwend op de houten hoge kast in de keuken. Daar bleef hij. Het vrouwtje klikte alle lichten uit en ging slapen.

Voor mij, nachtbeest, begon het leven. Hoe kon ik slapen als de geur van andere kat mijn neusvleugels aanraakte? Als de geur van andere kat mijn haren rechtop deed staan? Als de geur van andere kat mijn staart onwijs dik maakte? Ik moest op onderzoek uit en wel meteen.

(5)
Aan de grond genageld

03-06-2014
Kralingen

Iedere vezel in mijn lijf ontwaakte. Ik stond onder hoogspanning en mijn staart spatte bijna uit elkaar. Ik moest op onderzoek uit.
Kopjes, schoteltjes, potten en pannen, ze stonden keurig op hun plek in de kast waar de kat met de krulstaart bovenop lag. Terwijl ik als een slang langs het keukenkastje naar beneden gleed draaide Mickey zich om en hoorde ik kopjes rammelen. Ik hield mijn adem in.
Zou ik hem bespringen en meteen tegen de vlakte gooien? Nee, mijn soort vecht op de man af. Kijk elkaar recht in de ogen en deel dan klappen uit. Ik kon hem alle hoeken van de kamer laten zien. Terwijl ik me voorbereidde op de grote sprong, stond ik aan de grond genageld. Ik kon geen poot meer veroeren. Die grote kat van boven staarde mij alleszeggend aan. 'Je waagt het niet hoor' spraken zijn grote ogen en mijn staart kromp ineen. Hoe redde ik me hier uit? Ik gaf hem een grote bek terug. Ik mauwde als een draaiorgel, als een mensenkind en het stopte niet. Ik was van plan dit de rest van de nacht vol te houden. Mickey was er niet de kat naar zich om mij druk te maken. Hij geloofde het wel en draaide zich langzaam om. Hij toonde daarbij heel duidelijk zijn prachtige grote dikke staart, terwijl ik naar boven staarde en mijn longen had leeggemauwd.

(6)
Bulten en Bloedvlekken

10-06-2014
Kralingen

In de dagen die volgden trokken stormen door mijn lijf. Straatgevechten lieten zich in vertraagd tempo herbeleven..
Nu ik boven op stille gronden leefde liet een oude put vol gedane zaken zijn echo horen. Mickey keek me af en toe van grote afstand aan en hij zag me krabben. jeuken en kratsen. Ze zwollen op, als naaktslakken in een mand vol kapotte schelpen, bulten zo groot als pruimen. Ze waren ineens gekomen. Eigenlijk meteen al, op het moment dat de kat van de andere kant van de muur bij ons in huis kwam. Ik krapte dag en nacht. Hoe meer ik kraste hoe heviger de jeuk. De bulten zaten op een onooglijke plaats. Een plek waar je liever geen bloedvlekken hebt. Als ik zat zag je ze niet. Waar ik gezeten had zag je ze wel. De binnenkant van mijn achterpoten zaten op een gegeven moment helemaal vol.
Mickey was een rustige heer. Hij opende met het grootste gemak alle deuren in huis. Hij sprong op, hing aan de deurkruk en kon op die manier overal komen. De wereld was van hem, zoveel werd me duidelijk. Hij had met niemand wat te makken en had weinig last van ongemakken. Met zijn handige poten had hij de balkondeur opengemaakt en ik volgde hem naar buiten en voelde de wind langs mijn wonden likken. Verkoeling. Uiteindelijk ontdekte ik een zeer luchtige nieuwe slaapplaats op de reling. Of liever gezegd, net buiten de reling. Op kippengaas hing ik boven de tuinen van de Ketenstraat en de straat daar tegenover. De Schinkelstraat. Ik zweefde en dat was een vertrouwd gevoel, ik was van de wereld. Mickey mauwde en sprong van tweehoog naar beneden. Hij maakte een zachte landing en liep alsof het de normaalste zaak van de wereld was de tuinen uit. Hij zou een week wegblijven en daarna ja daarna...miauw, krauwwauwwauw. Wat mauw je nouwww?


(7)
Boze buien van buurman

17-06-2014 Kralingen

Met Mickey kon je niet knokken. Hij was eentje die dwars door ieder levend wezen heen keek en daardoor de boel bij de ander - als dat nodig was - op zijn plaats hield. Zodra de kat iemand verliet ging het meestal mis met de persoon, behalve bij het vrouwtje.
Buurman had al een tijdje boze buien naar zichzelf en dus ook naar zijn vrouw en kind. Op het moment dat zijn huisgenoten met een grote koffer waren vertrokken raakte hij in een toestand van verwarring. Het werd heel donker in huis en net op het moment dat zware wolken op de vloerbedekking wilde neerdalen stapte zomaar ineens vrolijke Mickey over zijn balkon waar de zon scheen. Buurman zag de ogen van de kat lichtgeven en klaarde op. Hij moest de kat in de buurt houden en sloot alle buitendeuren met stevige sloten. Hij kocht de lekkerste hapjes voor het dier en de spinner gaf kopjes bij de vleet. De krulstaartpoes maakte de buurman zienderogen gelukkig. Toch gaf de Rotterdammer na drie prettige weken de kat terug aan de buurvrouw. Dat had hij beter niet kunnen doen. Terwijl ik liever buiten op mijn kippengaas boven de tuin hing en Mickey een lekker slaapje deed op de geelgestreepte bank voelde ik als ik even binnen wat brokjes at en water dronk, buurman’s spanning door de muur groeien. Elke dag een beetje meer. Sommige mensen kunnen niet tegen alleen wonen. Wat schrijf ik? Sommige? Veel mensen kunnen niet tegen alleen wonen.
Op een avond, vlak voor Kerst ging het mis. Het liep totaal uit de klauw. Er voltrok zich een razernij in die woning naast de onze, die veel verder ging dan de bekende vliegende potten en pannen. Er was daar een windhoos op gang gekomen die niet eens wilde luisteren naar de naam Catherina. Je hoorde vanalles rondom ons huis te keer gaan en stukken piano op straat kletteren. Je moest kijken en uitkijken. Het gordijntje was nog maar net opzij geschoven of daar vloog al suisend een heel televisietoestel door de lucht, die beneden op straat in duizend stukken uitéén spatte. Stoelen volgden, een la en nog veel meer. Toen de buurman een grote fauteuil naar beneden wilde smijten lukte dat om onverklaarbare redenen niet of zou het wel gelukt zijn als, maar was er geen tijd meer of...? Beneden was de Ketenstraat volgelopen met mensen, die zich vergaapten aan een Reality die het op televisie goed zou doen. Dit was natuurlijk leuker, ze hadden nog net niet hun klapstoeltjes meegenomen. Ze kwamen overal vandaan. Er stond nog veel meer te gebeuren.
Terwijl het vrouwtje haar schoenen zocht en een jas, begonnen angstaanjagende geluiden op haar balkon hoorbaar te worden. De wervelstorm had zich verplaatst en zoals dat vaak gaat wordt de omgeving genadeloos meegenomen. Het dubbele raam in onze witte muziekkamer werd met één klap ingegooid. Het vrouwtje snelde op haar sokken de stenentrap van het trappenhuis af - ze kon van de schrik haar schoenen niet vinden - en ik verstopte me achter een veelkleurig strepengordijn. De net gearriveerde politie had zich door de massa een plaats weten te veroveren vlak voor het portiek van de buurman. De dienders verwachtten de verwilderde man daar en zouden gek opkijken als de doorgedraaide Rotterdammer zich tussen de mensenmassa onvindbaar zou maken. Het liep anders. Wie andermans huis als vluchtroute gebruikt hoeft weliswaar niet meteen opgepakt te worden, maar wie een gevaar in de straat is en zich onder het publiek wil verstoppen wordt in de armen van de politie geduwd en zoals geschreven geschiedde. Het werd een koude nacht.

(8)
Ze schrokken zich een Jan Hoetje

25-06-2014
Kralingen
Terwijl ik me dagelijks te goed deed aan warme koolvis en echte stukken vlees kon ik me nauwelijks meer voorstellen hoe het leven een jaar terug was op straat, in de kou en met een lege maag en zonder verzorger. De vraag:’Wat heeft het leven voor mij nog meer in petto?’ bestond nooit. Destijds dacht ik dat het altijd zo zou blijven en sinds ik omringd ben met liefde wil ik dat dat altijd zo zal blijven
. Mickey verdween soms voor weken en was dan weer maanden thuis. We hadden geen last van elkaar en in de loop van het jaar werden we zelfs close en cool. Voor katten betekent dat, met de ruggen tegen elkaar aan slapen. Heerlijk. Zo beleefden we een vredige periode in 1996. Helaas en gelukkig, niks is voor altijd. Het leven had nog veel meer voor mij in het petje, miauw pet.
Ik denk dat het september van datzelfde jaar was, toen zich een grote verandering aankondigde in de vorm van een gigantische kat. Een Mickey in het kwadraat, nee beter gezegd twee Mickey's in het kwadraat, want 1x1=1 en 2x2=4. Een Big Data met een dikke hangende staart. Ze hadden hem binnen gedragen en de kattenknul mauwde alsof hij zijn strot in ons huis kwam uitkotsen. Ik hoefde het beest niet eens te zien of ik wist al door zijn geur dat mijn nieuwe tegenstander was gearriveerd. Binnen vijf minuten werden rake klappen uitgedeeld en lieten we elkaar alle hoeken van de kamer zien. Op het moment dat ik hem pas goed zag schrok ik me een megahoed. Uiteindelijk snelde ik het balkon op met een bloedneus, een wiebeltand en twee gekneusde ribben. Voorlopig was ik buiten. Mijn haren waren moe geworden van het rechtop staan, sommige lagen met wortel en al op de grond en werden door de stofzuiger verslonden.
We beukten de eerste weken flink op elkaar in. Hij zou blijven, zoveel was me allang duidelijk geworden. Het vrouwtje had een minnaar en die had een kat en die heette Tommy. Ik zou er wel uiteindelijk aan wennen zeiden ze en verzonnen voor mij ook een naam. Alsof ze nog een appeltje met me te schillen hadden werd mijn naam Pommetje. Gelijk een appel uit Frankrijk. Daar moest ik het maar meedoen. Ik balde mijn vuisten. Een broodje vonden ze te kneedbaar. Een appel heeft een vaste vorm. De kunsten zouden uitkomst bieden. Door een tik van een malle molen in mijn vorige leven onstonden mijn werken vanzelf. Het bracht afleiding en Tommy de Kanjer keek zijn ogen uit. Ik begon door te krijgen hoe ik voor vertier kon zorgen op die tweede etage in de Ketenstraat nummer 68 en genoot daar zelf het meeste van. Mickey vond het allemaal best. Mijn tweede kattenkunstwerk was naamloos, maar sprak duidelijke taal. Hoe en wat? Heel simpel. Op een zaterdag, nadat de laatste kunstschilders het huis hadden verlaten ging ik op een kleurrijk palet liggen. In de middag kwam het vrouwtje met haar lover en ze schrokken zich een Jan Hoetje*. Wat dachten zij te zien? Jawel een Pommetje met een open buik waar de ingewanden uitkwamen. Het vrouwtje gilde het uit.

Gefopt!

Het was maar acrylverf.

*Jan Hoet (23 juni 1936 – 27 februari 2014) was SMAK (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst) verder was hij een kunstlover, een expositiesamensteller, een papa, een bokser, een straatvechter, een buitendehokjesdenker en nog duizend dingen meer. In 1999 gingen de deuren van SMAK open. Het vrouwtje vertelde me laatst dat in 1999 bij de opening van SMAK in Gent (België) een piepklein kunstwerkje te bewonderen was. Je liep er gemakkelijk aan voorbij. Aan een witte muur hing het alsof het eraan vastgeplakt zat. Beter nog of het eraan gegroeid was en nog beter (er is altijd een nog beter) het leek aan de muur genaaid. Ja waar denk je dan als bezoeker aan? Een speld? een scheermesje? Een rood zacht hartje? Nee, het was een zilverkleurig vingerhoedje.

Petje af voor Jan Hoet.

p.s: Ja,.......Je een Jan Hoetje schrikken is ironisch bedoeld. De man zelf was namelijk helemaal niet bang uitgevallen. Mensen schrokken vaak van zijn temperament heb ik van hore zegge. Hij kon nogal op een heftige wijze boos worden.

ironie = het tegenovergestelde bedoelen van wat je zegt of schrijft

EINDE VAN STRAATSCHOFFIE

**)(**


,wordt woensdag 3 september vervolgd met de blik van Tommy die je kan lezen als je omhoog scrollt.

 




Pianopoes verdween


01-04-2014
Ommoord

Masha, mijn cyperse zus met een rode gloed in haar haren, was in 2004 de pianopoes van het huis. Ze maakte pianopop vol jazzysteps en kreeg veel lof vanuit het rijk der katachtigen.

Zodra zij kon lopen koos ze de zwartwittoetsen om haar weg over te gaan. Ze verbaasde zich in het begin over de geluiden die ze zelf veroorzaakte en kon daardoor gekke sprongen maken. Haar mooiste momenten waren diep in de nacht. Op het uur dat ieder mens sliep en voor de katten de wereld aan hun pootjes lag. Ze improviseerde haar nocturnes vol spin - en spandiensten. Wij hielden van haar.
De buurman had ten opzichte van pianoklanken geheel andere gevoelens ontwikkeld. Daar de akoestische piano tegen de andere kant van zijn muur stond konden zij, de hele burenfamilie, onmogelijk aan het geluid ontsnappen. Daar in huize Theeroos pianolessen overdag van geen ophouden wilden weten, zaten de buren op een gegeven moment aan hun plafond. Ze waren onze piano helemaal beu en beukten op muren, tot diep in de nacht. (Ook al speelden mijn verzorgers nooit na zevenen in de avond) Boze buren kunnen uiteindelijk geen enkel geluid meer van andere buren verdragen, zelfs het schuiven van krukken (op zolder) op zaterdag na half twaalf, bracht hen geheel van de wijs. Sommige mensen schieten door. Op een zaterdagmiddag 2004 kwam buurman met viltjes (voor onder de krukken). Hij deed zijn beklag en het vrouwtje hoorde zijn verhalen gelaten aan. Ze kon zich het ongemak van de buren voorstellen hoewel zijzelf nooit zal klagen, als die familie daar met harde woorden smijt op zaterdagmiddag als ze 'gezellig' bijelkaar zijn. Mens en kat maken altijd geluid.
Wat werd de oplossing? De zwarte akoestische piano ging dicht. Er kwam een deksel op en Masha kon geen enkel toontje meer tevoorschijn toveren. De toetsen waren ondansbaar geworden. Wat kwam er voor in de plaats? Op de eerste verdieping kwam een piano die op stroom gaat. Die zet je aan en na het spelen weer uit. Masha vond er niks meer aan en liep op een ochtend de tuin uit. Ik mis haar nog altijd. Zou ze misschien elders een nieuwe akoestische piano gevonden hebben?


Schrijver inspireerde


01-03-2014
Rotterdam De hond van Martin Bril schreef door de hand van Martin Bril. Hoe ging zoiets in zijn werk?

Martin was een schrijver die op zo'n manier schreef, dat als jij niet schreef je zomaar wel wilde schrijven, ook al was je kat. Als je dacht dat je het niet kon, kon hij met zijn korte zinnen en avontuurlijke stukjes, jou verleiden om achter de laptop te gaan zitten en je miauw miauw om te willen zetten in een voor mensen begrijpelijke taal. Ik zie namelijk andere katten niet zo snel lezen. Die man riep iets bij mens en dier op dat aanzette tot arbeid. Hij gaf mij als dier een stem. Dat zijn hond uiteindelijk een boek ging schrijven verbaasde mij niet. Binnenkort ga ik het papieren voorwerp met mijn vrouwtje lezen en wie weet komt er een reactie in de vorm van een kattenbestseller. Hoewel, één enkel boekje is misschien al genoeg.

Er werd gebeld bij huize Theeroos. Een piepklein meisje met minicamera stond voor de deur. Martin schreef: Er werd gebeld bij huize Bril. Een grote lange meid met basgitaar stond onderaan de trap.

Hij sprak de taal die velen spreken. Dan ben je als schrijver in trek en gaan dieren je nadoen. Zo kwam het dus dat zowel de hond van Martin als de kat van huize Theeroos gingen schrijven.
.............. .. .... .. ............... ....
PS:
Martin werd geboren in 1959. In 2008 kleedde een doodmakende ziekte hem tot op het bot uit... Zijn hond beschreef de laatste maanden van man's bestaan. Het boek: Mijn leven als hond kreeg een dubbele betekenis.
als hon


Straatbende ontsaait Ommoord


01-02-2014
Rotterdam Veel van mijn soortgenoten liggen graag op knisperende kranten. Ze kunnen daar uren slapen en gapen. Voor een geletterde jongen zoals ik, ligt dat anders.


Een nacht geleden stond ik oog in oog met de straatbende uit Ommoord. Meteen dacht ik:'Hé, dit is nieuws, hier moet ik de krant over inlichten.' Tegelijkertijd dacht ik:'Wat een energie, wat een animo, wat een lef. Op de krant zijn ze niet van lotje getikt. Welke journalist is nou miauw kat? Ik leef toch niet in een stripboek van Kuifje? Toch is een schrijvende kat niet heel anders dan een schrijvende hond. Eens leefde de schrijver Martin Bril die de mooiste columns schreef van de wereld. Als ik daar met mijn volle poezengewicht op lag ging ik altijd een stukje opzij. Die man schreef zo warm en menselijk. Hij liet binnen een minuut met zijn letters, een ijsje ontdooien. Ik droomde dan van een mensenleven en over hoe het zou zijn schrijver te zijn. Wat een inspirator. Het bijzondere was dat hij een schrijvende hond in huis had. Daar zal ik in een volgend stukje over vertellen.

De Gakkers waar ik over bericht zijn met z'n twaalfen. 's Nachts snateren ze de buurt wakker en ze lopen met poeha over de wegen waar zelfs bussen rijden. Het mooie is dat de mensen tot nu toe nog geen schande hebben gesproken. In stilte hoop ik dat de ganzenbende Ommoord blijft ontsaaien, ook al kan een kinderhand ze onmogelijk aaien.


Kranten maken de kat


07-01-2014

Rotterdam Veel van mijn soortgenoten liggen graag op knisperende kranten. Ze kunnen daar uren slapen en gapen. Voor een geletterde jongen zoals ik, ligt dat anders.


Een paar dagen terug kon ik mijn draai niet vinden op een krantenstapel en liet mijn oog vallen op een artikel over te werkstelling van werklozen in Rotterdam. Sinds ik kan lezen begin ik mensen steeds onbegrijpelijker te vinden. Hoe kan een levend wezen ooit werkloos zijn? Er is toch altijd wat te doen? Natuurlijk weet ik wel dat de glimmende munten bij jullie de baas zijn en dat werkloosheid betekent dat er geen cent binnenkomt. Ook beseft deze goed gevulde kattenknul dat het luie leven dat ik mag leiden betaald wordt door de mensen bij wie ik woon. Ze werken in de kunsten, zonder subsidie en jagen op vogels, muizen en insecten, maar op een andere manier dan wij mauwers zouden doen. Ze drinken niet uit sloten. Ik kan elk moment stoppen met schrijven en mezelf ontletteren en weer helemaal kat worden, maar bij jullie mensen is alles zo ingewikkeld. Wie ontlettert valt meteen overal buiten. Wie gaat jagen op een lekkere vette gans en het beest op een openbaar grasveld gaat roosteren wordt opgepakt door mensen met blauwe petten op. (maar zorgt wel voor werkgelegenheid) Ik bedacht een winstgevend kunstplan. Maak mij onmetelijk groot van krantenpapier. Plaats een bordje met de titel Geletterde Kat of Kaskraakkat en stel mijn papieren beeltenis ten toon in museum Boijmans van Beuningen. Over 100 jaar ben ik gegarandeerd een noviteit. Hang een hoog prijskaartje boven het kunstwerk met een bedrag van minstens 450.000 euro zodat superrijken de kunstkat willen kopen. Zo laat ik geld rollen en hebben mensen wat te doen.



Sinterkaasfeest


25-11--2013

Wie in het leven van een kat stapt begrijpt waarom wij weleens zomaar in andersmans huis een tukje doen. De slaap is ons op zo'n moment de baas. Daarnaast geven nieuwe geuren en omgevingen mij stof tot schrijven.

Zo glipte ik laatst in een muisstil huis hier ergens in de Varenbuurt in Ommoord. De gangdeur stond wagenwijd open en de geur van jonge kaas maakte mijn neusvleugels wild. Nog nooit had ik in een huis geslapen waar de mensen van de grond aten, maar daarover later meer. Overmeesterd door slaap kon de kaas mij niet pakken en lag ik binnen een tel te ronken ergens in een hoek van de vreemde huiskamer. Begeerlijk ongedierte sleepte mij een droom binnen. Hoogspringende kaashazen reikten tot over de toppen van mijn droombergen. Ik lag te smakken en watertanden en werd daardoor af en toe wakker. De slaap hield me uren bezig en met kwijl aan mijn bek werd ik op een treffend moment overmeesterd door een Pietenlied. Pas op voor onschuldige kinderliedjes want ze kunnen mensen tot wilden maken en daardoor schade brengen aan kats ogen, neus en bek. Alsof ik een burger was in een civiele kinderoorlog zonder geweren, werd ik hard geraakt door bruine kattenbrokken, die men onder luid gezang over mij heen mikte. Mijn neus deed pijn en mijn rechter oog wilde niet meer open. Alsof ik een kaakslag had gehad deed zelfs mijn bek zeer bij het mauwen. Ze zongen :"en strooi dan wat lekkers in één of andere hoek." Nou zo lekker was dat lekkers niet. Een leger gemene kinderen plunderde meteen alles wat ze naar mijn kop hadden gesmeten. Ze schreeuwden ": Hier, die pepernoot is van mij, dit is al mijn 16e!", en meteen verdween het snoepgoed in kinds mond. Terwijl de getallen om je oren vlogen en een witte Piet schreeuwde dat iedereen uit moest wijken want de kat zou tot de aanval komen. "Kijk dan zijn oren!", riepen ze naar mij. Ja, mijn oren lagen plat in mijn nek en ik voelde boosheid opkomen. Ik wilde toch slechts twee dingen: jonge kaas proeven en zo snel mogelijk verdwijnen. Als een hazewind schoot ik tussen de menigte graaiers zo de keuken in, het aanrecht op en met gekromde rug zoog ik de kaasblokjes naar binnen. Ik mocht van mezelf niet doorslikken. De buitendeur stond op een kier, dus ik zoefde de buitenlucht in en rende naar huis. Daar op de tafel wierp ik zeker vijf blokjes. Bekeek ze vol aandacht en voelde me een trotse kat die van tafel at. Terwijl ik een zacht stukje kaas doorslikte genoot ik intens van de romige smaak en dacht aan die dwaze kinderen die van de grond aten.


Zware bevalling (1)

01-11--2013

Veel mensen weten niks meer van hun tijd voor de geboorte, maar ik herinner me bijna alles nog.

De mooiste tijd van je leven begint in je moeders buik. Je wordt gewiegd, gevoed en de temperatuur is lijflijk lekker. Voeding komt als vanzelf naar binnen en het meest bijzondere: je hoort geluiden van buiten en binnen. Moeders gespin stelt gerust. Dat geronk, als van een klein onderwatermotortje in een aquarium, neem je de rest van je leven mee en ga je uiteindelijk zelf ook maken bij het beleven van hemelse gevoelens van zaligheid. Haar hart pompt leven door al je aderen. Ze voelt diep. Ik kan niet anders schrijven dan dat het een zeer prettige periode was. Ik verlang daar geregeld naar terug. Het was zo aangenaam dat ik niet weg wilde daar. Nu is niemand echt helemaal alleen op de wereld en een kat in een baarmoeder al helemaal niet. Ik groeide met nog vier andere behaarde bullebakken binnen een gesloten zak vol medeleven en moederkoek. Ook al kreeg iedereeen genoeg te eten, toch waren wij doorgaans helemaal niet aardig voor elkaar. Ik herinner me het duw-en schopwerk. Je moest wel, anders kwam je in de verdrukking. Een baarmoeder is rekbaar, maar niet in het oneindige. Achteraf zie ik die binnenbuikstrijd als voorbereiding op het leven van later. Niemand wil toch onder de anderen bezwijken? Jullie hebben daar een schoolperiode van minstens twaalf jaar voor nodig om uiteindelijk de rest van je leven (met elleboogwerk) een plek op een ladder vol illussies te bemachtigen en te behouden, of ben ik nu aan het overdrijven?
We beleefden met elkaar natuurlijk ook zoete momenten. Dan was moeder in haar nopjes en wiegde en knuffelde ons met haar buikspieren. Wij reageerden dan poeslief. We likten elkaars vacht of sabbelden aan een oortje of poezenpoot. Grappig was dat.
Niks is voor eeuwig, maar soms toch voor altijd. Binnen onze paradijslijke thuishaven begonnen onregelmatigheden op te borrelen. Het ging lekken en een wilde rivier voerde ons in draaikolken. Harde lijfstormen maakten aan alle zachtheid een eind. Je werd geslagen en van links naar rechts gegooid. Door de gang des onheils moest je, maar ik had een probleem. Een gigantisch groot probleem.

Zware bevalling (2)

14-11--2013
Alles van jezelf begint in je moeders buik

Het gigantisch grote probleem betrof tevens Mascha, de ietwat roodharige poes die niet kon mauwen. Zij dreef ergens achter me in het woeste baarmoedervocht. Een kolkende massa die in al haar hevigheid een uitweg zocht. Waar was de trechter naar buiten? Er moest toch een opening zijn ergens? De andere drie behaarde baby's waren toch al verdwenen? Iets zat in de weg. Iets verstopte de boel. Dat iets, ja ik kan het nauwelijks makkelijk zeggen, maar dat iets was ik. Zij die mij kennen weten dat ik niet een kleintje ben, maar één van formaat, een Big Data. De buis naar buiten was te smal voor mij. Ik zat klem ergens aan het begin van de uitgang. Er was nog een heel stuk te gaan. Hoe doen katten dat? Zou een keizersnee de oplossing zijn?
Nee, onmogelijk. Mijn moeder woonde op een boerderij en zo'n keizerlijke ingreep is daar niet gebruikelijk. Een kat moet haar eigen boontjes doppen. Ook bij een te grote bonestaak zoals ik. Hoe laat een kat zich dan geboren worden?
Nou miauw wij handelen zo nodig razend snel. Mascha duwde me, maar dat schoot totaal niet op. Ik was een stille ellende in het donker. Overal nattigheid. Mascha pakte het vervolgens radicaal aan. Ze beet ongelofelijk hard in mijn staart.
Miauw auw auw......, toen kwam ik in beweging en wel met enorme krachten. Binnen de kortste keren was ik uit die lange gang vol ongein. Schreeuwde het uit en plofte op een kleurig legertje zachte katjes en kussens. Ik zakte minstens een meter weg. Nee, ik overdrijf. Moeder pakte me razendsnel bij mijn nekvel en verplaatste me naar hogere delen. Ze begon me meteen te likken. Mascha ,de laatsgeborene, mijn redster, was er nu ook. Mijn snorharen trilden, moeder rook naar zoete room. Een golf van welbehagen woelde door me heen. Ik spinde.


Eet (s)makkelijk !


01-09-2013

Als je van dichtbij naar mijn gezicht kijk zie je toch wel dat ik in de verste verte niet op een mol lijk? Toch probeer ik een beetje te zijn als zij. Ik verdiep me in ondergrondse zaken zoals: dikke en dunne wortels, smakelijke insectenpoppen, mieren en hun steekgedrag en het vermijden van in-de-grond-gezakte-zuurpruimen. 'Energie daar gaat het om in het leven,' zegt ze, en alles dat leeft heeft een eigen waarde.'

Nu ging ik dus laatst met mijn brokjes hetzelfde proberen. Ik ging me in hun verdiepen en ontdekte meteen dat ze allemaal hetzelfde zijn. Ook in hun smaak. Ik begon twijfels te krijgen over mezelf en mijn (s)makkelijke manier van leven. Ik ben een consumerende kat zonder pretenties. Dat laatste woord betekent dat ik me niet anders voordoe dan ik ben. Mijn verzorgers kopen eten voor me en betalen met geld in de dierenwinkel waar ze de grote kattenbrokzak kopen. Ik hoef alleen maar naar het altijdgevulde bakje te lopen, mijn bek te openen, te slikken en de bruine bolletjes verdwijnen in mijn flinke buik.
Ik heb besloten meer te gaan ondernemen en zal me op insecten en vogels gaan richten. Eén probleem : Ik vang graag alles dat vliegt, maar ik eet ze nooit op. Machinaal gemaakte gelijkheidskorrels zijn het helemaal voor me. De oplossing: ik ga voor Mol insecten vangen. Zij eet namelijk ook geen vogels,
Als de insecten van dichtbij naar mijn gezicht kijken zien ze wel dat ik in de verste verte niet op een mol lijk en........... hap!

.......Komkommertijd.......
01 juli - 31 augustus 2013


Toffe tenen

Toffe tenen, trage trainingen
Onzichtbare voeten gehuisvest in schoenen
O
nzichtbare werelden gedragen in hoofden
Toffe tenen, trage trainingen

Jouw vakantie
komt terug

De politieagent met zijn pet
vlug vlug vlug

Toffe tenen, trage trainingen
Onzichtbare voeten gehuisvest in schoenen
O
nzichtbare werelden gedragen in hoofden
Toffe tenen, trage trainingen

De openbare ruimte
Strakke veters
Veel voeten, schoppende schoenen
Zie daar de dribbellaar met zachte zolen
een naaldhakker zonder jas
Een stomp in je rug
Waar is je tas?

Vogels & vogeltjes & vlinders & vlug
Rollen & razen & rust op rug
Een mug vliegt weg
Jouw vakantie
komt terug,

 

Zomervakantie

Z
on
Ochtendglorie
Mooie mol
Echt
Ronde roestkleurige ribbelbrrrokjes
Vakantie vrienden vriendinnen
Andere anderen
Kattenkracht
Anderen anders
Nieuwe nozems
Toffe tenen trage trainingen
Ieders interesse
Eéndaagse echtheid eventjes

V
ogels & vogeltjes & vlinders & vlug
Rollen & razen & rust op rug
IJsmug


Kafkaans ontwaken


23-05-2013
De wekker gaat af en mijn snuit duwt het geluid uit. Nog vijf minuten en dan opstaan. Waarom kijk ik op de klok?
Als ik van het bed af spring val ik met een doffe dreun op de vloer. De kou van de planken boort zich meteen door mijn kale huid. Snel krabbelt deze jongen overeind en ziet vijf vingers op de plek waar normaal een grote witte behaarde poot zit. Als ik naar mijn andere klauw kijk zie ik nog vijf vingers. Er is iets goed mis. Als ik wil mauwen begint een basstem uit mijn keel naar buiten te kreunen. Snel sluit ik mijn bek. Dat krijg je er nou van als je schrijft, zegt mijn strafgedachte. Had je nou maar als een brave huiskat gedragen en was je nou maar met je poten van de laptop afgebleven. De angst slaat meteen toe. Straks zal deze knul, net als alle kleuters in Nederland, een toets moeten gaan maken zodat mijn niveau meetbaar wordt. Ik zal op een plaatje de juiste schaduw van een boom moeten aanwijzen terwijl ik beter onder een echte boom kan slapen. Ik zal dagelijks een pilletje moeten gaan slikken omdat ik een STV-kat ben. Een Slaap Te Veel-kat met een obsessie voor kattenbrokken en geen zin in juffen of misschien een meester die mijn dagindeling zal gaan bepalen. Deze kat wil buiten rennen en ruiken en klimmen in bomen en ravotten in ondoordringbare tassen. Morgen laat ik de wekker doorrinkelen


Koning Keizer Katmiraal

01-05-2013
Ja, het is waar, Koning Kat heeft personeel en wordt door zijn dienaren gedragen en in de watten gelegd.
Ik krijg elke dag precies om zes uur mijn diner in een mooi Chinees bakje met sierlijke vormgeving en zachte kleuren. Heb doorlopend verse brokjes alsof het chips voor mensen betreft. Ik leef op zachte tapijten waar iedere viervoeter tot zijn enkels in wegzakt. Slaap op nog zachtere gronden zoals een donzig dekbed en verdwijn daarin geheel. Deze kat woont in prettig verwarmde ruimtes met een gemiddelde temperatuur van 19,5 graden Celsius. In de zomer is daar de heldere vijver met waterval. De poel deel ik met gouden vissen en altijd wegspringende kikkers en padden.
Zou je me kunnen verblijden met een lied?
Zeker wel.
Een koningslied?
Niet nodig.
Een Kattenkoningslied?
Mjaouw, daar gaan mijn snorharen van krullen.
Laat maar horen die herrie.
Het blijft stil.

Natuurlijk droom ik soms van een kroontje op mijn kattenkop en straal op straat naar iedere voorbijganger. Maar zo’n hoofdartikel is al snel een sta in de weg. Mensen buigen toch wel naar mij, al is het maar om over mijn kop te aaien. Hoofdzaken, hoe mooi ze ook mogen glimmen zijn dus niet nodig voor deze jongen.
Hoofdletters boeien me wel.


1 April

1-04-2013 / 2e Paasdag
Toen vanochtend geen ei te vinden was, noch in huis en noch buiten kwam ik tot grote verrassing Mol tegen. Ze kwam net een kijkje daglicht nemen terwijl ik in het gras struinde. Weer wilde ik meteen in haar neus bijten en haar proeven, maar ik deed het niet.
Ze keek me met haar kleine oogjes aan en vertelde dat veel mollen werkelijk heel slechtziend zijn. Zij was een uitzondering met haar goede ogen, maar zij zocht (zo mogelijk) het daglicht op. Dat schijnt kijkgedrag te verbeteren, beweerde ze en vroeg zich af of het andersom ook zo zou werken, dat als je teveel in het donker probeert te kijken je ogen daardoor achteruit gaan.
Terwijl ik over haar vraag nadacht kwam ze met een voorstel. ‘Zullen we wedstrijdje doen? Wie het eerste bij de molshoop is daar in de verte bij de berk’. Meteen mauwde ik ‘mmjaaa..ow. Ze zei: ‘Ik tel tot drie en dan rennen.’ Zo begon een race die me nog lang zal heugen. Met ongelofelijke vaart snelde ik richting de berk en net toen ik zeker wist dat ik de eerste zou zijn kwam Mol ogenschijnlijk rustig te voorschijn. Luid snuivend ging ik liggen en kwam ze met een nieuw voorstel. Ze wees met haar graafklauw naar de kale rode takken van breed uitwaaierende struiken. Ja daar was een grote molshoop links op het grasveld. ‘Zullen we nog een keertje?, drong ze aan. Natuurlijk mauwde ik mmhummjaa. Weer rende ik mijn poten onder mezelf vandaan en weer was zij de eerste. Een zwaar gevoel van geïrriteerdheid trok door mijn lichaam. Het kon toch niet zo zijn dat een mol sneller door gangen rent dan een kat over het veld? Met bonzend hart hoorde ik haar weer aftellen. Tot bij de treurboom !, riep ze me na. Ik nam een grote teug verse lucht waardoor ik het gevoel kreeg licht te zweven en snelde richting derde molshoop. Halverwege zag ik haar al met haar mooie neus uit haar hol omhoog klauteren. Ze zag mijn ingehouden adem en dook weg bij mijn uitblazen. Ik wilde in het wilde weg gaan meppen, maar beheerste me. Ze stelde voor de eerste molshoop weer tot finish te maken en begon al met aftellen. Na tel drie dook zij haar hol in, maar ik bleef zitten. Ik was op. Totaal versleten. Terwijl deze kat lag te hijgen als een hond verscheen Mol weer bij de opening. Ze schrok en was binnen een tel weer weg....(?)
In een rustige wandelpas liep ik op huis aan. Bij het omkijken zag ik drie dezelfde mollen zitten bij de hoop aarde waar onze wedstrijd was begonnen. De lezer voelt aan zijn eigen sokken wel dat 1 april zijn werk had gedaan.


Te groot voor de schoot

01-02-2013
Er was een tijd dat ik perfect paste in de wereld. Ik was klein en mijn moeder likte mij achter de oren. Ik spinde en het leven was goed. Broertjes en zusjes waren van gelijke hoogte. We stonden op gelijke poot met elkaar. Ik hoorde ergens bij.

Op een onpasselijke dag werd ik pas laat in de middag wakker in een vreemd huis, zonder moeder en broertjes. Zus was er nog wel. Ik ontdekte dat ik in de tijd dat ik sliep, een groeispeurt had ondergaan. Mijn vacht zat te strak gespannen over mijn poten, romp en nek. Als ik mijn hoofd naar de grond richtte voelde ik het trekken aan het einde van mijn staart. Een onaangenaam, maar onontkoombaar gevoel. Met pootpijn stond ik in die tijd op en met kopklachten mauwde ik mijn groeischeuten de nacht in. Ik mauw over het jaar 2005. Niemand scheen door te hebben waarom ik zo jammerde en buurtkatten deden op hun manier vrolijk mee. Mijn hart sloeg uit de maat. Ik was enorm opvliegerig en blies naar iedereen die naast me kwam lopen. Na twee uit de kluiten gegroeide maanden was mijn afwijking van de gemiddelde kat een feit. Er was geen houden meer aan. Ik stak met kop en schouders boven al mijn soortgenoten uit en mijn vacht begon ook nog eens sneller te groeien. Er waren dagen dat ik met een slobberjas me een slag in de rondte at aan de kattenbrokken, zodat mijn vacht beter zou sluiten rond mijn poten romp en nek. Ik was geobsedeerd geraakt aan het geluid dat tussen mijn kiezen ontstond als een brok in gruzelementen ging. Nou, miauw ik heb het geweten. Dat wat ik juist niet wilde gebeurde. Mijn formaat werd buitenproportioneel. Het allerergste was dat de kleinemeisjesschoten niet in mijn tempo meegroeiden. Als ik dus op zaterdag bij de liefjes wilde kroelen werd het een gewiebel van jewelste en bleek uiteindelijk een kruk naast de werkende kleine voor mij de aangewezen plek. Als ik buiten onze tuin kwam zag ik buurtkatten snel wegglippen en ik voelde hun glurende ogen vanachter de struiken. Iedereen keek tegen me op. En toen, toen werd mijn leven rustig en bedaard. Niemand onder de tijgers ging een gevecht met me aan, slechts de honden gaven aanleiding tot platvloers vermaak, totdat ik Mol ontdekte maar daarover in het voorjaar meer. Zoals veel zaken in het leven uiteindelijk wennen zo ben ik van mijn grote lijf gaan houden en wat een meevaller dat alle kleine meisjes uit mijn kindertijd nu tiener zijn geworden en ik weer prima op hun schoot pas.

Klik hier om Flitsende foto’s te zien van Susanne met kleine Felix in 2005 en Anna met grote Felix in het jaar 2010.




Knalkaters

15-12-2012
Decemberbommen dreunen door Ommoord. Knalkaters stuiteren over de straten, vuurvogels vreten zich een weg door het luchtruim. Het is december en wij katten moeten het verduren.

We lopen met stress onder onze voetkussens, hebben spanningen in onze buik. Elk moment kan de bom barsten en steeds weer wordt de tijd door elkaar geschud. Ik ben op van de zenuwen. Als je bedenkt dat alles wat oud is na jaren weer als nieuw voor de dag komt snap je toch niet waar de mensen zich druk over maken. Waarom al die tamtam?
Ik ben heus niet de enige die op zijn tenen loopt. Alle buurtkatten gaan er gebukt onder. Hoe zich dat uit?
Ga maar na. Zodra de ene kat de ander ontmoet worden er halen en rake klappen uitgedeeld. Zo reageren wij ons nu eenmaal af. De ander zal het bezuren. Daarin lijken wij ook op jullie. Het is een gejank van jewelste buiten en daar komt nog bij dat de aanloopkat Floris zich een bult lacht nu ie mijn plek op het bed in de slaapkamer heeft overgenomen. Ik kan wel mauwen dat dit niet mijn favoriete tijd is en daar komt ook nog bij dat Mol zich niet meer laat zien. Nu de vorst gesproken heeft, is zij naar haar winterslaapplaats afgedaald. Daar kan ik onmogelijk komen.
Hoe ga ik met dit alles om?
Ik laat me niet van de wijs brengen. Duw monter de aanloopkat van het bed en ga vervolgens nog uitgestrekter liggen dan ik al deed. Krijg grote woorden te horen over mijn formaat en groei daardoor nog meer. Als die lamstraal van een Floris toch weer terugkomt zoek ik het hogerop en ga op een mensenbuik liggen. Krijg aaien en lieve woordjes en probeer de slaap te vatten. Het liefst zou ik pas 2 januari 2013 wakker worden.


Herfstmuis


1-12-2012
Muizen mogen dan wel tot de allerlekkerste hap van de kat worden gerekend. Een herfstmuis is andere koek.

Zoals jullie dol zijn op snoepmuis in schoen, zo hou ik van warme muis in huis. Wacht jullie lekkernij in stilte om opgepakt en verorberd te worden, zo rent de mijne snel weg zodra ik in de buurt kom. Maaltijd lijkt dan te piepen : ' Pak me dan als je kan.' Ik snuif de geur van mijn prooi op en begin al watertandend achter de warme hap aan te rennen. Is de snack eenmaal in het zicht dan heb ik met een pootomdraai het beestje aan mijn nagel geslagen. Altijd schrik ik dan van wat ik bij de kleine veroorzaak en begin spontaan te grommen. Pak vervolgens de hap met mijn bek en ga op huis aan. Ondertussen kook ik van binnen en keert mijn maag zich drie maal om. Eenmaal door het kattenluik laat ik de vangst los. Beest moet op adem komen en lijkt een vroegtijdige dood te sterven. Om de hoogpieper tot actie te manen en mijn spel te laten beginnen, geef ik een zachte opzwieper met mijn witte poot.Twee dagen geleden ging het mis. Het liep totaal uit de klauw.
Natuurlijk is het vreemd om in de herfst een muis te vangen. Normaal hebben die diertjes zich in dat jaargetijde allang ergens warmpjes verstopt. Zijn ze buiten onvindbaar. Alleen een vreemde snuiter waagt zich in de kou. Mijn vangst was een bijzondere. Zodra de herfstbuit bij ons thuis als verdoofd op de grond lag en ik het beestje lichtjes met mijn grote poot aantikte, was het beest opgesprongen en in mijn gezicht ontploft als razend vuurwerk. Ik liep een flinke knauw in mijn neus op. Een seconde later had de ruziezoeker mijn staart tussen zijn (of haar) scherpe tandjes. Deze felle, was een strijdmuis van de bovenste plank en de laagste orde. Ik bolde mijn rug en zou wel eens even een slag terugslaan. Ik zwaaide mijn linker poot in een enorme boog richting ondier. Helaas deze was gevlogen voordat ik mijn situatie goed kon overzien. Ik bevond me ondertussen in een zeer onaangename houding. Hals over kop, linkerpoot leek de rechter en mijn staart was weg gelijk de herfstbuit. Mijn twee huisgenoten zaten onderaan de houten trap met vragende blik te kijken. Ik bromde wat voor me uit en begon onvoorspelbaar te sissen. Als de bliksem schoot ik via het kattenluik naar buiten. Bij de vijver kon ik afkoelen en ontdekken dat mijn staart er nog aan zat.



Poezenpeststreken en hondsgedrag

15-11-2012
Pesten is iets van alle tijden, iets van alle levende wezens en iets van altijd en overal. Mensen zeggen dat het de instincten zijn die ons tot laag bij de vloerse wezens maakt. Daarmee bedoelen ze tevens zichzelf.

Als denkende kat wil ik me er liever niet aan overgeven, maar als ik een hond zie kan ik het gewoon niet laten. Er is niks heerlijkers het blafdier uit te dagen en achter je aan te laten rennen. Als weldenkende nietsnut weet ik natuurlijk allang in welke boom ik moet klimmen en waar ik het geblaf vol overwinningsgevoel kan wegkijken. Daarna druipt de druiloor gegarandeerd af en geniet ik tot ver over mijn oren van mijn hoge positie. Zo leer ik verschillende honden uit de buurt kennen en laat me soms toch onaangenaam verrassen. Kijk uit voor de zogenaamde doordachte 'trouwe' viervoeter. Die niet gaat rennen als ie jou ziet. Die jou, miauw, vanachter een lange neusbek met toegeknepen oogjes aankijkt. Waardoor beest lijkt te zeggen: ‘Nee, hoor ik doe je niks, ik hou van jou’. Als jij dan lichtspinnend voorbij loopt geeft de gluiperd ineens een oorverdovend harde brul. Beestenbek gaat zo wijd open, dat je de-vorige-dag-maaltijd kan ruiken, waarbij de griezel al zijn speeksel naar buiten gooit. Die kletst in dikke klodders op je poezensnuit. Ondertussen heb je jezelf (zonder dat je het wilde), na de spuugaanval, in één beweging hoog de lucht in gezwiept, waarbij je al je nagels tegelijk uitsteekt met je poten in spagaat vliegt en vijf meter verder landt. Over vluchtgedrag en instincten gesproken. Ja dan weet je het wel en je lenige lichaam ook.
Soms hoor je vreselijke verhalen. Zo gaat in Ommoord het buurtpraatje in het rond over een opvisitehond die de kop van een kat afbijtte. Loebas kwam met baasje mee op bezoek, in vreemd huis, bij poes die te goed van vertrouwen was. Kat at voer uit eigen bakje, hond wilde ook eten uit dat bakje. Het mormel hapte in één keer de kattenkop naar de eeuwige jachtvelden. Het poezenbeest had niet eens de tijd gekregen om het eten af te staan. Ja dat is wel even slikken.
Leuker is het als een kat zich honds opstelt. Bijvoorbeeld bij ons thuis. Daar delen we de ruimte met z’n drieën naast ons tweekoppig personeel dat ‘s nachts slaapt. Het huis heeft drie ingangen of drie uitgangen zo het uitkomt. Twee voor de mensen en eentje speciaal voor ons. ‘s Nachts als de staartlozen in bed liggen boven, hebben wij beneden het kattenluik. Niet groot weliswaar, maar wel mooi dat we hem hebben. Onze Houtenpoot, zoals de aanloopkat wordt genoemd, heeft in tijden de gewoonte precies voor het kattenluik te gaan liggen. Het lijkt of ie honds het huis bewaakt, maar ik weet dat hij onze kleine kat Fabian plaagt. Hij laat hem gerust de hele nacht buiten doorbrengen, want die bangerd durft niet voorbij Houtenpoot als hij naarbinnen wil.. Als ik dus weleens naarbuiten moet ‘s nachts en die houtenklaas ligt onder het luik, dan denken jullie toch niet dat ik me daardoor laat afschrikken? Nee, ik ren dan, met vaart en vol gewicht, over de kraakkat heen. Die schreeuwt het uit waardoor buurtramen gaan klapperen. En ik, ik heb de weg vrijgemaakt voor huisgenoot Fabian. Elkaar een dienst bewijzen is ook iets van levende wezens, iets van altijd en overal en daarmee kom je makkelijk weg.



Vijverschrijvers


01-11-2012
Ze zijn klein en oppervlakkig. Je ziet ze nauwelijks. Ze lijken niet eens te bestaan, totdat je hun banen ontdekt.

Het begon op een zondagmorgen in de zomer van 2012. De zon liet haar stralen al vroeg over de aarde los. Mijn vacht was te dik voor die dag en ik ging al snel platvloersliggen onder invloed van de naderende warmte. De vijver in de tuin van het huis waar ik woon, zou uitkomst bieden. Daarin heerst koelte tot diep in de bodem. Ik hees me weer omhoog en sjokte naar de poel. Mijn staart was het eerste dat te water raakte. Ik ging zo liggen dat hij grotendeels onderdompelde en één werd met het heldere vocht. Goudvissen kwamen me onderzoeken. Ze zijn van grote schoonheid en soms droom ik dat ik ook een gouden staart heb, maar die dag was een natte zwabber om mee te beginnen, genoeg.
Terwijl ik lag te genieten van deze verkoeling en bijna in slaap sukkelde werd ik ongehoord gewekt door geklop van naaste buren. Die mensen schijnen tikkend, beukend en kloppend met elkaar te communiceren, maar dat is een ander verhaal. Ze wekten mij en het ging ineens razendsnel te keer in mijn kattenkop. Voor mijn gezichtsveld dansten tientallen grote 'muggen' op het water. Waarom zakte geen insect erdoor? Door het wateroppervlak bedoel ik. Wie kunnen over het water lopen zonder te verdrinken? Zij dus. Op een heel dun waterspanningslaagje schaatsten dunne pootjes met lijfjes eraan. Onder de warme zon vormden ze cirkels, schoven ze van links naar rechts, van onder naar boven, maakten korte en lange metten, miauw..uh banen. Waarom deden ze dat?
Terwijl ik knipperde met mijn ogen begonnen goudvissen met hun bekjes borreltjes te maken. Luchtbelletjes swingden als lichte bastonen van een acoustische basgitaar. Dit kon niet waar zijn, maar enkele vissen zongen. Ja ze schuimbekten met het bovenste waterlaagje waar de muggen op dansten. Na steeds dieper in het water te kijken wist ik het, hoe het vloeide : De vissen hapten naar de muggen en doordat een goede ritmesessie improviseerde was een jazzorkest gevormd. Ik genoot van dit smakelijke schuimbeksmakspel totdat een tegendraads onritmisch getik van theelepeltjes tegen binnenkanten van koffiekopjes alle pracht in het water verstoorde. Ik was geschrokken van de burentik. Had me in één beweging omhoog gericht. De buren waren nu aan de koffie.
De vissen waren gezamelijk verdwenen en een paar eenzame letterzetters volgden na een paar minuten keurige rechte banen over het wateroppervlak. Ik zag een X ontstaan en een A, een W, een V een I en nog een I. Deze schaatsmuggen waren niet alleen muziekmakers, ze waren met woorden en zinnen bezig en, ja natuurlijk, dit was hun verhaal. Ik probeerde de woorden te lezen. Weer steeds dieper in hun glazen wereld kijkend probeerde ik een nieuwe glimp van een vis op te vangen en gebeurde iets waar de lezer misschien wel op hoopt. Ja, deze kat plonste met zijn grote behaarde lijf met veel waterkabaal de vijver in. Ik hoorde niks meer en raakte met mijn poten de zachte bodem. Als vanzelf dreef ik omhoog en liet mezelf vrij bewegen. Eindelijk was die dag met mij kopje onder gegaan en vormden we een perfect stel


De mol die zich geroepen voelt

01 -10 -2012 Rotterdam
Je zou denken dat een kat die schrijft, veel boeken leest en daardoor avonturen beleeft met andere katten, muizen, draken, ridders, jonkvrouwen, tovenaars, ruimtevaarders en ga zo maar door. Ik lees andere zaken. Ik lees de wereld, die ik hoor en zie. Hoewel ik meestal op vliegende zaken jaag, gaat het vandaag over een aardse grondgraver.

In Ommoord woont een mol die te voorschijn komt als de kattennaam ‘Felix’ wordt geroepen. Daardoor heb ik mijn naam veranderd in ‘Flits,’ maar dat even daargelaten. Die mol graaft zich dus een weg naar boven als hij mijn andere naam hoort en verschijnt in het daglicht zonder dat hij wat ziet. Althans dat dacht ik.
Waarom zou een mol moeten kunnen kijken als hij onder de grond in donkere gangen leeft? Er bestaan blindmuizen, die hebben alleen wit in hun ogen. Geen pupil, alleen maar wit. Ze leven in Afrika.

Op een bewolkte dag werd ik weer geroepen. ( Zij noemt mij geen ' Flits') Ik zat net lekker onder een jonge boom mijn modderpoten te wassen, keek in het rond en zag een hoopje losse grond op het gras ontstaan. Twee flinke klauwen kwamen uit de aarde te voorschijn gevolgd door een snuit als van een miereneter, op nog geen meter afstand van mij. Ik snoof zijn geur op. Het rook aards, niet vrouwelijk. Geheel onverwacht richtte de graver zich op en keek me aan. Dier heeft wel degelijk twee ogen die kijken,  dacht ik en viel van verbazing om.  Krabbelde razendsnel overeind en op het moment dat ik weer op vier poten stond, priemde beest zijn blik door mij heen. Een klein wezen dat leek te wachten op een vraag.  Ik miauwde even zacht om op gang te komen en gromde : ‘Bent u nou een mol? De graver hoestte wat aarde op en sprak op molwaardige toon  : ‘Beste kerel, jij hebt twee grote kattenogen, gebruik ze.’  Ik slikte een paar keer en begon spontaan te blazen, terwijl ik dat helemaal niet wilde. De mol draaide zich  om en verdween weer onder de grond. Ik wilde het dier volgen, maar de tunnel was te klein. Ik moest wachten totdat men mij weer zou roepen zodat hij zou komen.
Uren gingen voorbij en ruim voordat de zon onder zou gaan, klonk daar de heldere stem van mijn baasje: ‘Felix, Felix, eten!....' Stilte en vervolgens het gerammel van een lepel of mes tegen een emaille schaaltje. De mol schoot pijlsnel naar boven en maakte een duik de lucht in doordat zij uit haar al gegraven hol tevoorschijn snelde. Ik moest me beheersen om niet lekker in haar snuit te bijten en wilde haar vriendelijke verrassen. Zij was geen mannetje, dat wist ik nu zeker. Ik mauwde gehaast: ‘goede dag’ en vervolgde mijn vraag licht spinnend om het dier gerust te stellen en mezelf afleiding te geven. De vraag danste om de graafster heen en wilde weten waarom de mol tevoorschijn kwam als de kattennaam ‘Felix’ geroepen werd. Met wijdopengesperde mini-ogen keek de graafdame me aan en sprak rustig: ‘Als jij dagelijks je kostje zou moeten verdienen met gangen graven om knollen, wormen, larven en ingekapselde insecten te eten en om een dak boven je hoofd te hebben, zou jij ook weleens het daglicht willen zien. Daar jij een huiskat bent en ‘s nachts slaapt, weet ik dus dat als jouw naam geroepen wordt de zon ergens aan de hemel staat en het overdag is.' Ze leek te knipogen naar me en was weg voordat ik haar antwoord binnen mijn kattenkop had laten doordringen.

©Liza Schot van Gelderen





 
©Copyright Flits

 

 

 

+